CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, november 2009

 

 

Stenhammar: Pianoconcert nr. 1 in bes, op. 1 – nr.2 in d, op. 23.

Seta Tanyel (piano), Helsingborg Symphony Orchestra o.l.v. Andrew Manze.

Hyperion CDA67750 • 75’ •

 

 

 


Wilhelm Stenhammar zou ongetwijfeld geen bezwaar hebben gemaakt tegen de titel ‘Zweedse Sibelius’. Net als de vijf jaar oudere Fin was hij de eerste componist die zijn vaderland op de muzikale landkaart van Europa plaatste. Dat deed hij met zijn opus 1, een pianoconcert van brahmsiaanse omvang en allure, dat hij zelf speelde op concerten in Berlijn met Richard Strauss als dirigent. De eerste uitvoering van het concert vond plaats in Stockholm, in 1894, met de 22-jarige componist als solist. Twee weken later speelde hij het al in Kopenhagen. Tot 1908 voerde hij het werk regelmatig uit, maar ook andere pianisten namen het op hun repertoire. De lijst van dirigenten omvat Arthur Nikisch, Karl Muck, Felix Weingartner en Hans Richter. Het is duidelijk dat het eveneens vierdelige tweede pianoconcert van Johannes Brahms de jonge Stenhammar een dat-kan-ik-ook gevoel gegeven moet hebben, maar het resultaat is er niet minder aanstekelijk om.

Stenhammar genoot geen traditionele academische opleiding aan een conservatorium, maar studeerde privé bij een aantal gerenommeerde pianisten. Zijn vader was een componerende jurist, dus de muziek werd hem met de paplepel ingegoten. Als componist was hij autodidact, en dat bleef hem lang dwarszitten, zodat hij in 1909 alsnog een uitgebreide contrapuntische scholing ondernam. Zijn beide opera’s uit de jaren 1890 waren geen succes; frustrerend in een tijd dat een componist pas echt meetelde als hij zich op de operabühne doorgezet had. Zijn eerste symfonie, nog geheel wortelend in de wereld van Wagner en Bruckner, werd door Stenhammar zelf naar de prullenbak verwezen nadat hij kennis gemaakt had met de tweede symfonie van Sibelius.

Het tweede pianoconcert, voltooid in 1907, toont ons een nieuwe wereld in het muzikale denken van Stenhammar. Zelfs nu, ruim honderd jaar later, doet de opening van dit werk je ogenblikkelijk de oren spitsen. De inleidende solo voor de solist wordt keer op keer onderbroken door korte frases in celli en contrabassen, die aldoor proberen de tonaliteit ‘naar beneden te trekken’. Daarmee is de toon voor een buitengewoon spannend vierdelig parcours gezet. Met dit concert vierde Stenhammar nieuwe triomfen, en verdween het eerste concert wat hem betrof in de onderste bureaulade.

Het had weinig gescheeld of daar was het nooit meer uitgekomen. Het enige existerende materiaal van het eerste concert ging bij het bombardement van Breslau in 1945 in vlammen op. Op verzoek van de weduwe Stenhammar maakte de Zweedse componist Kurt Atterberg een reconstructie aan de hand van het klavieruittreksel, zich baserend op de uitvoeringen die hij zich kon herinneren. Die versie werd in 1977 opgenomen door Irene Mannheimer met het orkest van Gothenburg onder Charles Dutoit op het label Sterling. Wonder boven wonder werd er in 1990 een kopie van de oorspronkelijke partituur teruggevonden in de Library of Congress in Washington. De cd-première van die oorspronkelijke versie werd in 1992 opgenomen door Mats Widlund met het Royal Stockholm Philharmonic Orchestra onder Gennadi Rozjdestvenski op Chandos CHAN 9074. Een fantastische vertolking, maar helaas slechts aangevuld met een stukje onvoltooide derde symfonie van een paar minuten.

Dit is deel 49 in de onvolprezen serie ‘The Romantic Piano Concerto’ van het label Hyperion. Dat in zo’n serie weleens wat kaf onder het koren zit is onvermijdelijk, gezien de omvang van dit nog steeds uitdijende project. Maar met deze uitgave heeft Hyperion een voltreffer geschoten. Hoewel van het tweede concert – terecht – meerdere opnamen beschikbaar zijn, toegevoegd aan de bovengenoemde registraties van het eerste concert, is het volkomen voor de hand liggend om de beide concerten samen op één cd uit te brengen, en het lijkt er op dat dat hier voor het eerst gebeurt. Dat op zich is een sterk argument in het voordeel van deze uitgave. Voeg daarbij de volstrekt idiomatische en heerlijk poëtische pianoklank van Seta Tanyel – die al eens de complete concerten van Scharwenka opnam voor Collins Classics. Andrew Manze staat garant voor een nobel en romantisch orkestgeluid, dat onder alle omstandigheden transparant blijft. Manze zorgde ook voor de uitgebreide en informatieve toelichting. Zoals gezegd: een voltreffer.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links