CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, januari 2011

 

 

 

 

 

 

 

Saint-Saëns: Hobosonate op. 166 –
Klarinetsonate op. 167 – Fagotsonate op. 168 – Tarantella voor fluit, klarinet en piano op. 6 – Romance voor hoorn en piano op. 67 – Caprice voor fluit, hobo, klarinet en piano op. 79

Canada ’s National Arts Centre Wind Quintet, Joanna G’froerer (fluit), Charles Hamann (hobo), Christopher Millard (fagot), Kimball Sykes (klarinet), Lawrence Vine (hoorn), Stéphane Lemelin (piano)

Naxos 8.570964 • 64' •

* * *

Saint-Saëns: Hobosonate op. 166 –
Romances sans paroles

Bart Schneemann (hobo), Paolo Giacometti (piano)

Brilliant Classics 93688 • 60’ • 2008

 

 

 

 


De carrières van componisten worden gewoonlijk gemarkeerd door geboorte- en sterfjaar. Logisch, maar het kan anders. Je kunt ook de productieve data van een componist meten. Sibelius, die de gezegende leeftijd van 91 jaar bereikte, componeerde 45 jaar lang, van 1881 tot 1926. Camille Saint-Saëns, die in 1835 werd geboren, componeerde 71 jaren gemeten naar zijn opus 1, van 1850 tot zijn dood in 1921. Daarmee behoort hij in de top-tien van langstproducerende toondichters. De winnaar is ongetwijfeld Elliott Carter, geboren in 1908, die nog steeds componeert, maar hij begon pas op zijn vijfentwintigste.

Camille Saint-Saëns was een wonderkind, dat al op vierjarige leeftijd walsen voor de piano schreef, en op zijn elfde zijn eerste concerten als pianist speelde. Hij speelde uit het hoofd, in die tijd een ongebruikelijk fenomeen. Hij was niet alleen muzikaal begaafd, maar ook in wetenschappen en talen blonk hij uit. Eén van zijn interesses gold de astronomie, en van het geld dat hij verdiende met de publicatie van zijn Duetten voor piano en harmonium kocht hij in 1858 een telescoop. Hij zou zijn leven lang blijven publiceren over astronomie. Saint-Saëns was bovendien een verdienstelijk organist, en een groot deel van zijn leven werkte hij in die hoedanigheid aan de Parijse Madeleine. Hij maakte succesvolle concertreizen als dirigent en pianist, waarbij hij zijn eigen werken uitvoerde.

Net als Claude Debussy was Saint-Saëns actief betrokken bij het redigeren en publiceren van muziek uit de Franse barok. Debussy hield zich bezig met Rameau, Saint-Saëns met Lully en Couperin, maar ook met een latere componist als Gluck. Beide componisten waren de Franse zaak zeer toegedaan. In het oeuvre van Debussy heeft dat zijn weerslag gevonden in de drie – van de zes voorgenomen – sonates die hij in de laatste jaren van zijn leven componeerde. Over de relatie tussen de beide heren kunnen we kort zijn: ze mochten elkaar niet. Maar omdat ze allebei in Parijs woonden wist Saint-Saëns natuurlijk precies wat Debussy componeerde, en het verschijnen van Debussy’s sonates moet hem aan het denken hebben gezet.

Saint-Saëns was bepaald geen vernieuwer. Hij noemde zichzelf zonder gêne een eclecticus en vond zijn inspiratie bij Bach, Handel, Mozart, Schubert en Schumann. Debussy had voor zijn muziek geen goed woord over, zijn liefde ging uit naar Charles Gounod. Nu de kruitdampen zijn opgetrokken kunnen we ons daar slechts over verbazen. Het is natuurlijk wel een wonderlijke speling van het lot dat de conservatieve Saint-Saëns de revolutionnaire Debussy nog drie jaar heeft overleefd, en dat hij zich in die drie jaren kennelijk liet inspireren door zijn jongere landgenoot.

In 1921, het jaar van zijn dood, schreef Saint-Saëns drie sonates voor blaasinstrumenten, hobo, klarinet en fagot. Die keuze kan geen toeval zijn: Debussy schreef zijn drie sonates voor drie snaarinstrumenten: cello, viool en altviool. Opvallend is dat Saint-Saëns in deze slotfase dezelfde sobere schrijfwijze hanteert als Debussy en Fauré in hun laatste jaren. Overigens overleefde Gabriel Fauré op zijn beurt Saint-Saëns met drie jaren, een periode waarin o.a. zijn geserreerde Strijkkwartet en de ingetogen Tweede cellosonate ontstonden. De sonates van Saint-Saëns zijn in al hun eenvoud een ontroerend getuigenis van de bewondering die de componist koesterde voor Mozart. Schitterende stukken die de wijsheid van een oude man verklanken, een geest die bijzaken van hoofdzaken heeft leren onderscheiden. In dat opzicht zijn ze te vergelijken met de Vier letzte Lieder en de Sonatine voor blazers – ‘Aus der Werkstatt eines Invaliden’ – van de tachtig-plusser Richard Strauss. Maar de grootste verrassing staat ons te wachten in het laatste deel van de hobosonate. Luisteren we hier nu naar Saint-Saëns of Poulenc? Reden genoeg om je af te vragen of Saint-Saëns werkelijk zo conservatief was. Misschien componeerde hij lang genoeg om weer actueel te worden?

Bespelers van de onderscheiden blaasinstrumenten kunnen deze stukken dromen, maar de gemiddelde concertbezoeker heeft er waarschijnlijk nog nooit van gehoord. Op recitals worden ze heus wel gespeeld, maar hobo-, klarinet- en fagotrecitals zijn nu eenmaal witte raven in ons bestaan. En de drie sonates in één zitting beluisteren kan alleen maar via een geluidsdrager, in welke vorm dan ook. Naxos stelt ons in de gelegenheid om ze te beluisteren op een cd, die gemaakt is in Canada. Opgenomen in de Glen Gould Studio van de CBC (Canadees voor BBC), te Toronto. Er wordt uitstekend gemusiceerd en er zijn toetjes. De cd opent met een luchtig ‘Caprice’ over Deense en Russische wijsjes, geknipt voor tussen de schuifdeuren. Een bewijs voor het feit dat Saint-Saëns zijn leven lang zijn neus niet optrok voor een goed gemaakt stuk salonmuziek. Hetzelfde geldt voor het laatste werkje op de schijf, een Tarantella voor fluit en klarinet van de twintigjarige componist. Een opmerkelijke verrassing wacht ons in de vorm van de Romance voor hoorn en orkest, hier met pianobegeleiding, een van de mooiste hoornsolo’s uit de literatuur voor dat instrument.

Het is u al duidelijk, dit is prachtige muziek, die uitstekend wordt gespeeld. Ook de opname is prima in orde en voor de prijs hoeft niemand het te laten. Maar er is wel een luxeprobleem.

In 1998 maakte hoboïst Bart Schneemann een prachtige cd met de titel ‘Mélodies sans Paroles’, samen met pianist Paolo Giacometti. De ‘Mélodies’ op deze schijf zijn transcripties van liederen. Daaronder zijn ware juweeltjes, zelfs ‘sans paroles’; luister naar ‘Aimons nous’ en u bent verkocht. Waarom de liederen van Saint-Saëns geen rol spelen in het repertoire van zingend Frankrijk is raadselachtig. De cd wordt afgesloten met de aller-allermooiste uitvoering van de hobosonate die u zich kunt wensen. Schneemann is waarschijnlijk een van de laatste hoboïsten met een ‘eigen’ geluid. Zonder lelijk te willen doen moeten we vaststellen dat de toonvorming van hoboïsten inmiddels wereldwijd onderworpen is aan een soort grootste gemene deler. Dat is tevens een van de redenen waarom orkesten van Novosibirsk tot Sao Paulo ongeveer hetzelfde klinken. Onderwerp uw vrienden maar eens aan een geblinddoekte test.

Brilliant Classics, magisters in de kunst van het licenseren, hebben deze uitgave in 2008 aan hun catalogus toegevoegd. Sla uw slag, voor het te laat is.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links