CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, april 2010

 

 

Nielsen: Cantates

Cantate voor de openingsceremonie van de Nationale Tentoonstelling te Aarhus in 1909 - Muziek voor Hans Hartwig Seedorff Pedersens Homage aan Holberg - Lied van Ariel uit de muziek voor Helge Rodes Shakespeare Proloog - Cantate voor de jaarlijkse herdenking van de Universiteit te Kopenhagen in 1908.

Jens Albinus (spreker), Ditte Hojgaard Andersen (sopraan). Mathias Hedegaard (tenor), Palle Knudsen (bariton), Aarhus Cathedral Choir, Danish National Opera Chorus, Vox Aros, Aarhus Symphony Orchestra o.l.v. Bo Holten.

DaCapo 8.226079 • 66' •


World Premiere Recordings vermeldt de verpakking van deze cd bij maar liefst drie van de vier opgenomen werken, en het werkje dat niet nieuw is duurt slechts drie minuten en is een korte aria voor tenor. Verwacht u hier echter geen onontdekte meesterwerken op het niveau van Sovnen (De Slaap) op. 18 voor koor en orkest, of de Hymnus Amoris op. 12, voor solisten, koor en orkest. Hoewel alle hier opgenomen stukken stammen uit een uiterst vruchtbare periode uit het leven van de geniale Deense componist Carl Nielsen (1865-1931) verhouden ze zich tot zijn meesterlijke symfonieŽn als Beethoven's †Der glorreiche Augenblick tot diens symfonieŽn. De reden dat ze nu pas zijn opgenomen is simpelweg dat de partituren eerst recentelijk in druk zijn verschenen.

Carl Nielsen was van zeer eenvoudige komaf en heeft zichzelf door stug volhouden en een kolossaal talent opgewerkt van plattelandsjongen tot de belangrijkste componist van zijn land - en een van de grote van de twintigste eeuw. De weg tot dat succes was geen gemakkelijke, van zijn vierentwintigste tot zijn veertigste levensjaar speelde hij tweede viool in het orkest van de Koninklijke Opera in Kopenhagen. Pas toen hij daar zelf successen behaalde met zijn opera's Saul og David (1902) en Maskarade (1906) kreeg hij de positie van dirigent aangeboden. In 1908 stond hij eindelijk in hoog aanzien als componist en dirigent, en lag het dus voor de hand dat de vroede vaderen van de stad Aarhus een Cantate bij hem bestelden om luister bij te zetten aan de Nationale Tentoonstelling van 1909. Nielsen nam de klus na lang aarzelen aan, maar had moeite om op tijd op te leveren. Dus riep hij de hulp in van een leerling. Eerlijk gezegd klinkt het ook zo, uitstekend maakwerk, of beter gezegd maatwerk, want de gelegenheid vroeg om pronk en praal, niet om een doorwrocht meesterwerk.

 
  Carl Nielsen (1865-1931)

Een jaar eerder had Nielsen ook al een soortgelijke opdracht vervuld, voor de Universiteit van Kopenhagen. Die wilde haar jaarlijkse festiviteiten luister bijzetten met een Cantate, die ieder jaar uitgevoerd moest worden. De bezetting vereist een sopraan-, tenor-, en bas solist, plus mannenkoor en orkest. Hier werd Nielsen voor een dwingende beperking gesteld: het podium was te klein voor een volledig orkest, en zo zag hij zich gedwongen om een piano toe te voegen aan de orkestbezetting. Jammer, want het gaat hier om een veel origineler werk, dat alle vingerafdrukken heeft van de meesterorkestrator die Nielsen was. De door alles heen klimperende piano leidt af van een muziek die beter verdient. Zou iemand het wagen om het werk opnieuw te orkestreren?

In 1923 vierde Denemarken het feit dat Ludvig Holberg tweehonderd jaar eerder het eerste toneelstuk in de Deense taal had geschreven. Aangezien Nielsen's opera Maskarade ook gebaseerd is op een libretto van Holberg lag de keuze voor de hand, en ontving Nielsen de opdracht om de muziek te verzorgen bij een 'Homage aan Holberg', op een tekst van de dichter Seedorff Pedersen. Dit is onvervalste Nielsen, en de componist zelf vond het zonde dat het werk maar eenmaal uitgevoerd zou worden. Dat is dan bij dezen gecorrigeerd.

De cd eindigt wat wonderlijk met een gesproken tekst - in het Deens - van twee minuten. Dat blijkt de tekst te zijn die tussen het eerste en het tweede deel van de Aarhus Cantate gesproken had moeten worden. Verstandig van Dacapo om die helemaal achteraan te zetten.

Bo Holten is een voortreffelijke koordirigent, die de drie solisten, de drie koren en het orkest van Aarhus weet aan te vuren tot enthousiaste en overtuigende prestaties. De opname 'zit er bovenop' en is daardoor helder maar ontbeert ruimte, vooral gezien de grote koorbezetting. Ook voornoemde piano zou door een iets minder opdringerige microfoonopstelling minder storend zijn overgekomen.

Dit alles neemt niet weg dat we hier te maken hebben met een unieke uitgave: drie forse werken van ťťn van de reuzen van het twintigste-eeuwse componeren worden na een eeuw gesluimerd te hebben eindelijk aan de vergetelheid ontrukt. ††††††††


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links