CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, oktober 2018

 

Daniil Trifonov: Destination Rachmaninov • Departure

Rachmaninov: Pianoconcert nr. 2 in c, op. 18 – nr. 4 in g, op. 40

Bach: Partita voor viool solo in E, BWV 1006, Preludio, Gavotte, Gigue (arr. Rachmaninov)

Daniil Trifonov (piano), Philadelphia Orchestra o.l.v. Yannick Nézet-Séguin
DG 4835335 • 70' •
Live-opname (concerten): april 2018, Kimmel Centre for the Performing Arts, Philadelphia (VS)

   

Destination Rachmaninov, Departure is de titel van deze cd, een project van de Russische pianist Daniil Trifonov (1991) en de Canadese dirigent Yannick Nézet-Séguin (1975) voor het ooit zo chique label Deutsche Grammophon. De complete werken voor piano en orkest worden vastgelegd, maar of dit de Depature is? In de vroege herfst van 2015 verscheen op dit label al een voorproef in de vorm van de Rapsodie op een thema van Paganini, gecombineerd met de Corelli- en de Chopin-Variaties (hier besproken). Wat betreft de vier concerten is dit de aftrap, waarbij in de publiciteit wat extra aandacht wordt besteed aan het Vierde concert. Inderdaad een schitterend stuk dat onterecht achterloopt bij de nummers twee en drie.

Hier kunnen de beide jonge mannen bewijzen dat ze in de voetstappen mogen treden van de componist en zijn trouwe bondgenoot, Leopold Stokowski, de legendarische schepper van de Philadelphia sound. In de vroege jaren van de fonografische industrie realiseerden ze opnamen van de concerten waaraan door critici nog altijd gerefereerd wordt, maar waarnaar door pianisten zo op het oor zelden geluisterd wordt. Een merkwaardig contrast met de historisch geïnformeerde uitvoeringspraktijk die we heel normaal zijn gaan vinden in muziek van oudere datum.

In de promofilmpjes op YouTube maakt Trifonov zich vooral sterk voor het Vierde concert, en in zijn interpretatie maakt hij dat enthousiasme waar. Arturo-Benedetti Michelangeli zorgde ooit voor een opname van het Vierde concert waarover we nog steeds niet uitgepraat zijn, maar Trifonov mag er prat op gaan dat hij er (geholpen door Yannick) een ijzersterke interpretatie aan heeft toegevoegd. Het interessante deel van deze Departure is de terugkeer naar Johann Sebastian Bach in de pauze tussen de beide concerten. Rachmaninov nam drie delen uit de Derde Partita voor viool solo en bewerkte ze voor de piano. Hij beperkte zich daarbij niet tot de oorspronkelijke noten van Bach, maar voegde er zijn eigen ingevingen aan toe. Fascinerend om de interpretatie van Trifonov te vergelijken met die van Hannes Minnaar in met name de Gavotte – Trifonov zwelgend in schoonheid en ritmische vrijheid, Minnaar meesterlijk in de controle over de heldere inzichten in Rachmaninovs respect voor Bach.

Trifonov is in technisch opzicht een fenomeen zonder beperkingen. In muzikaal opzicht zorgt hij voor verrassingen. De combinatie van beide zorgt nu al voor opnamen die hoe dan ook de moeite van het beluisteren waard zijn. In dit geval is dat in de eerste plaats een meeslepende interpretatie van het Vierde pianoconcert, een opus dat decennialang ervaren werd als een beetje saai.

In het Tweede Pianoconcert is het Daniil Trifonov die zijn eigen ingevingen toevoegt aan Rachmaninov, met de enthousiaste hulp van Yannick Nézet-Séguin. De aanpak heeft iets ouderwets: opwindende passages gaan in de versnelling, ontroering gaat gepaard met vertraging – Wilhelm Furtwängler was er een meester in. Met name in het tweede deel wordt er hier en daar flink op de rem getrapt, en wordt de luisteraar getrakteerd op schitterende vergezichten in het muzikale landschap, maar het muzikale betoog komt bijna tot stilstand (in de laatste minuten van het tweede deel is dat goed te horen). Een ander voorbeeld is het lyrische thema van het derde deel (Full moon and empty hearts), dat van zichzelf al voldoende pathos heeft, maar hier nog eens extra wordt opgerekt. Dat een en ander gebeurt vanuit een ongebreidelde liefde voor deze muziek is evident, maar van twee gezonde jonge mannen verwacht men zoiets niet.

Onnodig om te vermelden dat het Philadelphia Orchestra schitterend klinkt en dat de opname daarbij niet achterblijft. In de New York Times las ik dat Trifonov na het Tweede Pianoconcert als toegift zijn eigen virtuoze bewerking van de Ouverture tot Die Fledermaus speelde. De recensent vond dat ongepast, ik had het graag willen meemaken. De cd eindigt met een welverdiend applaus na het Vierde Pianoconcert.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links