CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, november 2022

Hans Sommer - Orchestral Songs

Klik hier voor de inhoudsopgave

Mojca Erdmann (sopraan), Anke Vondung (mezzosopraan), Mauro Peter (tenor), Benjamin Appl (bariton), Rundfunk Sinfonieorchester Berlin o.l.v. Guillermo Garcia Calvo
Pentatone PTC 5187 023 • 70' •
Opname: mei 2021, Saal 1, Haus des Rundfunks, Berlijn

   

Hans Sommer heeft een markante rol gespeeld in het Duitse muziekleven van rond 1900. Niet als componist, maar als auteur van het essay Die Wertschätzung der Musik , waarmee hij in 1898 een aanzet gaf tot de oprichting van de Genossenschaft Deutscher Komponisten. Een belangrijk voorstel tot verbeteringen in de uit 1870 daterende wet op de auteursrechten. Muziekliefhebbers weten dat Richard Strauss in veel publicaties genoemd wordt als de initiator van de Genossenschaft, en gezien zijn status is dat ook niet verwonderlijk, maar de eer behoort toe aan Hans Sommer.

Nu was Sommer het van jongs af aan wel gewend om de tweede viool te spelen in het gezinsleven zowel als de muziek. Zowel Wikipedia als de Grove Music Online zijn zuinig met biografische gegevens, maar gelukkig is er een prima website die onderhouden wordt door Hans-Christoph Mauruschat, achterkleinzoon van Sommer, die ook verantwoordelijk is voor de toelichting bij de hier te bespreken cd: www.hans-sommer.de

Hans Sommer werd geboren als Hans Friedrich August Zincken genannt Sommer. Hij verloor zijn vader toen hij drie jaar oud was, en gebruikte als componist de verkorte versie Hans Sommer en soms als pseudoniem: E.T. Neckniz. E.T. is fonetisch été zomer in het Frans, Sommer in het Duits. Hans groeide op in het gezin van zijn stiefvader Voigtländer, een succesvolle fabrikant van fototoestellen en lenzen. Hoewel Hans al jong een passie voor muziek toonde kon er in dat welgestelde milieu geen sprake zijn van een beroepsmatige muziekopleiding. De intelligente jonge man werd door zijn stiefvader gedwongen tot een universitaire studie wis- en natuurkunde. De eerste helft van zijn carrière besteedde Sommer als leraar, docent en uiteindelijk rector van de technische universiteit van zijn geboorteplaats Braunschweig. Daarnaast droeg hij als rekenkundige actief bij aan de ontwikkeling van precisielenzen voor het bedrijf van zijn stiefvader.

Zijn muzikale aspiraties vervolgde hij door compositieles te nemen bij een plaatselijke grootheid, en in 1865 durfde hij het aan om aan het Hoftheater in Braunschweig zijn eerste opera te presenteren onder bovenvermeld pseudoniem: E.T. Neckniz. Na zowel als wetenschapper en componist succesvol actief te zijn geweest nam hij in 1884 het besluit om zijn baan als rector van de Technische Hogeschool op te zeggen en zich als freischaffend componist te vestigen. Hij concentreerde zich daarbij op opera's en liederen, en in de volgende decennia boekte hij met zijn opera's lokale successen in Braunschweig. Zijn opera Rübezal werd in 1905 in Berlijn gedirigeerd door Richard Strauss. Geen van zijn opera's wist repertoire te houden, en na zijn dood in 1922 leefde zijn herinnering alleen nog voort in een handvol liederen.

Bijna een eeuw na zijn overlijden verscheen op het label Tudor een cd met de liederencyclus Sapphos Gesänge en een aantal losse orkestliederen. De medewerking van bariton Bo Skovhus zorgde voor de nodige extra aandacht, en het label Naxos pakte de draad op met twee delen liederen met pianobegeleiding. Nu presenteert Pentatone een album met orkestliederen, en het goede nieuws is daarbij dat er op één uitzondering na geen overlap plaatsvindt met de Tudor uitgave. Die ene uitzondering betreft dan tevens de mooiste schepping van Sommer, Wanderers Nachtlied II, Über alle Gipfeln ist Ruh, de geliefde tekst van Goethe die ook door onze Alphons Diepenbrock werd vertoond.

Pentatone heeft er wijselijk voor gekozen om de liederen afwisselend door vier vocalisten te laten uitvoeren. Het belangrijkste aandeel inclusief bovengenoemd Wanderers Nachtlied gaat daarbij naar bariton Benjamin Appl, die zowel kwantitatief als kwalitatief een topprestatie levert. Voor tenor Mauro Peter blijft het bij één lied, de dames Mojca Erdmann (sopraan) en Anke Vondung (mezzosopraan) nemen de rest voor hun rekening.

De cd opent niet met een cyclus, maar de eerste zes liederen vormen een eenheid door de tekstkeuze: Johann Wolfgang von Goethe. Uit de opera Lorelei (1889) zingt sopraan Mojca Erdmann vijf Lorens Lieder. Na de beide versies van Wanderers Nachtlied door Benjamin Appl volgt nog een aardige verrassing die men als toegift zou kunnen beschouwen: vier delen uit de cyclus Hunold Singuf opus 4. De verrassing schuilt in het feit dat de instrumentatie beperkt bleef tot een strijkkwartet plus klarinet.

Samenvattend: Pentatone presenteert hier een cd met uitsluitend discografische premières (behalve het Nachtlied), die een componist laten horen die weliswaar de tand des tijds niet heeft doorstaan, maar in onze zoektocht naar herontdekkingen alsnog de verdiende kans krijgt om zich te bewijzen. De vier vocalisten, het orkest van de Duitse omroep Berlijn en dirigent Guillermo Garcia Calvo hebben voortreffelijk werk verricht en de opname door de technici van de omroep klinkt als een klok. Zoals zo vaak bij de deelname van de Duitse publieke omroep springt één naam er uit: Stefan Lang, als hoofd Deutschlandfunk Kultur verantwoordelijk voor de organisatie van dit bepaald niet simpele project.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links