CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, april 2019

 

Schumann: Pianosonate nr. 3 in f, op. 14 (Grande Sonate) Faschingsschwank aus Wien op. 26 Drei Fantasiestücke op. 111 Gesänge der Frühe op. 133

Jean-Efflam Bavouzet (piano)
Chandos CHAN 20081 • 74' •
Opname: juli 2018, Potton Hall, Dunwich, Suffolk (VK)

   

Jean-Efflam Bavouzet (1962) begon pas op middelbare leeftijd serieus aan een discografische carrière, en heeft dus veel in te halen. Het label Chandos steunt hem voor de volle honderd procent, en brengt nu zijn eerste Schumann recital uit. Bavouzet heeft de gewoonte om zijn programmakeuzes persoonlijk toe te lichten, en vertelt in de inleidende tekst hoe hij op zijn ideeën kwam. Dat is wel nodig, want een pianist die zo'n debuut opent met de derde pianosonate doet op zijn minst iets opmerkelijks. De pianosonates van Schumann behoren niet tot zijn populaire werken, niet voor het publiek en evenmin bij de pianisten. Maar Bavouzet hoorde in de jaren tachtig een opname van dit werk door Vladimir Horowitz en was zo gegrepen dat hij de maestro benaderde, het werk aan hem voorspeelde en van gedachten wisselde over de achtergrond van de twee versies en de gemaakte keuzes.

De derde sonate heeft een ondertitel: Concert sans Orchestre. Wat niet betekent dat er concertante eigenschappen in besloten liggen, maar veel zegt over de bandbreedte van het werk: het heeft symfonische aspiraties. Schumann is lang blijven schaven aan dit opus, en er zijn twee versies in omloop, met daarnaast de nodige schetsen. Pas in 1862 bracht de 31-jarige Johannes Brahms het tot klinken. Bavouzet raakte geboeid door de keuzes van Horowitz, die zijn eigen versie samenstelde uit een combinatie van de beide gepubliceerde versies. Hier speelt Bavouzet die Horowitz versie, als een homage aan de meester. Bovendien legt hij in zijn toelichting haarfijn uit hoe het thema dat de veertienjarige (!) Clara Schumann aanleverde voor het derde deel Quasi Variazioni. Andantino de Clara Wieck een belangrijke rol speelt in de rest van het stuk, en zo zijn interpretatie gevormd heeft. Na de sonate koos Bavouzet als tegenhanger de Faschingsschwank aus Wien, een geliefd werk dat in zijn opbouw niet eens zo ver van een sonate afstaat: Allegro Romanze Scherzino Intermezzo Finale.

Voor de rest van dit recital verhuizen we naar de laatste jaren van Schumanns korte componistenleven (1830-1853). Verbijsterend wat hij in die drientwintig jaar heeft geschapen, naast al zijn andere activiteiten als muziekjournalist en dirigent en onzichtbare echtgenoot van een internationaal gerenommeerde concertpianiste. Want laten we één ding niet vergeten: van het echtpaar Schumann was de heer Schumann de man van mevrouw Clara Wieck. In de laatste jaren van zijn componerende bestaan schreef Schumann twee pianowerken waarover heel verschillend wordt geoordeeld: Drei Fantasiestücke opus 111 en Gesänge der Frühe, opus 133. De een ziet een teruggang van zijn creatieve krachten, de ander hoort een berustende diepgang. Bavouzet toont aan dat de discussie geen zin heeft wanneer je gewoon Schumann aan het woord laat, want ondanks zijn mislukking als dirigent componeerde hij door of er niets aan de hand was. Juist hier treffen we momenten van nostalgische ontroering die ons heel dicht bij de gekwelde ziel van Robert Schumann brengen.

Schumann was gefascineerd door de piano, en zijn honger naar persoonlijk virtuozendom kostte hem de controle over zijn vierde vinger. Zijn fascinatie met het instrument liet hij daarna los op een jong meisje dat zijn echtgenote werd: Clara Wieck, de dochter van een fameuze pedagoog. Zijn muzikale nalatenschap is dus niet door hemzelf ingekleurd, zoals in het geval van Beethoven, Chopin en Liszt. Schumann is inmiddels gespeeld door zes generaties pianisten, op ontelbaar verschillende manieren, met duizelingwekkende resultaten en verbijsterende contrasten. In mijn zoektocht naar vergelijkend materiaal stuitte ik op een ramsch-cd (Point Classics 2650892) van Edith Picht-Axenfeldt, die de Derde Sonate en de Gesänge der Frühe speelt op een Bechstein uit 1906. Dicht bij de bron en in al zijn eenvoud om stil van te worden. Op een heel andere manier wordt men gegrepen door het spel van Bavouzet, die het enthousiasme van zijn toelichting omzet in klank. Het resultaat is een prachtig Schumann recital dat een ander licht werpt op een gekwelde componist en zijn niet minder gekwelde en van jongsaf ambitieuze echtgenote.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links