CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, mei 2011

 

 

Sibelius: Symfonie nr. 1 in e, op. 39 –
nr. 3 in C, op. 52

The Hallé o.l.v. Mark Elder

Hallé CD HLL 7514 • 69' •

 

 

 

 


Jean Sibelius heeft in Nederland nooit vaste grond onder de voeten gekregen, bij de buren op het vasteland van Europa trouwens al evenmin. Dat komt, wat Nederland betreft, door onze dirigenten: de grote Nederlandse chefs, Mengelberg, van Beinum, van Otterloo, Flipse en Haitink voelden zich kennelijk niet aangesproken door de Finse toondichter. In Engeland lusten ze er wel pap van, maar daar hebben grote maestri als Sir John Barbirolli en Sir Thomas Beecham zich dan ook van het begin af aan voor zijn zaak ingezet. Net als Leopold Stokowski (Philadelphia Orchestra) en Serge Koussevitzky (Boston Symphony) in de Verenigde Staten. Hetzelfde geldt voor Stokowski’s opvolger, Eugene Ormandy, maar die nam wel de vrijheid om Sibelius’ geniale partituren naar eigen inzicht aan te passen, en niet zo’n klein beetje ook. Een feit dat in tal van vergelijkende discografieën nog steeds niet opgemerkt wordt; zijn interpretaties worden zonder voorbehoud hoog aangeslagen. Wat niet weet, wat niet deert.

De naam van Sir John Barbirolli (1899-1970) is onlosmakelijk verbonden met die van het Hallé Orchestra in Manchester. Nadat hij bij het New York Philharmonic in 1936 Arturo Toscanini had opgevolgd, koos Barbirolli er in 1943 voor om het in de oorlogsjaren verkommerde Hallé Orchestra uit de misère te helpen. Dat roept parallellen op met de huidige chef van Hallé, Sir Mark Elder, die in september 2000 aantrad bij een orkest dat financieel en artistiek diep in de problemen stak, ondanks de bouw van een nieuwe concertzaal in 1996, de Bridgewater Hall. Sinds zijn komst heeft het orkest zijn internationale status herwonnen, niet in het minst dank zij de lancering van een eigen label. Daarmee schaart het zich in de lange rij ensembles die zelf de discografische broek moeten ophouden. In Manchester doen ze dat door zich te concentreren op het repertoire waar ze altijd goed in waren: Wagner, Elgar en Sibelius, in combinatie met eigentijdse zaken die je nergens anders tegenkomt.

Mark Elder wortelt net als John Barbirolli in de wereld van de opera: hij was lange tijd als artistiek leider verbonden aan de English National Opera (1979-1993). Zijn ervaring als operadirigent kleurt zijn artistieke bagage met een natuurlijk gevoel voor rubato – geven en nemen – en een sterk instinct voor de lange lijn.

Er zijn momenten waarop Sibelius zich in zijn Eerste symfonie uit 1899 – hij was toen 34 jaar – zonder gêne overgeeft aan de smartelijke romantiek van Tsjaikovski; in dat opzicht zou je de Eerste Sibelius ook de Achtste Tsjaikovski kunnen noemen. Maar Sibelius was een kind van zijn tijd en moet ook de opera’s van zijn iets oudere collega Puccini gekend hebben. Die twee werelden komen in ieder geval in de interpretatie van Elder duidelijk naar voren. Het valt op dat een operadirigent als Pappano onlangs een dijk van een Tweede Rachmaninov wist neer te zetten (EMI), en dat het ook hier weer een operadirigent is, die deze eersteling van Sibelius neerzet op een manier die respect afdwingt: zo nieuw en toch zo vertrouwd, maar bovenal zo volkomen logisch. Alles staat waar het moet staan.

Was de Eerste een studio-opname in de studio van de BBC in Manchester, de Derde werd live opgenomen in Bridgewater Hall, de concertzaal van het Hallé orkest. Tussen de Eerste en de Derde ligt het kolossale succes van de Tweede, hèt eerste meesterwerk dat het Finse keurmerk met trots kan voeren. Het ligt voor de hand dat gezien de tegendraadse natuur van de componist een herhaling van dat succes uitgesloten was. Het roer moest om. Was het Beethoven of Busoni die hem inspireerde tot het schrijven van een symfonie in C-groot? Waarschijnlijk beide: Busoni met de publicatie van zijn ‘ Entwurf einer neuen Ästhetik der Tonkunst’, Beethoven met de oermoeder van alle romantische Symfonieën, de Vijfde. Sibelius was er mee bezig van 1904 tot 1907, en het resultaat is een planeet verwijderd van de beide voorgangers. Weg is het meeslepende negentiende-eeuwse pathos – geboren is het neoclassicisme volgens Sibelius. Dertien jaar voor het officiële moment: Pulcinella van Igor Stravinsky.

De Eerste symfonie ligt Mark Elder hoorbaar na aan het hart. Beluistering van de Derde maakt twee zaken duidelijk: het is een live-opname, compleet met applaus en dit werk is niet het meest geschikte vehikel voor een dirigent die het drama zoekt. Bij zijn Finse collega Paavo Berglund (EMI) vind het omgekeerde plaats; die zet een nuchtere Eerste neer, maar overtuigt volkomen met een Derde die vanuit klassieke principes wordt neergezet: de muziek spreekt voor zichzelf.

De live-opname van de Derde is iets aan de droge kant, ongetwijfeld door de aanwezigheid van het publiek. De opnamekwaliteit van de Eerste symfonie is vlekkeloos. Deze Sibelius smaakt naar meer.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links