CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, januari 2015

 

Röntgen: Strijktrio nr. 5 in B/b - nr. 6 in fis - nr. 7 in G - nr. 8 in A

Lendvai String Trio

Champs Hill Records CHRCD087 69'

Opname: oktober 2013, Music Room, Champs Hill, Sussex

Klik hier voor de Strijktrio's nr. 1-4

   

Julius Röntgen (1855-1932) was rond de eeuwwisseling van de negentiende naar de twintigste eeuw een machtig man in het Nederlandse muziekleven. Hij genoot internationale bekendheid als pianovirtuoos en begeleider van grote solisten als Pablo Casals en Carl Flesch. Als componist was hij goed bevriend met Edvard Grieg en Johannes Brahms, en Joseph Joachim kende hij vanaf zijn prilste jeugd - Julius' vader was concertmeester van het Gewandhausorchester in Leipzig. Toen Joachim zich in Amsterdam vestigde nam hij al gauw het muziekleven in de Hoofdstad op de schop en werd een van de oprichters van het Amsterdams Conservatorium - hij zou er directeur zijn van 1913 tot 1924. De componist Röntgen is na zijn dood pijlsnel vergeten, en daarin is sindsdien geen verandering gekomen, althans op onze concertpodia. In discografisch opzicht is het omgekeerde aan de gang: sinds een aantal jaren struikelt de verzamelaar bijna maandelijks over alweer een opgraving uit zijn kolossale oeuvre.

Het Lendvai String Trio heeft een wel heel rijke bron aangeboord, want Röntgen schreef tussen zijn zestigste en zijn vijfenzeventigste maar liefst zestien strijktrio's. Het doel is om ze allemaal op te nemen, en dit is aflevering twee; deel één is hier in mei van dit jaar besproken en ik heb me laten vertellen dat deel drie al 'op de plank' ligt. Röntgen nummerde zijn trio's (of strijkkwartetten, vioolsonates, cellosonates en symfonieën) niet, en dat maakt het voor musicologen en muzikanten niet gemakkelijk. De dames van Lendvai hebben het eenvoudig opgelost, de trio's worden in chronologische volgorde afgewerkt. Hier presenteren ze de nummers vijf tot acht, gecomponeerd in 1920 (5-7) en 1923 (nummer 8). De toonsoorten stonden er in het eerste deel keurig bij, maar zijn hier weggelaten - ik heb ze er even voor u bij gezocht.

De toonsoort B/b is typerend voor de latere Röntgen. Zijn vruchtbare fantasie bracht geen woeste experimenten of drieste vernieuwingen voort, maar hij keek wel nieuwsgierig om zich heen. In het vijfde trio past hij in het eerste deel een Schubertiaans gebaar toe: de voortdurende afwisseling van majeur en mineur, hier bijna consequent van maat tot maat toegepast. Röntgen componeerde met het grootste gemak, hij schreef op wat hij in zijn hoofd had, en zijn manuscripten noteerde hij - net als Mozart - in schoonschrift. Het Lendvai String Trio maakt er dankbaar gebruik van: ze spelen uit de handschriften - dichter bij de bron kun je niet komen. Ik herhaal nog maar eens wat ik in mijn bespreking van deel één schreef: dankzij het Anton Kersjes Fonds kunnen we kennismaken met een ensemble en een componist die elkaar gevonden hebben: deze cd is van de eerste tot de laatste seconde een genot om naar te luisteren.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links