CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, januari 2019

 

Mahler: Symfonieën nr. 1-9

Chor und Sinfonieorchester des Bayerischen Rundfunks o.l.v. Colin Davis, Bernard Haitink, Daniel Harding, Mariss Jansons en Yannick Nézet-Séguin
BR Klassik 900714 (11 cd's)
Live-opname: 1996–2016, Herkulessaal (nr. 1), Philharmonie am Gasteig, München

 

In de discografische geschiedenis van Gustav Mahler en zijn negen symfonieën hebben aanvankelijk drie orkesten een hoofdrol gespeeld: het Concertgebouworkest met Bernard Haitink, het New York Philharmonic Orchestra onder Leonard Bernstein en het Sinfonieorchester des Bayerischen Rundfunks en Rafael Kubelik. Dat was een dikke halve eeuw geleden, en voor de respectievelijke labels Philips, CBS en DG een ware strijd der titanen. Zo spannend is het al lang niet meer. Wereldwijd zien honderden orkesten zich uitgedaagd om zich samen met de chefdirigent te proliferen met uitvoeringen en als het even kan een integrale opname van de Negen Symfonieën. Wanneer we ons beperken tot het Hollandse muzikale landschap wordt dat overduidelijk. Ooit was het Amsterdamse Concertgebouw de enige plek waar de muziekliefhebber met Mahler kon kennismaken. Nu is er Mahler voor de gewone man, van Groningen via Arnhem tot Eindhoven. En uiteraard was er al veel eerder concurrentie uit Rotterdam, met memorabele uitvoeringen in 1954 van de Achtste onder Eduard Flipse in Ahoy, waar orgelbouwer Flentrop een fors pijporgel neerzette, en die bezocht werd door 32.000 muziekliefhebbers in drie concerten. De live-opname werd door Philips uitgebracht op een dubbel-elpee. Destijds een gebeurtenis van de eerste orde.

We zijn meer dan een halve eeuw verder, en moeten toezien hoe twee Europese rivaliserende orkesten met dezelfde chef zich bewijzen met een huislabel waarop de Mahleriaanse wapenfeiten vermarkt worden. Mariss Jansons is in Amsterdam zowel als bij de Bayerische Rundfunk in München de spil waarom die recente registraties draaien. Op deze box met de negen symfonieën uit München dirigeert hij de nummers 2, 5, 7 en 9. Afgezien van de Negende heeft Jansons deze werken ook in Amsterdam gedirigeerd, en ze zijn op het eigen label KCO Live uitgebracht. In zijn bespreking van de Zevende merkt Aart van der Wal op dat deze Zevende uit Beieren een slap aftreksel is van de Amsterdamse uitvoering.

Spannend of minder spannend, onder Jansons onderscheidt Mahler in Amsterdam zich niet of nauwelijks van Mahler in München. Optimale controle wint het van de ingeving van het moment. Wat betreft de overblijvende vijf symfonieën werd om te beginnen historie geschreven met de opname van een vorige chef, Colin Davis, die de Achtste in 1996 opnam, een onopvallende uitvoering die eerder verscheen op het label RCA. Bernard Haitink staat in dit gezelschap van Mahlerdirigenten eenzaam aan de top en voegt met deze uitgave de zevende (!) registratie van de Derde symfonie toe aan zijn portefeuille. Ze werd al eerder separaat uitgebracht en is hier enthousiast en uitgebreid door Niek Nelissen besproken. Haitink is samen met sopraan Juliane Banse tevens verantwoordelijk voor de Vierde. Yannick Nézet-Séguin dirigeert een lichtelijk overspannen Eerste, en Daniel Harding een Zesde zonder fratsen. Die Zesde werd eveneens eerder uitgebracht en is hier door Aart van der Wal besproken.

‘Meine Zeit wird kommen,' voorspelde Gustav Mahler, en hij heeft zijn gelijk gehaald. Een eeuw na zijn dood is zijn profetie meer dan uitgekomen en zitten we met een luxeprobleem: Mahleritis. Niet ongeneeslijk. Gewoon even wat minder Mahler.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links