CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, september 2015

 

The Sound of Arvo Pärt

 CD 1 - Orkestwerken I: Pro et Contra* - Symfonie nr. 1 - Collage über B.A.C.H. - Perpetuum mobile - Meie aed - Symfonie nr. 2

CD 2 - Orkestwerken II: Summa - Trisagion - Symfonie nr. 3 - Fratres - Silouans Song - Festina Lente - Cantus in memoriam Benjamin Britten

CD 3 - Koorwerken & Kamermuziek: Statuit et Dominus - Magnificat Antiphons - Beatus Petronius - Missa syllabica - De profundis - Memento - Cantate Domino - Solfeggio - Spiegel im Spiegel**

Truls Mork* (cello), Tasmin Little** (viool), Martin Roscoe** (piano), Estonian National Symphony Orchestra o.l.v. Paavo Järvi (cd 1 & 2). Christopher Bowers-Broadbent (orgel), Ene Salumäe (orgel), Estonian Philharmonic Chamber Choir o.l.v. Tonu Kaljuste (cd 3)

Erato 825646080731 71' + 73' + 69' (3 cd's)

Opname: 2000 & 2003, Estonian Concert Hall, Tallinn (cd 1 & 2) - 1996, All Hallows Church, Gospel Oak, Londen (cd 3) - 1993, Abbey Church, Dorset **

http://www.tonukaljuste.com/discography

 

Arvo Pärt (1935) werd op 11 september 2015 tachtig jaar. Bij wijze van verjaarscadeau presenteert Warner Classics deze heruitgave onder de titel The Sound of Arvo Pärt.

Over die sound gesproken: in de stukken waarmee hij grote faam heeft verworven hanteert Pärt een compositiemethode die hij tintinnabuli (Latijn voor klokken) noemt. Simpel, maar voor meerdere uitleg vatbaar. In programmatoelichtingen en reclameboodschappen wordt veelal beweerd dat Pärt in zijn componeren het geluid van klokken nabootst, en dat we dus 'tinkelende misbelletjes en bronzen klokgelui' in zijn muziek horen. Dat is niet helemaal waar. Om te beginnen bestaat het oeuvre van Pärt voor negentig procent uit vocale werken, en anders dan met de woorden 'bim' en 'bam' kan de menselijke stem geen klokken nabootsen. Er is echter iets anders aan de hand dat ook alles met klokken te maken heeft. Wie weleens een zondagochtend in de nabijheid van meerdere kerken heeft doorgebracht weet dat klokgelui uit verschillende bronnen fascinerende muziek voortbrengt, waarin allerlei klankpatronen waar te nemen zijn. Korte motieven van een paar noten (denk Big Ben) verschuiven voortdurend ten opzichte van elkaar, en het is die pendelende beweging die Pärt heeft geïnspireerd tot de term tintinnabuli - klokgebeier. Niet de klank maar de beweging van de klank. Korte motiefjes van een paar tonen worden voortdurend ten opzichte van elkaar herhaald met een wetmatige ritmische verschuiving. We horen het tot in de perfectie terug in zijn pianowerk Für Alina en op deze cd in de koorwerkjes Beatus Petronius en De profundis. Het is een oude techniek uit de middeleeuwse muziek die luistert naar de term hoketus . Louis Andriessen lust er wel pap van.

Für Alina markeert in 1976 de geboorte van de 'nieuwe' Pärt, een jaar later gevolgd door het orkestwerk In Memoriam Benjamin Britten - een voltreffer . We zijn vier decennia verder en intussen is een nieuwe generatie opgegroeid met de klanken van Arvo Pärt. Klanken die zo vertrouwd zijn geworden dat Pärt de meestgespeelde componist van zijn tijd kon worden - een fenomeen dat sinds het overlijden van Benjamin Britten uitgestorven leek. Vanuit de generatie die opgroeide met Stockhausen en Boulez werd (en wordt) met wantrouwen naar deze ontwikkeling gekeken, maar muziekgeschiedenis wordt nu eenmaal geschreven door componisten, niet door critici.

Arvo Pärt was zelf deel van de generatie die opgroeide met Boulez en Stockhausen, en ook aan zijn componeren is die invloed niet ongemerkt voorbijgegaan. Dat is hier duidelijk te horen in de eerste beide symfonieën, geschreven in 1964 en 1966. Zijn allereerste muzikale uitingen moesten evenwel nog passen in de mores van de Sovjetrepubliek Estland, duidelijk waarneembaar in de stukken die hij als jonge kerel produceerde. Een gaaf voorbeeld daarvan vinden we op de eerste cd, een vrolijke cantate uit 1959 voor kinderkoor en orkest, met de titel Meie aed (Onze tuin). Met zijn Credo uit 1968 legt Pärt een bom onder zijn eigen componeren, en de explosie liet zijn carrière in Estland op haar grondvesten schudden. In de acht volgende jaren viel hij nagenoeg stil, op de Derde symfonie uit 1971 na, opgedragen aan Neeme Järvi en hier op de tweede cd gedirigeerd door diens zoon Paavo.

The Sound of Arvo Pärt bestaat uit drie cd's die eerder uitkwamen op het label Virgin Classics. De tweede cd met orkestwerken verscheen in 2002 onder de titel Summa , de eerste in 2004 als Pro et Contra . De cd met koorwerken verscheen in 1997 als Beatus , met hier als toegift Spiegel im Spiegel voor viool en piano. Het niet onbelangrijke aandeel van organist Christopher Bowers Broadbent in de koorwerken wordt bij deze heruitgave niet vermeld. De aangegeven opnamelocatie klopt ook niet, die geldt alleen voor Spiegel im Spiegel - de rest van de cd werd gemaakt in All Hallows Church in Londen. Op de website van dirigent Tonu Kaljuste is nuttige informatie beschikbaar over deze opname, inclusief het aandeel van de dirigent als slagwerker in De Profundis. De link staat hierboven. De toelichtingen bij de oorspronkelijke uitgaven zijn niet meegeleverd, u krijgt alleen een simpele speellijst.

Dit is voor bewonderaars van Arvo Pärt een heruitgave van niet te onderschatten belang - en dan ook nog in het onderste prijssegment. Het werd hoog tijd voor een editie waarin het gehele werk van deze originele muziekvinder beluisterd kan worden, zijn sovjet-realistische begin en de serialistische experimenten niet uitgezonderd. Hier is het allemaal te horen in vlekkeloze uitvoeringen, met liefde gespeeld en gezongen door de mensen die ermee zijn opgegroeid.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links