CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, oktober 2020

Hans Rott - Orchestral Works Vol. 1

Rott: Hamlet-Ouvertüre – Suite in E – Ein Vorspiel zu ‘Julius Caesar' – Orchestervorspiel in E - Suite in Bes – Pastorales Vorspiel in F

Gürzenich Orchester Köln o.l.v. Christopher Ward
Capriccio C5408 • 52' •
Opname: jan. 2020, Studio Stolbergerstrasse, Keulen

   

Was die Musik an ihm verloren hat, ist gar nicht zu ermessen:
zu solchem Fluge erhebt sich sein Genius schon in dieser Ersten Symphonie, die er als zwanzigjähriger Jüngling schrieb und die ihn - es ist nicht zu viel gesagt – zum
Begründer der neuen Symphonie macht, wie ich sie verstehe.
Gustav Mahler over Hans Rott

Bovenstaande uitspraak werd opgetekend door Natalie Bauer-Lechner, altvioliste in het orkest van de Hamburgse Opera, waar Mahler van 1891 tot 1897 Erster Kapellmeister was. Natalie Bauer was bevriend met Mahler en publiceerde in 1923 een boekje met herinneringen en uitspraken, Erinnerungen an Gustav Mahler. Mahler en de twee jaar oudere Hans Rott waren studiegenoten in Wenen, en afgaande op bovenstaande uitspraak kende Gustav het werk van Rott meer dan oppervlakkig. Hij kan het niet gehoord hebben, en Hans Rott al evenmin. Hij overleed op vijfentwintigjarige leeftijd, en bracht de laatste vier jaren van zijn leven door in een inrichting voor geesteszieken. Daarvoor, tussen 1878 en 1880, schreef hij een handvol werken waarmee hij honderd jaar later de muziekwereld versteld zou laten staan: een symfonie voor groot orkest, een strijkkwartet, het lied Der Sänger en een Pastorales Vorspiel.

Vooral die symfonie baarde groot opzien, zeker in het licht van de hierboven geciteerde uitspraak van Gustav Mahler. De grote gelijkenis tussen het scherzo van Rotts schepping en het scherzo uit Mahlers Eerste symfonie valt niet te loochenen, en er werd zelfs van plagiaat gesproken (Mahlers Eerste ontstond tussen 1885 en 1888). Met de langzame inleiding tot de finale, die klinkt ‘wie ein Naturlaut' avant la lettre heeft Mahler onbetwistbaar eveneens zijn voordeel gedaan. Johannes Brahms had een ander idee over de symfonie van Rott, een examenstuk dat de jonge en straatarme componist een stipendium had moeten bezorgen. Brahms was van mening dat “neben so schönem wieder so viel Triviales oder Unsinniges in der Composition sei, daß dies erstere nicht von Rott herrühren könne” . Een voorbeeld van dat triviale en onzinnige vinden we in de finale van de symfonie, waar Rott unverschämt voortborduurt op het hoofdthema van de finale van de eerste symfonie van de meester. Brahms was not amused. Zijn advies: ‘Geben sie lieber das Komponieren auf'.

De afwijzing door Brahms deed de mentaal toch al onstabiele Rott de das om. Na zijn testament gemaakt te hebben stapte hij op de trein naar een nieuwe betrekking, in de Elzas, ver van zijn geliefde Wenen. Onderweg raakte hij ervan overtuigd dat Brahms de coupe had volgeladen met dynamiet. Toen een reisgenoot een sigaar wilde opsteken verhinderde Rott de vermeende explosie onder bedreiging met een revolver. Daarmee kwam een einde aan de carrière van een componist over wie Anton Bruckner had getuigd: ‘ Von dem Manne werden Sie noch Großes hören'.

Van de symfonie van Rott bestaan inmiddels een flink aantal opnamen, vaak aangevuld met een van de weinige orkestwerken, al dan niet fragmentarisch. Nu heeft het label Capriccio al die losse partituren en schetsen bijeengebracht in één handzame uitgave. De cd opent met een discografische première: de Hamlet-Ouvertüre van de achttienjarige componist, waarvan een gedeeltelijke partituur en een compleet particell (ontwerp partituur) beschikbaar zijn. Johannes Volker Schmidt was niet alleen verantwoordelijk voor de redactie, hij is ook uitgever van de partituur en auteur van de biografie van Rott, Leben und Werk (2010). De reconstructie klinkt volkomen overtuigend. Aan niets is te merken dat we hier met een achttienjarige van doen hebben, wel is de schaduw van zijn orgeldocent Bruckner hier en daar aanwezig;.

Een werk dat naast de symfonie zo nu en dan op concerten tot klinken komt is het Pastorales Vorspiel in F dur, waaraan Rott al in 1877 begon en drie jaar werkte tot de voltooiing in 1880. Hier horen we veel meer dan anticipaties op Mahler, ook naar Reger wordt vooruitgeblikt en de Wagner van de Meistersinger heeft zijn sporen nagelaten. Dat de ontginning van Rotts kleine oeuvre slechts traag verloopt blijkt uit het feit dat het Pastorales Vorspiel pas in 2000 voor het eerst tot klinken kwam, in de Gouden Zaal van de Musikverein in Wenen.

Door het label Capriccio is gul geïnvesteerd in deze uitgave, nu eens zonder de hulp van de Duitse publieke omroep. Het Gürzenich Orchester Köln behoort tot de toporkesten van Duitsland, en kreeg maar liefst vier dagen de tijd om deze cd op te nemen. Dirigent is de Brit Christopher Ward, sinds 2018 GMD in Aken. Zowel dirigent als orkest leveren een puike prestatie in dit totaal onbekende repertoire, de opname laat geen wens onvervuld.

Een passend eerbetoon aan een talent dat honderd jaar te vroeg is gestorven.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links