CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, januari 2011

 

 

Stravinsky: Les Noces – Oedipus Rex

Les Noces: Mlada Khudoley (sopraan), Olga Savova (mezzosopraan), Alexander Timchenko (tenor), Andrei Serov (bas).

Oedipus Rex: Gérard Depardieu (verteller), Sergej Semishkur (Oedipus), Ekaterina Semenchuk (Jocasta), Evgeny Nikitin (Creon), Mikhail Petrenko (Tiresias).

Mariinski Koor en Orkest o.l.v. Valery Gergiev

Mariinsky MAR 0510 • 74' • (sacd)


Het Marijinski-ensemble heeft sinds mei van het vorig jaar zijn eigen cd-label, en presenteert hier alweer de zesde uitgave. Een interessante combinatie van twee grote vocale werken van Igor Stravinsky, waarvan de premières slechts vier jaar uit elkaar lagen, maar ieder op zich kenmerkend voor twee heel verschillende gezichten van de componist. Les Noces, de Bruiloft, is de vocale pendant van Le Sacre, maar dan gecomprimeerd in een wonderlijke instrumentale bezetting voor vier piano’s en slagwerk – niet onvermeld mag blijven dat Stravinsky al in 1914 aan de compositie van Les Noces was begonnen. Over Oedipus Rex deed hij slechts twee jaar, en het is het eerste grote werk in de door Stravinsky gelanceerde neoclassicistische stijl, die een gigantische uitwerking heeft gehad op het twintigste-eeuwse componeren, van Carl Orff tot Pierre Boulez. Om deze stylistische revolutie te introduceren in de vorm van een ‘dramatisch oratorium’ is op zich al een coup de theatre, en de hersencellen van menige componist en theatermaker zijn erdoor aan het werk gezet.

De combinatie Marijinski – Gergiev – Stravinsky is op papier er een om van te watertanden, en de reacties op deze uitgave in de internationale pers waren dan ook overwegend lyrisch, aangemoedigd door de vele succesvolle tournees die het gezelschap met dit programma ondernam. Heel begrijpelijk wanneer het visuele element onvermijdelijk een doorslaggevende rol speelt, tenslotte luister je in de concertzaal niet met je ogen dicht. Maar de cd nodigt diegenen die er niet bij waren uit tot het plaatsen van een paar kanttekeningen. Vocalisten en koor zingen ‘à la Russe’ met een vibrato dat vast heel authentiek is, maar er ook lustig op los wappert, en dat eist zijn tol in de intonatie en accuratesse – geen geringe vereisten bij Vorst Igor. Gergiev is zijn driftige zelf en dat leidt met name in Les Noces tot onbarmhartig gedreven tempi. Spannend in de concertzaal, eenmaal thuisgekomen frustrerend in de luie stoel. Details glijden onder de lessenaars, articulatie struikelt over uitspraak, en de uiteindelijke indruk is er een van onrust. Deze bruiloft heeft geen ‘happy ending’.

Nee, dan de opname die Daniel Reuss in zijn kortstondige verbintenis met het RAS-Kammerchor voor het label harmonia mundi maakte. Van de solisten waren de dames Engels en de heren Russisch, maar dit gemengde huwelijk kent geen grenzen. Er wordt op het scherp van de snede gemusiceerd en gezongen, en de opname klinkt letterlijk als een klok – denk maar aan de slotakkoorden. Bovendien maakt het geheel nog een authentiek Russische indruk ook (HMC 801913).

Oedipus Rex is het product van ‘een Rus in Parijs’. Moedertje Rusland is ver te zoeken, maar librettist Jean Cocteau had allang begrepen dat hij een geniale vernieuwer tegen het lijf gelopen was, en door met hem samen te werken niet alleen de literatuur, maar ook de toonkunst een poepje kon laten ruiken. Oedipus Rex sloeg in als een bom, vooral omdat Stravinsky op slag niet meer voldeed aan het beeld van de folkloristische en daardoor exotische verschijning van een interessante allochtoon. Ineens was hij een geassimileerde autochtoon die de verworvenheden van Bach en Handel in een nieuwe jas wist te steken. Cocteau rook een schandaal, en vond het dus allemaal prachtig, voor Stravinsky was het een belangrijke ommekeer: muziek drukt niets anders uit dan muziek. Het gebruik van een dode taal, het Latijn, versterkte die indruk nog slechts: het neoclassicisme was geboren.

Met Rusland heeft deze partituur niets meer te maken, en een uitvoering door een Russische dirigent met een Russisch koor en orkest is al evenmin een vereiste. Wanneer dat toch gebeurt, zoals hier, kan er het nodige misgaan. Een eerste vereiste is een strakke koorklank, en daarvan kunnen we het Marijinski Koor niet beschuldigen. De beide Russische hoofdrolspelers van deze registratie klinken meer naar Moskou dan naar Parijs, en daarmee is het beeld wel zo’n beetje geschetst. Dat Gérard Depardieu als verteller de luisteraar met de haren erbij sleept vermag de voorstelling niet te redden. In dit repertoire regeert Colin Davis al sinds 1983 als een vorst, met een onovertroffen uitvoering op het label Orfeo, met uitstekende solisten in de persoon van Jessye Norman en Thomas Moser en Michel Piccoli als verteller (Orfeo C 071-831 A).

De opnamekwaliteit uit Sint-Petersburg is problematisch met een klankbeeld waarin een tekort aan diepte, breedte en doorzichtigheid blijft knagen, ongetwijfeld veroorzaakt door de akoestische struikelblokken ter plaatse. Daartegenover is de vormgeving een feest met een uitgebreid tekstboek van 75 pagina’s; tekstboek en cd zitten samen in een kartonnen schuifje. Wat ook mooi meegenomen is: het is een super-audio cd, maar hij komt uit in het middenklasse prijssegment.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links