CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, oktober 2015

 

(R.) Strauss: Symphonia Domestica op. 53 - Die Tageszeiten op. 76*

Rundfunkchor Berlin*, Rundfunk-Sinfonieorchester Berlin o.l.v. Marek Janowski

PentaTone Classics PTC 5186 507 68' (sacd)

Opname: oktober 2012 en juni 2014, Haus des Rundfunks, RBB, Berlijn

   

De Symphonia Domestica is het lelijke stiefzusje onder de orkestrale scheppingen van Richard Strauss. In de concurrentie met Till Eulenspiegel en Don Juan is dit symfonische portret van het brave gezin Strauss, bestaande uit vader Richard, moeder Pauline en Bubi roemloos ten onder gegaan. Dat is wel eens anders geweest, want in 1904, het jaar waarin hij het werk voltooide, bracht Strauss de gloednieuwe partituur mee naar het Amsterdamse Concertgebouw, op uitnodiging van Willem Mengelberg. Voor de pauze dirigeerde Strauss de Jupitersymfonie van Mozart, en Pauline zong heel toepasselijk de Drie Mutterlieder. Overigens was die Jupiter ook niet toevallig gekozen, want net als in de Domestica bevat de finale een grootse fuga. Willem Mengelberg dirigeerde de Domestica ook wat graag, en na die eerste uitvoering stond het stuk bijna jaarlijks in de van Baerlestraat op het programma. Voor het laatst in 1934, om pas terug te keren in 2000, toen Lorin Maazel het meebracht voor een gastdirectie. Die uitvoering is terug te vinden in de Anthology of the Royal Concertgebouw Orchestra 2000-2010, en hier besproken door Niek Nelissen. Om nog even dicht bij huis te blijven: de enige Nederlander die de Symphonia Domestica heeft opgenomen is Edo de Waart, met zijn orkest in Minnesota, voor het label Virgin (nu Warner).

Dat is voorzover ik heb kunnen nagaan tevens de laatste recente opname van de Domestica door een internationaal gerenommeerd orkest. In het verleden waren registraties ook niet dik gezaaid, maar vier springen eruit: Fritz Reiner met Chicago, Szell met Cleveland, Karajan met de Berliner en Sawallisch met het Philadelphia Orchestra. De laatste is een live-opname, gemaakt tijdens een toernee in Japan, en hij is verschroeiend mooi. Grappig genoeg zijn er parallellen tussen Sawallisch en Janowski. Beiden zijn ze ervaren Wagnerianen, op enigszins gevorderde leeftijd en wars van iedere vorm van 'showmanship'. Precies het type dirigent dat je voor deze partituur nodig hebt, want het is lastig manoevreren tussen de vele elkaar overtreffende climaxen, om maar te zwijgen van een liefdesscene die bijna net zo realistisch uitpakt als het voorspel tot Der Rosenkavalier. Overigens lijkt de Domestica in vele opzichten een voorstudie tot die opera, nog een reden om je te verwonderen over het gebrek aan publieke belangstelling.

Het aanvullende repertoire is een verrassing. De Tageszeiten opus 76 voor mannenkoor en orkest op een tekst van Joseph von Eichendorff werden geschreven in 1927 voor de Wiener Schubertbund. Zij gaven de eerste uitvoering in 1928 - het boekje zwijgt erover, maar dat was het Schubertjaar. 2014 was een Straussjaar, een mooie gelegenheid voor Janowski om met 'zijn' orkest en het Rundfunkchor deze partituur aan de vergetelheid te onttrekken. In het boekje wordt vermeld dat dit vierluik ook wel de 'Vier Letzte Lieder für Chor' worden genoemd. Begrijpelijk is dat wel, door het elegische karakter van het tweede en het laatste lied, de Mittagsruh en Die Nacht. Misschien heeft Strauss tijdens het schrijven van de Vier Letzte Lieder in 1948 met weemoed teruggedacht aan dat mooie Schubertjaar. Niettemin een prachtig werk, en zoals alle koorwerken van Strauss stinkend moeilijk. De heren van het Rundfunkchor zijn voortreffelijk op hun taak voorbereid door Michael Gläser - in Hilversum vaste gastdirigent van het Groot Omroepkoor. Misschien niet onaardig om ook even te refereren aan het feit dat de Nederlander Gijs Leenaars in 2015 de overstap maakte van het Groot Omroepkoor naar het Rundfunkchor Berlin.

Marek Janowski maakt net als Wolfgang Sawallisch met één welgemikte klap gehakt van de notie dat de Symphonia Domestica middelmatig maakwerk zou zijn. De toevoeging van de Tageszeiten is daarbij een schot in de roos. De opnamekwaliteit ten slotte zorgt ervoor dat deze cd in één keer doorschiet naar de top van de lijst. En om er toch nog een chauvinistisch detail uit te lichten: PentaTone is net zo Nederlands als opnameleider Job Maarse en de opnametechnici Roger de Schot en Jean-Marie Geijsen. Een Hollandse dijk van een cd.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links