CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, december 2012

 

 

Schubert: complete symfonieën

nr. 1 in D, D 82 - nr. 2 in Bes, D 125 - nr. 3 in D, D 200 - nr. 4 in c, D 417 (Tragische) - nr. 5 in Bes, D 485 - nr. 6 in C, D 589 - nr. 8 in b, D 759 (Onvoltooide) - nr. 9 in C, D 944

Les Musiciens du Louvre Grenoble o.l.v. Marc Minkowski

Naïve 22186 05299 • 4.04' • (4 cd's)

Opname: maart 2012, Konzerthaus, Wenen


De muziekhistorie heeft heel lang geen raad geweten met de symfonieën van Franz Schubert. Dat is vooral te wijten aan Schuberts vroegtijdige overlijden op 31-jarige leeftijd. Zijn twee beroemdste werken in het genre werden pas decennia na zijn dood aan het publiek voorgesteld. Het verlate succes noopte zijn uitgever tot een 'Gesamtausgabe' die uiteraard ondernomen moest worden door die andere Duitse grootmeester, Johannes Brahms. Johannes had weinig waardering voor de jeugdwerken van Schubert, en werkte met tegenzin mee aan een redactie die dientengevolge uiterst vrij omsprong met Schuberts manuscripten. Pas in de tweede helft van de twintigste eeuw kwam er een uitvoeringspraktijk op gang die de eerste zes symfonieën naar waarde wist te schatten. Na grootheden als Herbert von Karajan en Karl Böhm, volgelingen van de Brahms-editie, was het Wolfgang Sawallisch die zich serieus bezighield met de originele intenties van de componist, daarbij geholpen door een team van musicologen die druk doende waren met een nieuwe Urtext-Edition voor muziekuitgeverij Bärenreiter. Zijn bevindigen legde hij in 1967 vast op het label Philips met de Staatskapelle Dresden. Op YouTube is dat in zijn geheel te beluisteren, en de partituur wordt er ook nog bijgeleverd. Nu is dat wel die foute uitgave van Johannes Brahms, maar dat heeft zijn voordelen, want de meelezende luisteraar kan zo zelf vaststellen wat Brahms zoal veranderde. Een kenmerkend voorbeeld is het accent teken, dat door Brahms stelselmatig wordt afgezwakt in een diminuendo. Luister en kijk maar naar de slotnoot van het eerste deel van de Eerste symfonie. Je hoeft er geen noten voor te kunnen lezen. Claudio Abbado, ook al zo'n nieuwsgierige maestro, zette een jonge musicoloog aan het werk, die de handschriften vergeleek met de gedrukte partituren. Hij verwerkte de resultaten in zijn integrale opname met het Chamber Orchestra of Europe, uitgebracht op DG in 1987.

De volgende decennia zagen de opkomst van orkesten die zich toelegden op dit repertoire in een historisch geïnformeerde context. Dus leerden we Schubert kennen door een nieuwe bril. Roy Goodman en zijn Hanover Band beten het spits af in 1989, slechts twee jaar na Abbado. Frans Brüggen werkte aan zijn integrale in het midden van de jaren 1990, gevolgd door Jos van Immerseel en Anima Eterna, voor het label Sony. Brüggens nobele interpretaties zijn gedeeltelijk nog te krijgen op budget-uitgaven van Decca. Immerseel is onlangs integraal herverschenen op het label Zig-Zag. Het bijbehorende boek 'Schubert zonder bril' is verplichte kost voor elke Schubert-liefhebber, en ligt dus in de ramsj. Blijven over twee dirigenten die zich met Schubert hebben beziggehouden zonder oude instrumenten, maar met historiserende inzichten. Eerst Nikolaus Harnoncourt met het Concertgebouworkest, alweer twintig jaar geleden, met de bekende Harnoncouristische karakteristieken. Jonathan Nott, werkzaam in Bamberg, is de jongste. Zijn registratie uit de eerste jaren van de eenentwintigste eeuw legt fascinerende verbanden met eigentijdse componisten die hun visie op Schubert in klank uitdrukken. De opvallendste is Luciano Berio die een hertaling maakte van de schetsen tot een Tiende symfonie. Ze werden onder de titel Rendering geschreven voor het KCO en Riccardo Chailly, en maken deel uit van de twee extra cd's die deze integrale voor het label Tudor aanvulleen.

Dat brengt ons bij de jongste uitgave, door een orkest dat op tijdeigen instrumenten speelt, en de gewoonte heeft de muziekwereld op een verfrissende manier op te schudden. 2012 is een feestjaar voor Marc Minkowski en zijn orkest, Les Musiciens du Louvre Grenoble. Marc wordt vijftig en het door hem als twintigjarige (!) opgerichte orkest viert zijn dertigste verjaardag. Minkowski begon als fagottist, en werd al spelend verliefd op het Octet van Franz Schubert. Dertig jaar later realiseert hij een droom: alle symfonieën met zijn eigen ensemble uit te voeren in Wenen, de stad waar Schubert acht symfonieën schreef en nauwelijks te horen kreeg. De drie concerten vonden plaats in het Konzerthaus (1800 stoelen), waar het label Naïve de integrale in maart 2012 registreerde. Ook Mezzo was erbij, dus mogen we eveneens een uitgave van deze concerten op dvd verwachten, op het label Arte. Op YouTube zijn die al te bekijken, in een aangename geluidskwaliteit. Die is overigens niet identiek aan deze opnamen - men heeft kans gezien om kleine missertjes en publiekslawaai weg te werken.

In het artikel over Franz Schubert in de online-editie van de New Grove Encyclopedia of Music bevindt zich een kapitale blunder. Ik citeer: ' It is worth remembering that at the age when Beethoven finished his First Symphony, Schubert had little over a year to live'. Beethoven schreef zijn Eerste symfonie in 1800, Schubert stierf in 1828. Dat moet natuurlijk zijn: ' It is worth remembering that at the time when Beethoven died, Schubert had little over a year to live'. Hoe zo'n idiote fout jarenlang ongecorrigeerd kan blijven is raadselachtig, maar nog veel raadselachtiger wordt het wanneer we in het boekje bij deze cd getracteerd worden op soortgelijke nonsens. Hier wordt zelfs de conclusie getrokken dat in de lijn Haydn - Mozart niet Beethoven, maar Schubert de volgende zou moeten zijn. Dat geeft te denken over de zorgvuldigheid waarmee een productie als deze zich omringd zou mogen weten.

Misschien is de wens hier wel de vader van de gedachte, want Minkowski's Schubertcyclus is een vervolg op de succesvolle uitvoering van de complete Londense symfonieën van Haydn in het Konzerthaus, en in de vroege Schuberts sluit hij naadloos aan bij Haydn, net als Schubert zelf. Op het resultaat is niets aan te merken, maar het is nogal saai. In de beide volwassen scheppingen gebeurt er in interpretatieve zin nog steeds niet veel, maar wel worden we geconfronteerd met iets dat nog niet zo lang geleden als anachronistisch zou zijn ervaren: het verdubbelen van blazerspartijen (in de Negende), zoals dat een halve eeuw geleden nog doodnormaal was. Dus wordt het openingsthema geblazen door vier hoorns in plaats van twee. Een wonderlijke beslissing die niet geschraagd wordt door een prikkelende interpretatie. Dat is in een notedop wat we hier te horen krijgen. Nieuwe wijn in oude zakken. The times they are a-changin'.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links