CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, juli 2018

 

Schubert: Pianosonate in Bes, D 960 – Impromptus D 935 (nr. 1 in f; nr. 2 in As; nr. 3 in Bes; nr. 4 in f)

Marc-André Hamelin (piano)
Hyperion CDA68213 • 82' •
Opname: mei 2017, Concert Hall, Wyastone Estate, Monmouth (VK)

 

In het eerste deel van deze sonate verzandt het mooie eerste thema al dadelijk in een zinloze triller in de bas.
Simon Vestdijk, Het Kastje van Oma.

Wat een wonderlijke observatie van Vestdijk, want juist die triller maakt dat eerste deel ongelofelijk spannend. Het ‘mooie eerste thema' dat hemelse rust uitstraalt wordt ondermijnd door dreigende klanken, als onweer in de verte. De spanning tussen die twee natuurverschijnselen bepaalt het verdere verloop van deze sonate met een bijna meteorologische wetmatigheid. En dat terwijl Vestdijk zo ontroerend mooi weet te schrijven over de mens Schubert. Een proeve:

‘Op 31 januari 1797 zag een componist het levenslicht, die zijn leven lang niet uit de schaduw is getreden.Men kan niet eens zeggen, dat hij ‘miskend' was, want miskendheid verondersteld het zich miskend voelen, en daarvoor zijn bij Schubert nauwelijks aanwijzingen te vinden. Geen eerzucht, enkel de honger, en het verlangen naar een bescheiden comfort brachten hem er toe publiciteit te zoeken buiten een beperkte kring van vrienden en bewonderaars. Daarbij werd hij bedrogen door zijn uitgevers, en in het algemeen zo deerlijk onderbetaald, dat hij eerst in zijn sterfjaar (1828) zich een piano kon aanschaffen.'

Wat heeft Vestdijk te maken met de nieuwste opname van Hamelin? Alles en niets. Toch is er een opmerkelijk punt. Is dit de triller van Vestdijk of de triller van Schubert? Als we Vestdijk volgen is de triller een splijtzwam die de structuur van dit deel omdermijnt. Als we Schubert proberen te begrijpen is de triller een noodzakelijk onderdeel van zijn muzikale denken. Ze bepaalt het verloop van het eerste deel op een bijna subversieve manier – je weet niet wanneer die triller weer opduikt. Daar kan een interpreet mee aan de slag, en hoe!

Schubert was zelf geen pianovirtuoos – hij was te arm om een piano aan te schaffen en niet handig genoeg om zijn eigen Wanderer Fantasie uit te voeren. Niettemin schreef hij een indrukwekkend oeuvre aan voltooide en onvoltooide sonates bij elkaar die hun culminatie vinden in die allerlaatste sonate - een werk dat meer dan anderhalve eeuw op erkenning heeft moeten wachten en desondanks maar moeilijk blijkt te bevatten.

Pianovirtuoos par excellence Marc-André Hamelin heeft meer dan honderd componisten op zijn repertoire, en hij vertolkte ze op evenzovele cd's. Hier waagt hij zich voor het eerst aan Schubert, en gezien zijn status trekt dat de nodige aandacht. Hij zegt daarover het volgende: ´I always say that if I could play Schubert's final sonata in every one of my recitals until the day I die, I wouldn't be unhappy! For that reason, the recording of it that is just now being released is extremely important to me, and I would love it to do well; I value it almost as much as everything else I've ever done, combined.´

Hamelin heeft zijn eerste muzikale indrukken opgedaan door te luisteren naar het spel van zijn vader, en in het verlengde daarvan naar het spel van zijn vaders idolen, de grote klavierleeuwen uit vroeger tijden. Pianisten die het niet altijd even nauw namen met de gedrukte notentekst, maar zich vrij voelden om in de huid van de componist te kruipen. De eerste die in de huid van Schubert kroop was componist en pianist Johannes Brahms, die de uitgave van de complete werken bezorgde. Daarbij bracht hij correcties aan waar dat hem logisch leek, met als gevolg dat we een eeuw lang tegen Schubert hebben aangekeken door de bril van Brahms. Daarvan is Marc-André Hamelijn uiteraard op de hoogte, maar dat belet hem niet om aan het Impromptu in f, opus 142 nr. 1, een coda van eigen makelij toe te voegen. Het heeft ongetwijfeld te maken met zijn eigen ervaringen als componist, en is natuurlijk met de beste bedoelingen onderschreven, maar niet iedereen zal er blij mee zijn. Ook in het eerste deel van de sonate in Bes laat Hamelin horen dat hij de traditie van de vrije omgang met het rubato (even uitstellen en dan weer versnellen) als een spons heeft opgezogen.

Het resultaat is uniek. Luister naar het tweede deel van de sonate en verbaas u over de manier waarop Hamelin de fijnste dynamische nuances weet neer te zetten. In tegenstelling tot het eerste deel laat hij hier de ritmische impuls van Schuberts kijk op de marcia funebre intact. Dit is geen interpretatie die zich gemakkelijk laat omschrijven. Voor puristen zeker geen optie, en voor bewonderaars van Radu Lupu geen alternatief. Wie gewoon wil weten wat een van de grrootste virtuozen van vandaag te zeggen heeft over Schubert kan alleen maar aandachtig luisteren. De toelichting zwijgt over het coda van het Impromptu in F, maar de opname is schitterend en de speelduur van 82 minuten kon niet beter.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links