CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, november 2011

 

 
   
 

Stanford: Celloconcert in d – Rondo in F – Ballata & Ballabile – Irish Rhapsody nr. 3 op. 137

Gemma Rosefield (cello), BBC Scottish Symphony Orchestra o.l.v. Andrew Manze

Hyperion CDA67859 • 70' •

 

 

 

Stanford: Suite voor viool en orkest op. 32 – Vioolconcert in D, op. 74

Anthony Marwood (viool), BBC Scottish Symphony Orchestra o.l.v. Martyn Brabbins

Hyperion CDA67208 • 67' •

 

 

 


Het succes van Hyperion met de serie The Romantic Piano concerto werd dit jaar gevierd met de vijftigste aflevering, bij de twintigste verjaardag van het concept. In 1999 besloot Hyperion te beginnen aan The Romantic Violin Concerto, inmiddels elf delen rijk. In 2005 kwam daar The Romantic Cello Concerto bij, die gaat uiteraard wat minder hard: hier wordt deel drie gepresenteerd met de complete werken voor cello en orkest van Stanford.

Sir Charles Villiers Stanford (1852-1924) is van groot belang geweest voor de ontwikkeling van het twintigste-eeuwse Britse muziekleven, als componist, dirigent, docent en administrateur. Tijdens zijn leven had hij succes als componist en zette hij zich als dirigent in voor de werken van Elgar. Na zijn dood werd zijn muziek snel vergeten, maar leefde hij voort als een legendarische componistenmaker, met leerlingen als Holst, Vaughan Williams, Bliss en Bridge, om maar een paar te noemen. Hij was van Ierse afkomst, had een explosief karakter en was een strenge leraar, met de gevleugelde uitspraak ‘It won’t do, me boy, it won’t do’. In zijn eigen composities was hij niet vernieuwend, maar bouwde hij voort op de romantische traditie van Mendelssohn, Schumann en Brahms. In dat opzicht is hij te vergelijken met de Nederlander Julius Röntgen. Net als Röntgen liet hij een kolossaal oeuvre na van meer dan tweehonderd werken in alle genres, waaronder vijf opera’s en zeven symfonieën. Zijn muziek mag in de concertzaal niet of nauwelijks meer te horen zijn, in de platencatalogus is ze zeer ruim vertegenwoordigd, met twee complete symfonische cycli op Chandos en Naxos.

Daaraan heeft Hyperion twee belangwekkende uitgaven toegevoegd. De oudste dateert uit 2000 en bevat twee concertante werken voor viool en orkest, als deel twee in de serie romantische vioolconcerten. Om te beginnen de Suite op. 32 uit 1888, een neo-barokke aangelegenheid die hij schreef voor Joseph Joachim, die het werk in 1889 ten doop hield in Berlijn. In zijn taal wijkt het werk niet af van wat er destijds in dat genre gangbaar was, en is het vergelijkbaar met de Holberg-Suite van Grieg en de orkestsuites van Tsjaikovski. Het Vioolconcert in D dateert van tien jaar later en deelt niet alleen de toonsoort met dat van Brahms. Toch zijn er prachtige momenten waar Stanford duidelijk maakt dat hij bepaald niet alleen maar een epigoon is. Een en ander wordt door Anthony Marwood op grootse wijze duidelijk gemaakt. Marwoods bedrevenheid in de kamermuziek werpt zijn vruchten af in een ingetogen en warme interpretatie van een vioolconcert dat beter verdient dan vergetelheid. Dirigent Brabbins en het orkest van de Schotse BBC leveren zoals steeds in deze series vakwerk, gepaard aan een heldere en doorzichtige opname en voorbeeldige annotatie.

De schijf met cellowerken is net verschenen en werd in januari van dit jaar opgenomen. Hij speelt in op de actualiteit, want dit is het cd-debuut van de jonge Britse celliste Gemma Rosefield, in 2007 winnares van de Pierre Fournier Award, en druk bezig met de opbouw van een succesvolle carrière. Dat zij voor haar debuut Stanford heeft gekozen is een verstandig besluit: op nog een opname van het concert van Elgar of Dvorák zit niemand te wachten. Een cd met onbekend repertoire lokt geen vergelijkingen uit, terwijl ze prachtig kan laten horen dat ze voor het grote romantische repertoire geboren is. Het Celloconcert dateert uit 1880, en de jonge componist heeft een goed stuk vakwerk geleverd, dat naast de concerten van Saint-Saëns en Lalo geen slecht figuur slaat. Maar de gespitste oren die het Vioolconcert en het Tweede pianoconcert oproepen blijven uit. Hetzelfde geldt voor het Rondo, en in iets mindere mate voor Ballata en Ballabile, eigenlijk een celloconcert waaraan een openingsdeel ontbreekt. De stukken waarin Stanford refereert aan zijn Ierse afkomst hebben kennelijk iets in zijn creatieve genen wakkergeschud. Tenminste, wanneer we oordelen naar de zes Ierse rapsodieën die hij voor verschillende bezettingen componeerde. De Irish Rhapsody voor cello en orkest is de derde in de reeks en dateert uit 1913; de componist is dan de zestig voorbij. Het is een kleurrijke partituur waarin de Ierse folklore alle kansen krijgt, met als resultaat een stuk dat je omarmt, en zo speelt Gemma Rosefield het ook. Andrew Manze heeft onvermoede kwaliteiten als dirigent van romantische muziek en weet zijn Schotse musici tot onvervalste Ieren te bekeren. De grote winnares in dit verhaal is Gemma Rosefield, die een dik uur lang vlekkeloos intoneert, een prachtige toon laat horen en deze muziek een allure meegeeft waarvan zelfs de kritische Stanford van onder de indruk zou zijn geweest. ‘It will do, me girly’.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links