CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, september 2020

Silvestrov: Ode to a Nightingale – Cantate nr. 4 – Concertino voor piano en klein orkest – Moments of Poetry and Music – Symfonie nr. 7

Inna Galatenko (sopraan), Oleg Bezborodko (piano), Lithuanian National Symphony Orchestra o.l.v. Christopher Lyndon-Gee
Naxos 8.574123 • 73' •
Opname: januari 2019, Lithuanian National Cultural Centre Recording Studio, Vilnius (Litouwen)

   

De voormalige Sovjet-Unie heeft in de laatste stuiptrekkingen van haar bestaan een aantal opvallende componisten opgeleverd: Sofia Goebaidoelina, Alfred Schnittke, Gia Kantsjeli en Arvo Pärt, om de bekendste even op te noemen. Die zijn allen verhuisd naar het westen zodra het enigszins mogelijk was. Er is echter één man die geen afscheid kan en wil nemen van zijn geboortestad, dat is Valentin Silvestrov, geboren en getogen in Kiev. Al bijna een halve eeuw woont hij in een eenvoudig flatje, in een in 1966 onverschillig neergezette woonkazerne. Verkassen wil hij niet, en voor zijn muziek vind hij het ook niet relevant. ‘Aan de muziek van Bach kun je toch ook niet horen dat hij nooit in New York is geweest?' Hij begon als een dwarse avant-gardist, erop gebrand om de autoriteiten tegen de schenen te schoppen. Zijn werken werden niet gespeeld, maar in het buitenland werd hij hier en daar opgemerkt. Zo won hij in 1970 een prijs op het Gaudeamusconcours in Amsterdam, en werd zijn Derde symfonie in 1968 uitgevoerd in Donaueschingen door het Residentie Orkest onder Bruno Maderna.

In de jaren zeventig en tachtig maakte Silvestrov een ommezwaai naar een nieuwe muziekbeleving, die eenvoud combineert met de radicale technieken van weleer. Hijzelf legt dat prachtig uit: ‘Radicale muziek componeren was als het werken met een berg zout, die je helemaal opmaakte. Nu neem ik een handjevol zout, alleen om de smaak.'

Silvestrov noemt zijn nieuwe klanken metamuziek. De filosofie daarachter verwoordt hij als volgt: ‘We zijn al in het derde millennium beland, en alleen al daarom is alles wat we willen zeggen een nagalm, een herinnering, een postludium van datgene wat ooit reeds gezegd is. Postludium is de geest van onze tijd. We zitten al lang in de Coda van het hele tijdperk, en dat kan nog heel lang duren'. Inmiddels is Silvestrov flink in de tachtig en bezig met zijn negende symfonie.

De Zevende Symfonie kwam op 2 oktober 2015 voor de tweede keer in haar bestaan tot klinken in het Utrechtse Vredenburg. De componist was voor de gelegenheid zelf overgekomen – een uiterst vriendelijke man die in rap Russisch honderduit vertelde over zijn werk. De Zevende is voor Silvestrovs doen een compact werk (zijn Vijfde en Zesde duren bijna een uur). Zoals in al zijn werken domineren langzame tempi en is er van symfonische ontwikkeling nauwelijks sprake. De Zevende begint met een splinterend forte, waarvan de scherven zich aaneenrijgen tot nostalgische melodieën met hier en daar een bekend citaat. Zo horen we Wagners Tristan-akkoorden een paar maal langs komen. In de slotmaten van het stuk zijn reminiscenties aan de Negende symfonie van Mahler waar te nemen: stokkende ritmes in de harp, die op een verstoorde hartslag kunnen duiden, en een zwaar ademen in de blaasinstrumenten, dat langzaam wegsterft. Zou het kunnen dat de componist hier afscheid neemt van zijn innig geliefde echtgenote, de musicologe Larissa Bondarenko, die in 1996 overleed en die hij eerder vaarwel zegde met een schitterend Requiem?

Niet alleen de Zevende symfonie beleeft op deze uitgave zijn discografische première. De Ode to a Nightingale, op de klassiek geworden tekst van de Britse dichter John Keats klinkt hier voor het eerst in de versie met orkest; de Russische vertaling is van Jevgeni Vitkovski. In dit werk uit 1983 komt de nachtegaal vanzelfsprekend uitbundig aan het woord, maar dan niet volgens de ornithologisch correcte methode van Olivier Messiaen, maar met een paar karakteristieke en veelvuldig herhaalde motiefjes. De Cantate nr. 4 uit 2014 beleeft hier eveneens haar première. Het is een kort vierdelig werk, op Russische teksten van drie verschillende dichters (het derde deel is instrumentaal). In het eerste deel van de beide Moments of Poetry and Music uit 2003 wordt eveneens gezongen, op een Russische vertaling van een tekst van Paul Celan. Sopraan Inna Galatenko levert niet alleen in technisch opzicht een geduchte prestatie, ze is ook een genot om naar te luisteren.

Een ander substantieel werk dat hier voor het eerst werd opgenomen is het Concertino voor piano en klein orkest, een recent werk uit 2015. Het is ontstaan vanuit de geestesgesteldheid waarmee het Agnus Dei uit het Requiem (1997/9) is doordrenkt. Muziek die zich alleen nog maar bezighoudt met gekoesterde herinneringen. De titel Concertino is goed gekozen, tot concerteren in de gebruikelijke zin komt het niet – het driedelige werk begint drie maal op exact dezelfde manier, in exact dezelfde toonsoort.

Het uitstekend spelende Litouwse Nationaal Orkest wordt gedirigeerd door Christopher Lyndon-Gee, de man die ooit voor het label Naxos een heldendaad verrichtte door de complete orkestwerken van Igor Markevitch vast te leggen met Het Gelders Orkest. Lyndon-Gee heeft in het moderne repertoire zijn kwaliteiten meer dan voldoende bewezen, en vond in sopraan Inna Galatenko en pianist Oleg Bezborodko toegewijde solisten – dit is muziek waarin men moet geloven. Een liefdevolle hommage aan een bescheiden componist met prachtige herinneringen.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links