CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, september 2020

Nielsen: Moderen op. 41 (complete toneelmuziek)

Adam Riis (tenor), Palle Knudsen (bariton), Danish National Vocal Ensemble, Philharmonic Choir, Odense Symphony Orchestra o.l.v. Andreas Delfs
Dacapo 6.220648 • 71' • (sacd)
Opname: jan./febr. 2020, Carl Nielsen Salen, Koncerthus, Odense (Denemarken)

   

Buiten Denemarken kennen we Carl Nielsen vooral als de componist van twee opvallende symfonieën, de onuitblusbare vierde en de explosieve vijfde. Bij de Denen ligt dat anders, daar is hij in de eerste plaats geliefd om zijn liederen, waarvan hij er zo'n driehonderd schreef. Niet dat de Denen massaal naar de ‘kleine zaal' trekken om er aandachtig naar te luisteren. Zij zingen ze zelf, in de kerk en op school. Carl Nielsen is hun Componist des Vaderlands.

Vocale muziek speelt sowieso een belangrijk rol in het oeuvre van de Deen: naast twee opera's en een paar schitterende koorwerken ontstonden er stapels opdrachten voor deftige gelegenheden, feestcantates bij jubilea en toneelmuzieken voor historische momenten. Een van die momenten was de teruggave van Zuid-Jutland, dat in 1920 per referendum (!) terugkeerde in de schoot van Denemarken, na sinds het midden van de negentiende eeuw ingelijfd te zijn geweest bij Schleswig-Holstein. Om dat te vieren ontving de schrijver Helge Rode van het Koninklijke Theater in Kopenhagen de opdracht tot een passend toneelstuk. Het werd ‘Moderen' – de Moeder – een allegorisch verhaal over de terugkeer van de verloren zoon in de armen van zijn moeder – het moederland. Nielsen werd aangezocht voor de muziek, maar had aanvankelijk zijn twijfels. Hij vond het onderwerp geschikter voor reeds bestaande patriottische liederen, en was bovendien druk met gastdirecties. In maart 1920 dirigeerde hij zijn Vierde symfonie, de Suite uit Maskarade en Pan en Syrinx bij het Amsterdamse Concertgebouworkest. Onder voorbehoud (niet aanwezig zijn bij de repetities) nam hij de opdracht aan, maar gaande de voorbereidingen raakte hij ondanks de afspraak meer en meer betrokken bij de productie. Dat betekende wel dat de première enige malen uitgesteld moest worden, maar op 30 januari 1921 was het zover.

Zoals zo vaak bij dit soort gelegenheden werd het toneelstuk al snel vergeten, en bleven van de muziek een aantal fragmenten hangen. Deze keer niet – zoals bij Maskarade – in de vorm van een suite, maar door een paar vocale nummers en een kleine elegie voor fluit en harp, die in Denemarken tot de klassieke top tien behoort: Tagen letter [de Mist trekt op]. De complete partituur verdween op de plank, en het zou tot 2007 duren voordat er een gedrukte uitgave werd uitgebracht. En nu is ze dan voor het eerst in haar geheel opgenomen, ruim een uur muziek. Uiteraard kenden we de beste deeltjes al van eerdere opnamen, en het spreekt evenzeer vanzelf dat niet alles met evenveel inspiratie tot stand kwam – Nielsen riep voor de instrumentatie de hulp in van een assistent. Ook uit nood geboren: voor de schitterende orkestrale opening van de eerste scène koos Nielsen een bestaand stuk: Saga-drom opus 39 uit 1908. Voor het overige horen we vooral veel strofische volksliedjes en patriottische koorzang.

Odense is de stad waar de veertienjarige Nielsen zijn eerste betaalde baantje begon als bespeler van de cornet in de plaatselijke politiekapel. Er is een Carl Nielsen zaal, en het plaatselijke symfonieorkest is het aangewezen gezelschap om deze noten opnieuw aan een internationaal publiek voor te stellen. Over het ‘Philharmonic Choir' worden we alleen gewaar dat het uit zestig uitgelezen zangers bestaat, enig speurwerk leert dat dit in 1991 opgerichte Filharmonisk Kor het huiskoor is van het Odense Symfonieorkester. Samen met het Danish National Vocal Ensemble levert dat een sonore koorbezetting op van tachtig zangers. Tenor Adam Riis en bariton Palle Knudsen weten uitstekend raad met de volkse aspecten van hun partij. De Deense teksten staan in het boekje afgedrukt, voor de Engelse vertaling moeten we naar de website van het label. De toelichting (Deens/Engels) is nogal stug vertaald, en de verhaallijn is moeizaam te volgen. Een eerdere uitgave van fragmenten op het label Paula, was wat dat betreft een welkom hulmiddel. De Duitse dirigent Andreas Delfs (1959) werd geboren in Flensburg, op de grens met Denemarken. Hij is niet de chef in Odense, maar heeft er eerder cd's opgenomen. Het klikt duidelijk tussen Delfs, solisten, koor en orkest, en de opname is warm en ruimtelijk. Voor de groeiende schare liefhebbers van Carl Nielsen een niet te versmaden toevoeging aan de discografie van de Deense meester.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links