CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, juli 2017

 

Silvestrov: Requiem voor Larissa

National Choir & Symphony Orchestra of Ukraine o.l.v. Volodymyr Sirenko

ECM New Series 1778 472 1122

• 53' •

Opname: 2001, Kiev, Oekraïne

 

In 1996 overleed de musicologe Larissa Bondarenko. Haar echtgenoot, componist Valentin Silvestrov, zag zijn wereld instorten en daarmee zijn vermogen tot componeren. Een jaar na haar dood begon hij desondanks aan wat hij beschouwde als zijn laatste werk: Requiem voor Larissa. Het is een document van hun beider leven waarin flarden van Silverstrovs muziek voorbijtrekken. Een componist aan zijn eigen sterfbed.

In 1966 betrokken Larissa en Valentin een armetierig flatje in een woonkazerne in Kiev, Silvestrovs geboortestad. Valentin begon als een dwarse avant-gardist, erop gebrand om de autoriteiten tegen de schenen te schoppen. Zijn werken werden niet gespeeld, maar in het buitenland werd hij hier en daar opgemerkt. Zo won hij in 1970 een prijs op het Gaudeamusconcours in Amsterdam, en werd zijn Derde symfonie in 1968 uitgevoerd in Donaueschingen door het Residentie Orkest onder Bruno Maderna. In de jaren zeventig en tachtig maakte Silvestrov een ommezwaai naar een nieuwe muziekbeleving, die eenvoud combineert met de radicale technieken van weleer. Hijzelf legt dat prachtig uit: 'Radicale muziek componeren was als het werken met een berg zout, die je helemaal opmaakte. Nu neem ik een handjevol zout, alleen om de smaak.' Silvestrov noemt zijn nieuwe klanken metamuziek. De filosofie daarachter verwoordt hij als volgt: 'We zijn al in het derde millennium beland, en alleen al daarom is alles wat we willen zeggen een nagalm, een herinnering, een postludium van datgene wat ooit reeds gezegd is. Postludium is de geest van onze tijd. We zitten al lang in de Coda van het hele tijdperk, en dat kan nog heel lang duren'.

De voormalige Sovjet-Unie heeft in de laatste stuiptrekkingen van haar bestaan een aantal opvallende componisten opgeleverd: Sofia Goebaidoelina, Alfred Schnittke, Gia Kantsjeli en Arvo Pärt, om de bekendste op te noemen. Die zijn allen verhuisd naar het westen zodra het eniszins mogelijk was. Er is echter één man die geen afscheid kan en wil nemen van zijn geboortestad Kiev, dat is Valentin Silvestrov. Verkassen wil hij niet, en voor zijn muziek vind hij het ook niet relevant. 'Aan de muziek van Bach kun je toch ook niet horen dat hij nooit in New York is geweest?'

Na het Requiem voor Larissa kwam het componeren van Silvestrov in een tweede fase, die leidde tot de Zevende symfonie, een compact werk dat begint met een splinterend forte, waarvan de scherven zich aaneenrijgen tot nostalgische melodieën met hier en daar een bekend citaat. Zo horen we Wagners Tristan-akkoorden een paar maal langs komen. In de slotmaten van het stuk zijn reminiscenties aan de Negende symfonie van Mahler waar te nemen. De stokkende ritmes in de harp, die op een verstoorde hartslag kunnen duiden, en het zware ademen in de blaasinstrumenten, dat langzaam wegsterft. Zou het kunnen dat de componist hier toch nog even afscheid neemt van zijn inniggeliefde Larissa?

In dit Requiem dat in godsnaam geen Requiem wil zijn komen slechts flarden van de traditionele tekst voorbij. Silvestrov moest zijn eigen weg volgen om zijn verdriet te kanaliseren. De laatste compositie van Silvestrov die Larissa hoorde, was een pianowerk van zijn hand met de titel 'de boodschapper'. Dat werkte hij om tot een Agnus Dei waarin zijn verleden als avant-gardist in melodische fragmenten doorklinkt over windvlagen die door de synthesizer worden opgewekt en Mozartcitaten die niemand herkent - een laatste Requiem aeternam en een laatste ademtocht sterven langzaam weg.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links