CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, maart 2020

Suk: Symfonie nr. 2 in c, op. 27 (Asrael)

Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks o.l.v. Jakub Hrusa
BRKlassik 900188 • 63 •
Live-opname: 18 & 20 okt. 2018, Philharmonie im Gasteig, München

   

Jakub Hrusa (1981) dirigeerde op zijn eindexamen in 2004 de Asrael Symfonie van Josef Suk, een werk dat alleen al om die reden een speciaal plaatsje in zijn hart moet hebben. Sinds 2004 heeft Hrusa pijlsnel carrière gemaakt, met als hoogtepunt zijn benoeming tot chef-dirigent van de Bamberger Symphoniker in 2016. Inmiddels is zijn contract daar verlengd tot 2026 en stond hij voor een aantal toporkesten, waaronder het Concertgebouworkest en de Berliner en Wiener Philharmoniker. Wie Hrusa enigszins heeft gevolgd weet dat we te maken hebben met een degelijke vakman, en geen podiumvirtuoos met buitenissige ideeën. Soms kan dat een tikje saai overkomen, maar daarvan is op deze cd geen sprake. Geen wonder, want hij beschikt hier over een van de beste orkesten ter wereld, in een partituur die zich kan meten met het beste dat in dit formaat is geschreven een vijfdelige symfonie van Mahleriaanse proporties en een kwaliteit die Mahler naar de kroon steekt: de Asrael Symfonie van Josef Suk.

Josef Suk, schoonzoon van Antonin Dvorák, verloor zijn idool en diens dochter Otilka zijn echtgenote binnen een jaar en werd zo wreed geconfronteerd met Asrael, de engel de doods. Otilka was zevenentwintig. Josef schreef het kolossale verdriet van zich af in een al even kolossale symfonie in twee blokken en vijf delen. In de eerste drie gedenkt hij zijn schoonvader, de laatste twee beide Adagio's zijn gewijd aan de nagedachtenis van zijn vrouw. Overigens klinkt deze muziek nergens naar Dvorák maar veel eerder naar Mahler, zelf overigens ook een geboren Bohemer. In een tijd waarin uitvoeringen van Mahler en Sjostakovitsj voorspelbaar zijn geworden is het moment misschien aangebroken voor deze aangrijpende schepping? Het begint erop te lijken. In januari van dit jaar dirigeerde Kirill Petrenko, kersverse chef van de Berliner Philharmoniker, deze symfonie hij nam het werk eerder op voor CPO met het orkest van de Komische Oper Berlin.

Jakub Hrusa schaart zich nu in de rij Tsjechische maestro's die zich over deze partituur ontfermd hebben: Vaclav Talich, Karel Ancerl, Rafael Kubelik, Václav Neumann, Libor Pesek en Jirí Belohlávek. Net als Belohlavek in 2012 voor het label Supraphon presenteert hij een live-opname. Op twee secundaire punten verschillen ze fors van elkaar, maar op één punt kijken ze elkaar recht in de ogen: beide mannen beheersen de partituur van kruin tot tenen. Waar de verschillen dramatisch uiteenlopen is in de kwaliteit van het orkest het orkest van de BBC uit Londen haalt bij lange na niet het niveau van het Beierse orkest. Nog groter is het verschil in kwaliteit van de opname, die in München gewoonweg adembenemende proporties aanneemt. Luistert u maar naar de laatste minuten van het eerste deel, waar koperblazers, hoorns en slagwerk (grote trom!!) vechten om de prioriteit, en waar de gelaagdheid schitterend in stand blijft en het klankbeeld nergens dichtloopt. In alle opzichten een topprestatie. Hopelijk mogen we Hrusa in dit werk ooit eens meemaken in het Concertgebouw.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links