CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, juni 2012

 

 

(R.) Strauss: Zwei Gesänge für 16-stimmigen gemischten Chor a cappella, op.34 – Drei Männerchöre

Wagner: Drei Gesänge zu Tristan und Isolde, voor 16-stemmig koor, bewerkt door Clytus Gottwald

Mahler: Twee liederen voor vier 4-stemmige koren, bewerkt door Clytus Gottwald

Chor des Bayerischen Rundfunks o.l.v. Peter Dijkstra

BR Klassik 900503 • 68' •

Live-opname: september 2009 en juli 2011, Herkulessaal, München


Peter Dijkstra (1978) werd in 2005 chefdirigent van het koor van de Bayerische Rundfunk, het Groot Omroepkoor van Beieren, maar dan wat minder groot. Peter begon met zingen in het koor van zijn vader, het Roder Jongenskoor. Daar leerde hij dirigeren, en richtte hij met zijn vrienden uit het koor het ensemble ‘The Gents’ op. Zijn formele opleiding rondde hij af aan het Koninklijk Conservatorium te Den Haag. Hij is niet alleen werkzaam in München, maar sinds 2007 ook chef van het Zweeds Radiokoor, als opvolger van zijn mentor Eric Ericson. Bij het Nederlands Kamerkoor is hij sinds jaren vaste gastdirigent. Zijn discografie ziet er nu al indrukwekkend uit, en met deze cd voegt hij er weer een belangwekkende uitgave aan toe: laatromantische muziek voor koor a cappella van Wagner, Mahler en (Richard) Strauss.

Natuurlijk hebben Mahler en Wagner geen noot voor koor zonder instrumentale begeleiding geschreven, en de magistrale werken van Richard Strauss in dit genre zijn zorgvuldig geheim gehouden. Om met de laatste te beginnen: de revolutie die Strauss als instrumentator voor het moderne symfonieorkest teweegbracht zou ook hebben moeten gelden voor zijn vocale instrumentatiekunst. De orkesten hebben de uitdaging aangenomen, maar de koren hebben minstens een halve eeuw zitten suffen – of was het gewoon te moeilijk? Hoe het ook zij, geniale composities als Deutsche Motette op. 62, Zwei Gesänge op.34 (op. 35 is Don Quixote), en niet te vergeten ‘An den Baum Daphne’, het vocale alternatief dat Strauss als een nakomertje neerpende voor de opera ‘Daphne’, zijn zwanenzang voor het operatoneel. Op deze schijf geven Dijkstra en zijn vocalisten onovertrefbare vertolkingen van de Zwei Gesänge – de cd opent met ‘Der Abend’ en sluit af met ‘Hymne’. Adembenemend virtuoos en van een bovenaardse schoonheid, en dat alles live opgenomen. Gezien bovenstaande opnamedata had men de luxe om uit meerdere concerten te kunnen monteren, maar het blijft een Olympische prestatie.

Mahler en Wagner zijn vocale componisten bij uitstek, maar voor koor alleen hebben ze zoals gezegd niets geschreven. Mahler bewijst zijn kunnen in die richting in de magistrale solistische koorbijdrage aan het begin van de finales van de Tweede en de Achtste symfonie, maar daar schiet je als ambitieuze koordirigent niets mee op. Zo’n koordirigent is Clytus Gottwald (1925), in 1960 oprichter van de Schola Cantorum Stuttgart. Dat was een groep vocalisten waarmee hij zich stortte op avant-gardistische projecten en muziek uit de middeleeuwen. Een van de stukken die nieuwe inpulsen gaf aan het nieuwe a cappella zingen was Lux Aeterna van György Ligeti. Gottwald nam de handschoen van Ligeti op en ging zich bezinnen op koorrepertoire dat de veelstemmigheid toepast in het laatromantische repertoire van Wagner en Mahler. De resultaten zijn zonder meer fascinerend.

De Drei Gesänge zu Tristan und Isolde bestaan uit ‘Im Treibhaus’ en ‘Träume’ uit de Wesendonck-Lieder, die beide hun weg vonden in het muzikale weefsel van de opera. Daaraan voegde hij later de slotscene toe, ‘Isoldes Liebestod’. Dit is niet zomaar een ‘arrangement’, maar een ingenieuze hercompositie, niet alleen door de filigrane stemvoering, maar ook door de buitengewoon intelligente tekstplaatsing. Voor Mahler geldt precies hetzelfde. Uit de Lieder eines fahrenden Gesellen nam Gottwald het vierde, ‘Die zwei blauen Augen von meinem Schatz’. Daaraan voegde hij ‘Ich bin der Welt abhanden gekommen’ uit de Rückert-Lieder toe.

Op de ‘hoes’ van de cd zien we een afbeelding van de Grote Zaal van het Concertgebouw in Amsterdam, met op de bekende componistenbordjes de namen van Strauss, Wagner en Mahler, collega’s op deze cd, gebroederlijk naast elkaar. Bezoekers van de Grote Zaal weten al dat de foto een trucje moet zijn. Leo Samama’s boeiende artikel over de ‘eregalerij’ (klik hier) laat zien dat de heren respectievelijk op nummer 33, 20 en 38 staan. Leuk gevonden, dat wel.

Peter Dijkstra heeft hier een Dijk van een cd afgeleverd, die een schitterende demonstratie is van de technische capaciteiten van zijn koor. Zowel Strauss als Gottwald – want dat zijn toch in essentie de twee tovenaars van deze schijf – laten zich niets gelegen liggen aan de beperkingen van de menselijke stem. Peter Dijkstra helpt zijn vocalisten met een meesterhand over die beperkingen heen. Als Peter de Deutsche Motette van Strauss op het programma zet neem ik de trein naar München...


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links