CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, april 2017

 

Szymanowski: Litania do Marii Panni op. 59 - Stabat Mater op. 53 - Symfonie nr. 3 op. 27 (Song of the Night)

Aleksandra Kurzak (sopraan), Agnieszka Rehlis (alt), Dmitry Korchak (tenor), Artur Rucinski (bariton), Warsaw Philharmonic Orchestra & Choir o.l.v. Jacek Kaspszyk

Warner Classics 9 58645 0 • 61' •

Opname: juni 2015, Warsaw Philharmonic Concert Hall, Warschau

 

De onvergankelijke tekst van het Stabat Mater heeft door de eeuwen heen het beste in componisten naar boven gebracht. Jammer dat Johann Sebastian Bach er zich als protestant niet om heeft bekommerd - wel maakte hij van Pergolesi's onsterfelijke zetting een Duitse versie op de tekst van Psalm 51 'Tilge, Höchster, meine Sünden'. Maar uit het innig katholieke Polen is misschien wel het mooiste Stabat Mater aller tijden tot ons gekomen. In de overrompelende slotmaten lijkt het alsof componist Karol Szymanowski vanuit de hemel werd ingefluisterd. Wonderlijk dat het in 1929 voltooide werk niet vanaf het begin de status meesterwerk heeft meegekregen, en dat het nog steeds mondjesmaat wordt uitgevoerd. Om u een beeld te geven: de enige uitvoering door het Concertgebouworkest vond plaats op 12 maart 1939 onder leiding van Eduard van Beinum. Szymanowski schreef het werk onder invloed van de dood van de dochter van zijn zus, op een Poolse vertaling, en duidelijk als concertwerk - de diep doorvoelde smart wordt met exotische middelen uitgedrukt.

Het werk kan met de Latijnse tekst uitgevoerd worden, maar het karakter van de muziek is zo door en door Pools dat nauwelijks iemand zich daaraan waagt. De discografische geschiedenis van het werk beperkt zich dan ook bijna geheel tot uitvoeringen door autochtone krachten. In 1961 beet Witold Rowicki het spits af met hetzelfde orkest als op de hier te bespreken uitgave, met de legendarische sopraan Stefania Woytowicz, alt Krystyna Szczepanska en bariton Andrzej Hiolski. Daarmee werd voor eens en altijd een uitzonderlijk hoge standaard gezet, waaraan iedere volgende opname zich moet toetsen. Dirigent Antoni Wit heeft de uitdaging twee keer aangenomen, in 1983 met het Radio Symfonie Orkest van Krakau voor EMI, met Jadwiga Gadulanka, Jadwiga Rappé en alweer Andrzej Hiolski. In 2007 nam Wit het voor de tweede keer op voor het label Naxos, nu in Warschau, waar hij intussen chefdirigent èn zakelijk directeur was van hetzelfde koor en orkest als op de onderhavige uitgave - Wit is behalve dirigent ook jurist. Jacek Kaspczyk is hem in 2013 als chef opgevolgd, en we mogen rustig stellen dat deze partituur in het DNA van koor en orkest zit, zodat een perfecte uitvoering hoe dan ook gewaarborgd is. Uiteraard is de opnametechniek in de loop van de jaren steeds beter geworden, maar het werkelijke verschil zit in de solisten, en dan met name de sopraan. Het gulle timbre van Stefania Woytowicz is niet iedere zangeres gegund, en stylistisch is er in de afgelopen decennia ook het een en ander veranderd. Aleksandra Kurzak zingt op het operatoneel het repertoire van Joan Sutherland en klinkt heel wat minder slavisch dan haar grote voorgangster, maar menigeen zal zich daar niet aan storen, en het misschien zelfs als een pré beschouwen.

De Derde Symfonie is dikwijls de 'discmate' van het Stabat Mater, dat was al zo bij Rowicki en ook bij Simon Rattle, die in Birmingham voor een van de weinige opnamen van deze beide werken buiten Polen zorgde. Het werk dateert uit de periode 1914-16, op een tekst van een Perzische dichter, vertaald in het Pools. Een grote rol is weggelegd voor de tenorsolist, die over een stentoriaans geluid moet beschikken - vergelijkbaar met de eisen die Mahler stelt in zijn Lied von der Erde. Dmitry Korchak is eminent tegen zijn taak opgewassen, en hier betaalt zich de moderne techniek terug in een pracht van een opname. De cd werd uitgebracht op het eigen label van het orkest, voor de distributie zorgt Warner. Aardige bijkomstigheid is dat alle medewerkenden in het boekje vermeld staan.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links