CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, januari 2012

 

 

Rihm: Konzert in einem Satz für Violoncello und Orchester

Toch: Konzert für Violoncell und Kammerorchester, op. 35

Tanja Tetzlaff (cello), Deutsche Kammerphilharmonie Bremen o.l.v. Peter Ruzicka (Rihm) en Florian Donderer

NEOS 11038 • 55' •

 


Tanja Tetzlaff – zus van violist Christian, en celliste in diens Tetzlaff-Quartett – schreef de inleiding bij deze uitgave. De laatste paragraaf daarvan wil ik u niet onthouden.

‘Nun ist die CD fertig und wird auf die Reise geschickt. Wer wird sich für ein so unbekanntes Repertoire interessieren? Wer hört überhaupt noch Klassische Musik, und dazu noch solche? Wer hört sie nicht nur nebenbei, beim Abwaschen, Autofahren oder sich unterhaltend, sondern setzt sich mit einem Glas Wein hin und lauscht, folgt den Intentionen der Komponisten und den Emotionen der Spieler? Wer hört die CD ein zweites oder drittes Mal, um die Stücke besser kennenzulernen, zu verstehen, vielleicht den ersten Eindruck zu korrigieren? Demjenigen Tausend Dank, es wäre ein i-Tüpfelchen auf der Freude, die bereits in der Arbeit an der CD geschteckt hat.’

Een vertaling lijkt me overbodig, tenzij u dat i-Tüpfelchen niet herkent hebt als het puntje op de i. Tanja Tetzlaff schetst hier glashelder het lot van componisten, uitvoerenden en platenproducenten in de zich pijlsnel veranderende wereld van nu; een wereld waarin je pas echt beroemd bent wanneer je de Voice of Holland wint – een programma waarin Maria Callas in de eerste ronde te weinig sms-jes zou hebben behaald.
Maar zolang er componisten zijn als Wolfgang Rihm, instrumentalisten als Tanja Tetzlaff en platenlabels als NEOS, is er hoop voor klassieke muziekliefhebbers die tegen de verdrukking in zich blijven interesseren en investeren in nieuwe klanken en niet in de nieuwste hype. Ze worden met deze schijf op hun wenken bediend.

Wolfgang Rihm (1952) schreef zijn ‘Cellokonzert in einem Satz’ in 2005/6 voor Steven Isserliss. Dit is een live-opname van de Duitse première in Bremen, waarvan de componist zo onder de indruk was dat hij direct suggereerde haar op cd uit te brengen. Jammer dat we in het boekje wel de sympathieke woorden van Tanja Tetzlaff mogen lezen over de totstandkoming van een en ander, maar dat er verder aan het stuk geen letter wordt gewijd. Dit concert is het eerste van Rihm dat nu eens niet de titel ‘Musik für’ – denk aan Gesungene Zeit, Musik für Geige und Orchester – maar gewoon een Konzert mag heten. In één deel, maar met een volwassen lengte, en met begeleiding van een standaard orkestbezetting, die aan koperblazers slechts twee hoorns, een trompet en een trombone vergt. Een concert ook waarin de cellist voor de onmogelijke opgave wordt gesteld om driekwart van de partituur te moeten spelen in de hoogste regionen van de a-snaar. Af en toe weet je niet meer of je misschien naar een vioolconcert zit te luisteren. Rihm zoekt hier welbewust de grenzen van het instrument op. Hij demonstreerde dat in een vraaggesprek heel aanschouwelijk door onder de woorden ‘ik zoek de grenzen van het maakbare op’ zijn hand naar de rand van de tafel te bewegen, tot die er plotseling afviel. Zijn celloconcert is in de allereerste plaats een stuk geworden waarin een intense zanglijn de hoofdrol speelt, en de cello impulsen geeft aan het vaak kamermuzikaal ingezette instrumentarium. Het slot kent geen apotheose, maar is een culminatie van verstilling, waarin Rihm emotioneel alweer de rand van die tafel opzoekt. Indrukwekkend.

De kamermuzikale kwaliteiten en het intensieve contact tussen solist en individuele spelers brachten Tanja Tetzlaff op het idee om het Konzert für Violoncell und Kammerorchester uit 1925 van Ernst Toch op te nemen. Toch werd in 1887 geboren in Wenen als kind van eenvoudige joodse ouders. Hij leerde zichzelf componeren door stiekum strijkkwartetten van Mozart te kopiëren uit zakpartituurtjes die hij met zijn zakgeld kocht. De opgedrongen medische studie brak hij af toen hij ondanks alles een prijs won in een compositiewedstrijd. Vanaf dat moment was succes zijn deel en mocht hij zich in het Berlijn van de jaren 1920 samen met Hindemith en Krenek tot de meest succesvolle componisten van het moment rekenen. De opkomst van Hitler gooide stevig roet in het eten en Toch verkaste naar California, waar hij net als Korngold en Schoenberg een nieuw leven begon. Hij verdiende zijn geld met het schrijven van filmmuziek en docentschappen aan de universiteit. Na een zware crisis en een hartaanval gaf hij die bezigheden op en wist in een golf van scheppingsdrang in de herfst van zijn bestaan maar liefst zeven symfonieën aan zijn portefeuille toe te voegen. Ernst Toch stierf in 1964; op zijn nachtkastje lagen de schetsen voor een nieuw strijkkwartet.

Het Celloconcert uit 1925 voelt zich helemaal thuis in het Berlijn van de twintiger jaren: we horen de brutale Paul Hindemith, maar ook de klankmagie van de Kammersymphonie van Franz Schreker. In tegenstelling tot het concert van Rihm is het een vierdelig werk, met het Scherzo als tweede deel, want het eerste deel eindigde nogal verstild. Ernst Toch afficheerde zichzelf graag als ‘de meest vergeten componist’, maar dit is toch alweer de vijfde opname van dit concert die ik onder ogen krijg. Zijn Zeven Symfonieën zijn inmiddels ook op cd verschenen, dus met die vergetelheid valt het wel mee. Maar Toch wilde natuurlijk successen in het operahuis en op de concertpodia, en die zijn hem inderdaad niet meer vergund.

Dit is een cd die serieus genomen moet worden. Tanja Tetzlaff, de beide dirigenten, de Kammerphilharmonie Bremen, het label NEOS, en bovenal de beide componisten, ze hebben het verdiend.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links