CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, februari 2010

 

 

Poulenc: Seculiere koorwerken

Chansons Françaises (1945/6) – Chanson à boire pour voix d’hommes (1922) – Sept Chansons (1936) – Petites voix pour trois voix d’enfants (1936) – Un soir de neige (1944) – Figure humaine, cantate pour double choeur mixte a cappella (1945).

Norddeutscher Figuralchor o.l.v. Jörg Straube.

MDG 947 1595-6 • 65' • (sacd)


"In dezelfde tijd dat de kubisten Picasso, Braque en Juan Gris schilderden, componeerden ook de drie grote atonale meesters Schönberg, Berg en Webern. Kubisme en atonaliteit waren voor deze kunstenaars even vanzelfsprekend als ademhalen. Maar door kubisme of atonaliteit tot systeem te verheffen, wordt de muziek in een corset gedwongen. Ik voor mij weiger dat beslist." Was getekend Francis Poulenc (1899-1963).

En dus schiep Poulenc zijn eigen, onvervreemdbare en zeer herkenbare geluid. Met de ingrediënten Mozart, music-hall, circus, operettes van Offenbach, jazz en blues als bouwstenen. Kaleidoskopisch en kwikzilvervlug rijgt hij die ogenschijnlijk zo tegengestelde elementen aan elkaar als een bont kralensnoer of een stoer fantastisch bouwsel. Een grootmeester in het kleine, met als uitkomst een levenswerk dat klassieke status heeft en waarin het componeren voor de stem tot eenzame hoogte is gestegen. Getuige zijn opera Dialogues des Carmelites, het Gloria en het Stabat Mater, de vele liederen voor zijn partner, de bariton Pierre Bernac en een schat aan begeleide en onbegeleide koorliederen, gebundeld in cycli als Répons de tenèbres en Figure humaine.

Op deze cd vinden we het complete wereldlijke oeuvre van Poulenc voor koor a cappella. In de bespreking van het Gloria (klik hier) valt te lezen hoe Poulenc tot het schrijven van zijn religieuze werken kwam. Onderscheid tussen de beide genres is er nauwelijks, de geestelijke werken passen niet in de kerk en de wereldlijke niet in de kroeg. Bij een juweeltje als het Chanson à boire voor mannenkoor denk je direct aan een stel vrolijke monniken, niet aan een dorpsbruiloft.

Bij deze kwalitatief uiterst waardevolle scheppingen is er één dat tot de top van het componeren voor onbegeleid koor in de twintigste eeuw gerekend moet worden; dat is de cantate Figure humaine op een tekst van de dichter Paul Eluard, een van Poulencs lievelingspoëten. Net als de Mis van Frank Martin geschreven voor twee gemengde koren en net zo onvergetelijk. Dit is wat de componist zelf schrijft over het ontstaan ervan. "Tijdens de bezetting (1940-45) werden een paar gelukkige zielen, waaronder ikzelf, door de morgenpost verblijd met de aankomst van een bundeltje getypte gedichten. Ondanks het pseudonym waren ze duidelijk het werk van Paul Eluard. Het plan om in het geheim een werk te componeren dat clandestien gedrukt en gerepeteerd zou worden, om dan eindelijk op de lang verwachte dag van de bevrijding uitgevoerd te worden, kwam bij me op tijdens een pelgrimstocht naar Rocamadour."

Dat een en ander in het geheim moest gebeuren had te maken met de positie van de dichter Paul Eluard. Tijdens de tweede wereldoorlog was Eluard een van de belangrijkste Poètes de Résistance. Hij kwam op een zwarte lijst terecht en moest onderduiken. Hij bleef echter clandestien gedichten publiceren, waaronder het beroemde 'Liberté' (het laatste lied van Figure humaine) dat door de Engelsen met vliegtuigen boven bezet Frankrijk werd uitgestrooid. Na de bevrijding werd Eluard in Frankrijk als een held gevierd.

 
  Francis Poulenc
   
   

Poulenc verklankte de acht liederen voor twee zesstemmige koren, die samen als het ware een vocaal orkest vormen. ‘Ik wilde deze uiting van hoop alleen laten uitvoeren door de menselijke stem, zonder instrumentale tussenkomst’. "Jammer dat het zo moeilijk is," schreef hij in 1944 aan Piere Bernac, "maar dat is tegelijkertijd een van de kwaliteiten." Inderdaad is Figure humaine een duivels lastige partituur, die eigenlijk pas in de afgelopen twee decennia op niveau is uitgevoerd – en opgenomen.

Een vroege opname werd in 1987 gemaakt door de Groupe Vocal de France onder dirigent John Alldis voor het label EMI. Die Groupe Vocal is een dubbel-sextet, geen koor en maakt van deze rijke partituur een bundel madrigalen. Er wordt uitstekend gezongen, maar het stuk wordt van zijn kracht beroofd. (CDC 7 49086)

In 1990 maakte Harry Christophers met zijn koor The Sixteen een opname voor Virgin Classics. Zestien klinkt ook niet als een koor, maar het is duidelijk dat hier een flink uitgebreide versie van The Sixteen aan het werk is. De opname wordt aan de mannenkant enigszins ontsierd door een te zwaar aangezet vibrato, en de koorklank blijft typisch Engels, met een gedreven en scherp forte. Christophers heeft wel een goede greep op de partituur. Het overige repertoire is geestelijk, en daardoor valt de cd in een andere categorie. (VC 7 91075)

In 1995 kwam het label Hyperion met een opname van het New London Chamber Choir onder James Wood. Wood is een expert in moderne partituren, maar zijn koor bestaat hoorbaar uit semi-professionele zangers en kan de competitie simpelweg niet aan. Het repertoire is identiek met de nieuwe opname op MDG. (CDA66798)

Met de komst van de opname van het Nederlands Kamerkoor op het label Globe werd in 2000 een nieuwe standaard gezet. Dirigent Eric Ericson heeft deze partituren vele malen uitgevoerd en heeft een ijzeren greep op de klank en geeft er een bijzonder dwingende interpretatie aan. De manier waarop hij in het laatste deel van Figure humaine onontkoombaar naar de climax op het woord LIBERTÉ toewerkt bezorgt je kippevel. Dat slotakkoord in een stralend E-majeur wordt trouwens bekroond door een driegestreepte hoge e voor een van de sopranen! Spectaculair – als het lukt, en dat doet het hier. Het repertoire is gelijk aan dat op MDG. (Globe GLO 5205)

Een jaar later (2001) kwam een nieuwe opname uit op het label Naïve van het Franse kamerkoor Accentus onder oprichtster Laurence Equilbey. Een prachtig jong koor, met het voordeel van de moedertaal die een schitterende cd volzingen. Nou ja, volzingen? De totale lengte beslaat nog geen veertig minuten. Geen wonder dat hij alweer uit de catalogus is verdwenen. (Naïve V 4883)

In de paar jaren die Daniel Reuss het uithield bij het RIAS-Kammerchor zorgde hij voor een aantal spraakmakende opnames, waaronder de in 2005 geproduceerde Musique pour choeur a cappella van Poulenc. Het repertoire is gemengd wereldlijk en geestelijk, er wordt uitstekend gezongen, maar de uitvoering van Figure humaine blijft een beetje afstandelijk. (HMC 901872)

Dat brengt ons op deze nieuwste uitgave. Het Norddeutscher Figuralchor is een groot koor, zo’n zestig man sterk. Dat is voor de klank van met name Figure humaine absoluut een pluspunt. Een weldadige verzadiging treedt zo op en er hoeft niet geforceerd te worden zoals bij de kleinere Engelse koren. Het is echter ook een semi-professioneel koor, en dat hoor je terug in de klank. Wat niet wegneemt dat oprichter Jörg Straube zijn zangers uitstekend heeft getraind en een goede greep op deze partituren heeft.

De balans opmakend: er zijn drie uitgaven die in exact dit repertoire concurreren. Hyperion mogen we vergeten. Blijft over het Nederlands Kamerkoor dat onder de gedreven leiding van Eric Ericson de beste muzikale prestatie levert. Wanneer het om de opnamekwaliteit gaat is het uiteraard MDG dat met de palm gaat strijken.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links