CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, augustus 2015

 

Szymanowski: Vioolconcert nr. 1 op. 35 - Chant de Roxane uit de opera Krol Roger - Myths op. 30 - Nocturne en Tarantella op. 28

Stravinsky/Dushkin: Chanson Russe - De Vuurvogel (Berceuse & Scherzo)

Rosanne Philippens (viool), Julien Quentin (piano), Nationaal Jeugd Orkest o.l.v. Xian Zhang

Channel Classics CCS SA 36715 71' (sacd)

Opname: augustus 2014, Muziekgebouw aan 't IJ, Amsterdam (Vioolconcert);
september 2014, Muziekcentrum Eindhoven

https://www.youtube.com/

 

Karol Szymanowski (1882-1937) houdt zich op onze concertpodia moeizaam staande met slechts twee werken: het mooiste Stabat Mater dat de twintigste eeuw heeft opgeleverd, en het Eerste vioolconcert. Dank zij de vloedgolf aan indrukwekkende viooltalenten is er de laatste tien jaar zelfs wat extra belangstelling voor dat vioolconcert. De Schotse violiste Nicola Benedetti werd er op haar zestiende Young Musician of the Year mee, en maakt er al jarenlang goede sier mee. De Nederlandse Simone Lamsma heeft het sinds een indrukwekkende vertolking in de ZaterdagMatinee op haar repertoire. Wonderlijk toch dat we van dit toptalent zo weinig discografische activiteit merken. Wat dat betreft heeft haar leeftijdgenote Rosanne Philippens (1986) meer geluk gehad, die staat onder contract bij het label Channel Classics, waar ze nu haar tweede cd presenteert. De eerste, met de titel Rhapsody (Bartók, Ravel) is hier door collega Aart van der Wal enthousiast besproken. Op deze tweede is haar samenwerking met het Nationaal Jeugdorkest in de zomer van 2014 vastgelegd, en zo is deze cd ook een prachtig bewijs voor de uitstekende kwaliteiten van dit orkest, en niet in de laatste plaats van de inspirerende leiding van dirigente Xian Zhang.

Het Eerste vioolconcert dateert uit 1916, en is opgedragen aan de Poolse violist Paul (Pavel) Kochanski, die ook verantwoordelijk was voor het uitwerken van de cadens. In de loop van de honderd jaar van zijn bestaan is het bepaald niet het lievelingsstuk van beroemde virtuozen geworden, ik ken uit die hoek alleen een mono-opname uit 1959 door David Oistrakh. Maar, zoals gezegd, recentelijk is de belangstelling op discografisch gebied enorm toegenomen. In die competitie heeft Rosanne Philippens niets te duchten, niet alleen door haar voortreffelijke interpretatie, ook door de toegevoegde repertoirekeuze. De Drie Mythen voor viool en piano, één jaar eerder geschreven dan het Vioolconcert, passen er in hun groots opgezette en bijna orkestrale expansie perfect bij. Pianist Julien Quentin is soeverijn in de hondsmoeilijke pianopartij. Van de overige beide werken is Nocturne en Tarantella (ook uit 1915) korter en meer op virtuositeit gericht, en in 1920 in première gebracht door voornoemde Paul Kochanski. Van diens hand stamt ook de transcriptie van de aria van Roxanne uit de opera Krol Roger.

De cd wordt afgesloten met drie korte werkjes van Igor Stravinsky, die meer met het overige repertoire van doen hebben dan de begeleidende tekst ons wil doen geloven. Daar wordt namelijk gesproken over Stravinsky's 'eigen' arrangement van het Chanson Russe. De werkelijkheid ligt iets gecompliceerder. Stravinsky speelde geen viool en was er maar moeilijk toe over te halen om zich aan een vioolconcert te wagen. Toen hij echter op aanraden van zijn uitgever kennismaakte met de violist Samuel Dushkin veranderde dat. Dushkin was niet alleen een uitstekend violist, maar ook een erudiete geest die behulpzaam was om de fantasieën van Stravinsky in speelbare noten om te zetten. Uiteraard droeg Stravinsky zijn vioolconcert aan hem op, maar daar bleef het niet bij. Dushkin arrangeerde ook de Aria van Parasja uit de opera Mavra, door Stravinsky 'Chanson Russe' gedoopt - het werd een van zijn succesvolste melodieën. Ook drie delen uit De Vuurvogel werden door Dushkin voor viool en piano gearrangeerd en opgedragen aan..... Paul Kochanski. Daarmee is de cirkel van dit recital prachtig gesloten.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links