CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, juli 2010

 

 
   
   

Martinu: Recké Pasije (The Greek Passion)

Priester Grigoris - Jaroslav Horátsjek (bas); Kostandis - René Toetsjek (bariton); Janakos - Zdenjek Jankovsky (tenor); Panait - Oldrich Spisar (tenor); Manolios - Vilém Pribyl (tenor); Michelis - Lubomír Havlák (tenor); Lenio - Nadja Sjormová (sopraan); Priester Fotis - Richard Novák (bas); Oude man - Karel Petr (bas); Katerina - Eva Depoltová (sopraan); Despinio - Bozjena Effenberková (sopraan); Lades - Martin Roezjek (spreekrol); Nikolio - Milos Jezjil (tenor); Patriarcheas - Bohuslav Marsjik (bas); Oude vrouw - Ivana Mixová (mezzosopraan); Andonis - Vojtech Kocián (tenor); Tsjechisch Radiokoor en Kinderkoor; Tsjechisch Radio Symfonie Orkest o.l.v. Libor Pesek.

Supraphon SU 9384-2 • 51' + 59'• (2 cd's)

www.supraphon.cz (libretto in Tsjechisch en Engels)


Bohuslav Martinu heeft zijn hele leven lang geworsteld met het medium opera. Veertien wist hij er te voltooien, in een verwarrend aantal soorten en maten, van commedia dell'arte tot televiesie-opera's. Afgezien van de surrealistische droom-opera Julietta uit 1937 schreef Martinu slechts één avondvullende dramatische opera: Recké Pasije of The Greek Passion. Het is zijn laatste grote voltooide opus en het is een van zijn meesterwerken geworden.

Nadat de Tweede Wereldoorlog was afgelopen ontwaakte in Martinu een intens verlangen om naar zijn geboortegrond terug te keren. Toen de gelegenheid eindelijk daar was, in 1953, was vestiging op Tsjechische bodem wegens het communisme geen optie meer en koos de componist voor Zwitserland, in de vertrouwde nabijheid van zijn vriend en weldoener Paul Sacher. Maar ook in Zuid-Frankrijk, in Nice, vond hij een tijdelijk onderkomen. Vroeg in de jaren 1950 ging hij op zoek naar een geschikte opera-stof en na een aantal vruchteloze pogingen stuitte hij op de schrijver Nikos Kazantsakis, auteur van de bestseller Zorba de Griek. Kazantsakis woonde ook in Nice, en Martinu zocht hem op om te overleggen over een libretto voor Zorba. Al gauw kwamen ze tot de conclusie dat Zorba geen geschikt onderwerp voor een opera was, en werd in plaats daarvan gekozen voor een andere roman van Kazantsakis, Christ Recrucified.

Martinu was zijn leven lang een boekenverslinder en had een groot talent voor het maken van zijn eigen libretto's. Tussen 1955 en 1958 werkte hij eerst de tekst en vervolgens de muziek uit. Rafael Kubelík was in die tijd Music Director van het Londense operahuis Covent Garden, en had zich gecommiteerd aan een premičre, en dus componeerde Martinu op een Engelse tekst. Toen het in 1957 tot een premičre moest komen wist het bestuur van het operahuis met een flauwe smoes onder de verplichting uit te komen. De laatste twee jaren van zijn leven werkte Martinu aan een drastische revisie, die na zijn dood, in 1961 door Paul Sacher ten doop werd gehouden aan de opera van Zürich. Het is deze 'Züricher' versie van de partituur die hier aan de orde is. Van de originele 'Londense' versie bestond een live-opname uit Bregenz op het label Koch, maar die is net als het label zelf niet meer onder ons. Overigens verschillen de beide versies als dag en nacht. Martinu schreef in feite een geheel nieuw werk, waarbij hij de oorspronkelijke gesproken teksten elimineerde en een 'doorgecomponeerde' opera schiep.   

In de gereviseerde versie is Martinu er in geslaagd een verhaallijn te construeren die helder overkomt en gemakkelijk te volgen is. De hoofdpersoon, de herder Manolios, is door de dorpsoudsten van een Grieks plattelandsdorp uitverkoren om de rol van Christus te vertolken in het jaarlijkse passiespel. Wanneer een groep door de Turken verdreven vluchtelingen asiel vraagt worden ze door de priester Grigorius met tegenzin naar een berghelling in de buurt verwezen. Manolios trekt zich hun lot aan en vereenzelvigt zichzelf met Christus en de door hem gepredikte naastenliefde. De dorpsoudsten, met priester Grigorius voorop, accepteren deze 'ketterij' niet, en Manolios wordt verbannen. Wanneer hij opnieuw verzoenende woorden predikt wordt hij door zijn medespeler in het passiespel, Judas, doodgestoken. Martinu, zelf het slachtoffer van vervolging en exil, heeft dit humanistische document vanuit zijn tenen gecomponeerd en het is in-en-in triest dat hij de uitvoering van zijn dierbare geesteskind niet meer heeft mogen meemaken.

Er zijn van deze opera twee opnamen beschikbaar, beide op het label Supraphon, en beide - geloof het of niet - gemaakt in 1981. Na een succesvolle serie voorstellingen aan de Welsh National Opera trok Charles Mackerras in de maand juni met zijn solisten naar Tsjecho-Slowakije, om daar met het Staatsorkest van Brno en het Tsjechisch Philharmonisch Koor een registratie te maken in het Engels. Om het beeld te completeren: met gebruikmaking van de - ingekorte - geluidsband van Mackerras werd door Tomas Simerda een filmversie gedraaid die op DVD is uitgebracht. Drie maanden later kwam in het Rudolfinum te Praag een alternatieve uitgave tot stand, maar nu in de Tsjechische taal. Hoewel het verhaal zich in Griekenland afspeelt is er in de muzikale atmosfeer zoals Martinu die schildert niets te horen van blauwe luchten en krijtrotsen. De diepe heimwee die de componiest vervulde tijdens het componeren vond zijn weerslag in een onmiskenbaar Tsjechisch idioom. Er zit dan ook een tweespalt in deze opera: de Engelse taal, die het voor ons zo gemakkelijk volgbaar maakt, past minder goed bij het muzikale idioom dan de latere Tsjechische vertaling.

Daarmee belanden we bij de essentie van deze bespreking: welke van de twee uitvoeringen is de betere? In dit geval is er echt geen goed antwoord mogelijk. Als de portemonnee een woordje meespreekt  moeten we melden dat de Tsjechische uitgave voor een budgetprijs wordt aangeboden, minder dan de helft van wat u neertelt voor de Engelse versie. Wat betreft de uitvoerenden en de opnamekwaliteit zijn beide uitgaven volkomen aan elkaar gewaagd. Zowel John Mitchinson, de Maniolis voor Mackerras, als Vilem Prybil voor Pesek, stonden ten tijde van deze registraties op het toppunt van hun kunnen. Het belangrijkste is: deze schitterende opera, die in het Nederland van de Matthäus-Passion zeer tot de verbeelding zou kunnen spreken, moet hier hoognodig eens aan het publiek worden voorgesteld.  


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links