CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, november 2009

 

 
   
   

Martinu: Cantates

Otvírání studánek (De opening van de bronnen) H 354.

Milada Tsjejkova (sopraan), Agata Tsjakrtova (alt), Ivan Kusjner (bariton), Petr Hanitsjinek (verteller), Petr Messiereur & Jan Kvapil (viool), Jan Talich (altviool), Stanislav Bogunia (piano), Dames van het Kühn Gemengd Koor o.l.v. Pavel Kühn.

Legenda z dýmu bramborové nati (De legende van de rook van de aardappelvuren) H 360.

Milada Tsjejkova (sopraan), Marie Mrázová (alt), Ivan Kusjner (bariton), Jiri Stivín (blokfluit), Vlastimil Maresj (klarinet), Petr Duda (hoorn), Milan Bláha (accordeon), Kühn Gemengd Koor o.l.v. Pavel Kühn.

Mikes z hor (Mikesj uit de bergen) H 375.

Milada Tsjejkova (sopran), Vladimir Dolezjal (tenor), Petr Messiereur & Jan Kvapil (viool), Jan Talich (altviool), Stanislav Bogunia (piano), Kühn Gemengd Koor o.l.v. Pavel Kühn.

Supraphon SU 3992-2 • 63' •


Bohuslav Martinu (1890-1959) gaf in 1943 gastcolleges in Tanglewood, het zomerverblijf van het Boston Symphony Orchestra. Toen hij op een avond even een sigaretje ging roken op het balkon van zijn logeeradres viel de deur achter hem dicht. In het donker stapte hij mis en viel hij naar beneden, een val die hem bijna het leven kostte. Hij herstelde gelukkig redelijk snel en na een jaar was hij weer volop aan het componeren, maar waar hij vroeger onwaarschijnlijk productief was geweest, zette het ongeval flink de rem op zijn energie. Dat betekent echter ook dat de werken die Martinu in de laatste vijftien jaar van zijn leven componeerde stuk voor stuk buitengewoon individueel en van grote kwaliteit zijn. Daar komt nog bij dat Martinu, die sinds 1938 niet meer in zijn geboorteland was geweest, in toenemende mate vervuld werd van verlangen naar zijn wortels. Eén van de resultaten van die heimwee is de cyclus van vier cantates die hij tussen 1955 en 1959 schreef op teksten van de dichter Miloslav Buresj, net als Martinu zelf afkomstig uit het dorpje Politsjka in de Boheems-Moravische hooglanden.

Strikt genomen is hier geen sprake van een cyclus, maar het feit dat de vier werken relatief kort na elkaar ontstonden, en alle op teksten van dezelfde dichter zijn gecomponeerd, is voldoende reden om ze samen op één cd uit te brengen. In dit geval drie van de vier, de ontbrekende ‘Romance van de Paardebloemen’ voor gemengd koor a cappella uit 1955 ontbreekt, maar een mooie opname daarvan is gemaakt door het Nederlands Kamerkoor onder Stephen Layton op Globe GLO 5208.

 
  Bohuslav Martinu in 1946
   

Martinu was de zoon van een torenwachter, en hij werd dan ook geboren in een kerktoren, op 35 meter hoogte. De woning was slechts bereikbaar langs een wenteltrap en via ladders. Martinu’s jeugd speelde zich voor een groot gedeelte af op de torentrans, waar hij met zijn speelgoedtrommel heen en weer marcheerde en op zijn kinderviool speelde. De indrukken van die kindertijd vinden we in de eenvoud van zijn toonspraak in deze cantates terug. Ze worden ook weerspiegeld in de simpele instrumentatie, met enkelvoudige strijkers (hier gespeeld door leden van het vermaarde Talich Quartet), een paar blazers en – heel verrassend – blokfluit en accordeon.

De cd opent met de cantate ‘Opening van de bronnen’, Martinu’s alternatief voor ‘Le sacre du printemps’. Een grote rol is hier toebedeeld aan een verteller, waardoor voor de niet-Tsjechen onder ons lange stukken onbegrijpelijk proza langskomen. In de beide andere cantates komt geen gesproken tekst voor. Voornoemde accordeon en blokfluit maken van de ‘Legende van de rook van de aardappelvuren’ een waar dorpsfeest.

Pavel Kühn richtte in 1958 zijn eigen koor op, hij was toen precies 21 jaar oud, en zette de traditie van zijn vader Jan voort, die eveneens een gerenommeerd koordirigent was. Pavel Kühn leidde het ensemble tot zijn dood in 2003, en samen met het label Supraphon, waarbinnen hij ook een belangrijke rol speelde, kwamen er belangrijke producties tot stand, waaronder de complete koorwerken van Martinu. De laatste cantate op deze cd is opgedragen aan Pavel Kühn. Deze opnamen werden gemaakt in 1988 en zijn dus al een flinke tijd in omloop. Ter gelegenheid van de vijftigste sterfdag van Bohuslav Martinu zijn ze opnieuw uitgebracht. Bijzonder spijtig dat Supraphon geen kans heeft gezien om de ontbrekende ‘Romance van de paardebloemen’ mee te leveren, er was genoeg ruimte voor geweest.

Hoewel deze registraties meer dan twintig jaar oud zijn, hebben ze niets van hun oorspronkelijke frisheid verloren. Een waardevolle aanvulling van de catalogus van deze nog steeds niet naar waarde geschatte componist.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links