CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, november 2018

 

Martinu: What men live by (opera-pastorale) - Symfonie nr. 1

Ivan Kusjner (bariton), Petr Svoboda (bas), Jan Martiník (bas), Lucie Silkenová (sopraan), Ester Pavlú (alt), Josef Spacek (spreker en concertmeester), Martinu Voices, Tsjechische Philharmonie o.l.v. Jirí Behlohlávek
Supraphon SU 4233-2 • 75' •
Live-opname: 17-19 december 2014 (What men live by); 13-15 januari 2016, Rudolfinum, Praag

   

De Tsjechische dirigent Jirí Belohlávek (overleden op 31 mei 2017) was twee maal chef-dirigent van het Tsjechisch Philharmonisch Orkest, eerst van 1990-2 en daarna van 2012 tot zijn dood. Het Praagse label Supraphon presenteert op deze cd twee live-opnamen uit die laatste periode, de discografische première van de opera What men live by, en de opname van de Eerste Symfonie die deel is van de complete symfonieën waaraan Belohlávek werkte en waarvan dit door zijn voortijdige dood de laatste aflevering is.

Net als zijn grote voorgangers Dvorák en Janácek had Bohuslav Martinu (1890-1959) een ongebreidelde behoefte aan het schrijven van opera's, en hij deelt hun lot in één opzicht: het merendeel van zijn opera's werd niet uitgevoerd of was onsuccesvol. Pas in de eenentwintigste eeuw zien we enige belangstelling voor meesterwerken als The Greek Passion en Julietta. What men live by is een eenakter van krap veertig minuten, op een libretto dat de componist zelf schreef op basis van een kort verhaal van Tolstoi. Hij gaf het de benaming opera-pastorale mee om een al te zwaarwichtige benadering van de stof tegen te gaan. Het onderwerp is religieus maar ook allegorisch van aard: een oude eenzame schoenmaker kijkt vanuit zijn kelderraam naar een trottoir waarop de schoenen die hij heeft gerepareerd voorbijkomen. Hij leest veel en graag in de bijbel, en op een dag hoort hij de stem van God, die hem laat weten dat hij de volgende dag voorbij zal komen. De schoenmaker nodigt een paar mensen binnen, helpt ze uit de nood, maar God was er niet bij. Later op de avond hoort hij weer de stem van God, die hem vraagt: heb je me niet herkend?

Ter gelegenheid van Martinu's zestigste verjaardag organiseerde de Mannes School of Music in New York een uitvoering van de eenakter Comedy on the Bridge, die door de New York Critics Circle tot 'best new opera' werd uitgeroepen. Martinu rook nieuwe mogelijkheden en kondigde prompt een trilogie aan, met als tweede titel What men live by. Martinu was een onwaarschijnlijk snelle werker: hij begon op 20 december 1951 en op 11 februari 1952 was hij klaar. Over nummer drie deed hij net zo vlot: The Marriage ontstond tussen 5 oktober en 30 november 1952. De trilogie is volgens de toelichting nog niet in zijn geheel geproduceerd, wel zijn de werken separaat uitgevoerd en opgenomen. Met deze registratie is de complete trilogie in ieder geval op cd beschikbaar. De titel geeft al aan dat er in het Engels gezongen wordt, en wie zich afvraagt of dat wel goed ging met al die Tsjechische zangers hoeft zich geen zorgen te maken. Zoals wel vaker in niet taaleigen repertoire zijn de zangers voortreffelijk te verstaan, het tekstboekje (Engels en Tsjechisch) hebt u nauwelijks nodig.

Martinu hield zich pas bezig met de symfonie toen hij de vijftig al was gepasseerd. Door het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog werd hij gedwongen om zijn tweede vaderland, Frankrijk, te verlaten, en koos er voor om zich in New York te vestigen. Hij leerde zichzelf Engels door drie bioscoopfilms per dag te bekijken. Gelukkig bleef zijn aanwezigheid in de nieuwe wereld niet onopgemerkt: Serge Koussevitzky, chef-dirigent in Boston, verschafte hem de opdracht voor een groot orkestwerk. Martinu koos voor een symfonie, zijn Eerste. Dat was in 1943. Het succes loog er niet om en in de vier volgende jaren ontstonden evenzovele symfonieën, allemaal in opdracht van belangrijke Amerikaanse orkesten. Die Eerste weerspiegelt in niets de hartverscheurende omstandigheden waaronder ze ontstond. Het is een energiek werk van een componist die een nieuw stek heeft gevonden en die zich uitleeft in muziek die blaakt van vertrouwen in de toekomst. Een werk dat zich kan meten met de machtigste Eerste symfonieën uit de muziekgesciedenis.

Jirí Belohlávek (1946) heeft zich in discografisch opzicht indringend met de symfonieën van Martinu beziggehouden. Op het label Onyx verscheen een integrale met het BBC Symphony Orchestra, opgenomen in de Barbican Hall, en hier besproken. Voor het Tsjechische label Supraphon werkte hij tot zijn overlijden aan een integrale met de Tsjechische Philharmonie, waarvan twee delen zijn verschenen, in 2003 de symfonieën 3 & 4, en in 2009 de nummers 5 & 6. Bij wijze van testament verschijnt nu de Eerste symfonie in een verzengende uitvoering. Alsof de duvel hem op zijn hielen zat, luister maar naar de slotmaten van het scherzo en het einde van de finale. Adembenemend en ontroerend. Het was de laatste keer dat hij een symfonie van Martinu dirigeerde - zoals altijd zonder partituur. In zijn geliefde Rudolfinum met het orkest waarin de componist ooit de tweede viool speelde. Woorden schieten tekort.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links