CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, september 2018

 

Stravinsky: Perséphone

Andrew Staples (tenor), Pauline Cheviller (declamatie), Orchestra, Chorus & Children's Chorus of the Finnish National Opera o.l.v. Esa-Pekka Salonen
Pentatone PTC 5186 688 • 51' •
Live-opname: 11 augustus 2017, Finnish National Opera, Helsinki

   

Stravinsky's Perséphone (1934) is a breathtaking music-theatrical narration of the myth of Perséphone's abduction to the underworld and return to earth. With its transparent, sober but evocative music, Perséphone offers Stravinsky's second ode to spring, albeit without the brutal excesses of Le Sacre.

Aldus de wervende tekst op de achterkant van deze uitgave. En net als de meeste wervende teksten enigszins overdreven. De Stravinsky van Le Sacre du Printemps heeft niets te maken met die van Perséphone. In 1927, negen jaar na de Sacre, wierp Stravinsky opnieuw een steen in de muziekvijver met zijn Oedipus Rex, een werk dat een gezicht gaf aan het genre neoklassisisme. Perséphone is het kleine zusje van Oedipus Rex, niet van Le Sacre.

Perséphone was een opdrachtwerk van de excentrieke en beeldschone Russische danseres Ida Rubinstein. Een melodrama waarin zij danste en declameerde. Voor uitgebreide informatie verwijs ik graag naar de bespreking die Aart van der Wal schreef over de Duitse uitvoering van het werk, met een glansrol voor tenor Fritz Wunderlich. Waarbij ik er tevens op wijs dat de herziene versie uit 1949 geen ingekorte concertversie is. In ‘Stravinsky, The composer and his works' van Eric Walter White lezen we daarover het volgende: Although the current edition of the full score carries a note to say that it was revised in 1949, it is difficult after comparing it with the 1934 score to find evidence of any important changes.

Op het concertpodium zult u Perséphone niet tegenkomen, de enige uitvoering (twee concerten) door het Concertgebouworkest vond plaats in 1975, met dirigent Colin Davis – die overigens een indrukwekkende opname van Oedipus Rex op zijn conto heeft. De discografie van het werk is al even beperkt. In het kader van de uitgave van de complete werken onder leiding van de componist door het label CBS (overgenomen door Sony) beschikken we over een uitstekende en autoratieve interpretatie die voor eens en altijd duidelijk maakt wat de componist voor ogen zweefde. Ze mist misschien het laatste onsje in orkestrale afwerking, maar het is volstrekt duidelijk hoe de componist zijn noten gespeeld wenste te hebben. Wonderlijk dat in een tijd waarin zoveel aandacht wordt besteed aan Werktreue en Urtext er zo weinig notie wordt genomen van de meest voor de hand liggende informatie die beschikbaar is: interpretaties door de auteur.

Meer recentelijk hebben Teodor Currentzis en Peter Sellars hun licht laten schijnen op een avondvullende combinatie van Iolante van Tsjaikovski en Perséphone. Dat beide mannen garant staan voor een avondje onderhoudend muziektheater werd onlangs bewezen in hun arrangement van Mozarts La Clemenza di Tito waaraan alleen de toevoeging the musical ontbrak. Luister op YouTube maar eens naar de laatste (schitterende) maten van Perséphone zoals ze tot klinken komen in de suikerzoete interpretatie van Currentzis. Stravinsky zonder ballen.

Esa-Pekka Salonen was net als Igor Stravinsky in Los Angeles een componist in ballingschap, maar ongedwongen. Als dirigent van het Los Angeles Symphony Orchestra nam hij alle belangrijke werken van Stravinsky op voor het label Sony. Perséphone heeft echter moeten wachten tot het Helsinki Festival van 2017. Een live-uitvoering en als zodanig een indrukwekkende prestatie. Ze verschilt hemelsbreed met die van de componist, maar dat heeft ook alles te maken met de manier waarop wij deze werken nu willen horen. En al evenveel met de manier waarop Stravinsky in 1966 aankeek tegen een werk uit 1934. Het is maar de vraag of Stravinsky in 1943 dezelfde onsentimentele klank aan zijn orkest zou hebben ontlokt, een klank die veel meer past bij zijn geserreerde late werken.

Het blijft speculeren. Intussen luisteren we naar een Perséphone uit Helsinki die voor veel muziekliefhebbers het beste uit twee werelden te bieden heeft. In de eerste plaats uitstekend orkestspel, gecombineerd met tempi die kloppen. Een tenor met het gewenste timbre, aangenaam maar onverstaanbaar. Pauline Cheviller is woord voor woord te volgen, maar ze klinkt als een meisje – niet als de vrouw die Perséphone is. Het Finse operakoor kent de makke van operakoren over de hele wereld, de klank wordt beïnvloed door een overmaat aan vibrato. Het kinderkoor is om te zoenen. We wachten nog steeds op de ideale opname van Perséphone, maar alles overwegende heeft Salonen hier een prestatie neergezet waar we het voorlopig uitstekend mee kunnen doen.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links