CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, maart 2020

Röntgen: Pianoconcert nr. 3 in d – nr. 6 in e – nr. 7 in C

Oliver Triendl (piano), Kristiansand Symphony Orchestra o.l.v. Hermann Bäumer
CPO 555 055 • 70 •
Opname: juni 2017, Kilden Performing Arts Centre, Kristiansand (Noorwegen)

   

‘In den tijd, dien een ander noodig zou hebben om papier en potlood gereed te leggen, sleutels en voortekening op den notenbalk te schrijven, heeft hij, bij wijze van spreken, de expositie van een fuga voltooid'.
Sem Dresden over Julius Röntgen, Het Muziekleven in Nederland sinds 1880  (1923)

Julius Röntgen componeerde ongelofelijk snel en verschrikkelijk veel. Met de promotie van zijn werken hield hij zich nauwelijks bezig – hij was alweer begonnen aan een nieuw opus. Eigenschappen die hij deelt met collega's als Bohuslav Martinu en Mieczieslaw Weinberg, toondichters die we voor het gemak – of uit gemakzucht – veelschrijvers noemen, en die daardoor maar het liefst worden vergeten. Daarnaast was hij bestuurlijk actief als medeoprichter en later directeur van het Amsterdams Conservatorium, en trad hij regelmatig op als pianist, solistisch zowel als begeleider van onder andere Pablo Casals.

Voor eigen gebruik schreef hij maar liefst zeven pianoconcerten. Terecht merkt Jurjen Vis in zijn toelichting op: ‘welke componist van na 1800 zou hem dat hebben nagedaan?' Geen van de zeven is overigens tot het repertoire van andere pianisten doorgedrongen, na de premières door de componist zelf verdwenen ze geruisloos. Maar die premières hadden wel een zeker cachet, want die van de concerten twee en drie vonden plaats in het gloednieuwe Concertgebouw, in 1889 en 1891, onder de toenmalige chef-dirigent Willem Kes. Met diens opvolger Willem Mengelberg had Röntgen een wat moeizame verhouding, maar toen hij in 1930 een eredoctoraat van de universiteit van Edinburgh ontving kon Mengelberg er niet omheen: de voor die gelegenheid gecomponeerde concerten zes en zeven kwamen ook in het Concertgebouw tot klinken – zij het met een uurtje repetitie, want Mengelberg had al zijn tijd nodig voor Ein Heldenleben van Richard Strauss. Het wordt ons uitgebreid uit de doeken gedaan in de toelichting door Röntgens biograaf Jurjen Vis, vorig jaar helaas veel te vroeg gestorven.

Röntgen voelde zich in de eerste helft van zijn scheppende leven behaaglijk in de nabijheid van Johannes Brahms en Edvard Grieg, en laat dat duidelijk merken in de eerste drie pianoconcerten. Toen Brahms overleed begon Röntgen voorzichtig om zich heen te kijken en waagde hij zich aan de geromantiseerde neoklassieke inzichten die door Grieg in de Holberg Suite werden toegepast, en in het zevende concert, geschreven in de vruchtbare herfst van zijn leven (die tweehonderd werken opleverde!) horen we een overduidelijke hommage aan Sebastian Bach. Overigens maakt Jurjen Vis in zijn toelichting duidelijk dat die laatste beide concerten – door de componist aangeduid als Siamese tweelingen – in de grond van de zaak niets met elkaar gemeen hebben, en gelijk heeft hij. Met name het laatste concert is een diverterend speelstuk dat uitstekend op eigen benen kan staan.

Een vorige aflevering in wat we zo langzamerhand wel de Röntgen-Editie van CPO mogen noemen bracht ons het Tweede en het Vierde concert met pianist Matthias Kirschnereit en David Porcelijn aan het roer van de NDR Radiophilharmonie Hannover. Die uitgave heb ik hier uitgebreid besproken, met iets meer aandacht voor de levensloop van de componist. Voor deze uitgave neemt CPO ons mee naar Noorwegen, het geboorteland van zijn grote vriend Edvard Grieg en een geliefd vakantieoord van Röntgen. Hermann Baümer, die voor veel interessante concerten zorgde in zijn tijd als GMD van de stad Osnabrück, dirigeert het symfonieorkest van Kristiansand, een havenstad op de zuidelijke punt van Noorwegen. Sinds 2012 heeft het orkest de beschikking over een moderne concertzaal aan het water, de Kilden. De pianist op deze uitgave is Oliver Triendl, die in niets onderdoet voor de prestaties van zijn collega Kirschnereit. Het blijft enigszins schuren dat de aandacht voor de orkestrale partituren van Röntgen moet komen van een Duits label, en dat Nederlandse ensembles er nog steeds geen stuiver voor over hebben. Wat dat betreft is één blik in het archief van het Concertgebouworkest voldoende: tussen 1948 en heden werd daar in 2003 slechts één werk van Röntgen uitgevoerd, ironisch genoeg het Tweede pianoconcert, dat daar in 1889 door de trotse pianist/componist aan het Amsterdamse publiek was voorgesteld.

We zijn weer een stapje dichter bij de ontsluiting van dit deel van Röntgens oeuvre, met alleen de concerten één en vijf nog te gaan. Ik eindig dan ook met de zin waarmee de vorige bespreking afsloot: Muziekliefhebbers die de pianoconcerten van Camille Saint-Saëns en Anton Rubinstein een warm hart toedragen, kunnen zich hier uitleven. Vreemd dat Hyperion met zijn prachtige serie ‘The Romantic Piano Concerto' deze naïeve romanticus nog niet heeft herontdekt. We blijven hopen tot alle zeven pianoconcerten van Julius Röntgen zijn opgenomen.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links