CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, mei 2020

Magnard: Ouverture op. 10 Chant funèbre op. 9 Hymne à la justice op. 14 Hymne à Vénus op. 17 Suite d'orchestre dans le style ancien op. 2

Philharmonisches Orchester Freiburg o.l.v. Fabrice Bollon
Naxos 8.574084 • 66' •
Opname: okt. 2017, juni/juli 2018, Rolf Böhme Saal, Konzerthaus, Freiburg; maart 2019 (Suite), SWR Studio, Baden-Baden (D)

   

Dit is de derde en laatste uitgave in het kader van de complete orkestwerken van Albéric Magnard, een initiatief van de Duitse Südwestrundfunk (SWR) in samenwerking met het label Naxos. Het legendarische omroeporkest van de SWR, het Sinfonieorchester Baden-Baden (na fusie Baden-Baden und Freiburg), en groot gemaakt door Hans Ropsbaud en Michael Gielen, mag dan zijn opgeheven, iets van de oude glorie wordt overgedragen op het Philharmonisches Orchester Freiburg, het stedelijke orkest dat daar voor de opera en de symfonische voorziening zorgdraagt. Sinds 2009 is Fabrice Bollon (1965) GMD Generalmusikdirektor in Freiburg, en zorgde hij voor spraakmakende opera-opnamen, onder andere van Das Wunder der Heliane van Korngold. De afgelopen twee jaar realiseerde hij twee cd's met de vier symfonieën van Magnard, die ik hier beide heb besproken.

Magnard was een pietje precies, en in combinatie met zijn vroege overlijden vlak voor zijn vijftigste levensjaar heeft dat geleid tot een beperkt oeuvre van slechts 21 opusnummers. Daarvan zijn er negen voor symfonieorkest geschreven, plus drie opera's. Naast de vier symfonieën schreef Magnard drie forse orkestwerken die zich in kwaliteit kunnen meten met de veelgeprezen derde symfonie: Chant funèbre opus 9, Hymne à la Justice opus 14 en Hymne à Vénus opus 17.

In 1894 overleed Magnards vader Francis, hoofdredacteur van de gezaghebbende krant Le Figaro. Zijn echtgenote pleegde zelfmoord toen Albéric vier jaar oud was, en de verhouding tussen vader en zoon heeft daar erg onder geleden. Toch was de dood van zijn vader een enorme schok, die Albéric naar eigen zeggen bewust maakte van diens betekenis. Magnard was een moeilijke, gesloten persoonlijkheid, maar wist in zijn muziek zijn gevoelens op indringende wijze gestalte te geven. De treurzang op de dood van zijn vader is zonder twijfel zijn grootste meesterwerk geworden. Albéric was een kleine, gedrongen man, die de rug recht hield wanneer het om onrechtvaardigheid of discriminatie ging. Zijn Hymne à la Justice uit 1903 is een directe reactie op de Affaire Dreyfus, een muzikale reactie op J'accuse van Émile Zola, en niet zozeer een stellingname in het conflict als wel een klinkende vuist tegen alle onrecht.

Magnard was een overtuigd voorstander van het vrouwenkiesrecht, en ook in zijn persoonlijke leven maakte hij gedurfde keuzes door te trouwen met een ongehuwde moeder. Aan zijn echtgenote Julia droeg hij drie van zijn werken op, de Vier liederen opus 15, de opera Bérenice opus 19 en de Hymne à Vénus opus 17 uit 1906. Wonderlijk dat juist de ode aan de gerechtigheid bijna letterlijk citeert uit Tristan und Isolde, waar men dat eerder in de ode aan de liefde zou verwachten daar horen we juist weer echo's van Le Maître Angélique César Franck.

Van de overige beide werken valt de Suite opus 2 duidelijk onder de rubriek jeugdwerken, geschreven onder toezicht van zijn leraar Vincent d'Indy. Het wekt overigens verbazing dat Magnard zijn studie aan het Parijse Conservatorium bij César Franck afbrak om bij Vincent d'Indy aan de Schola Cantorum te gaan studeren, terwijl hij in zijn muzikale vocabulaire trouw bleef aan Franck (en Wagner). Naar eigen zeggen wilde hij zich bij d'Indy bekwamen in de instrumentatiekunst, gezien zijn grote belangstelling voor het orkest geen overbodige luxe, die zich dubbel en dwars heeft uitbetaald.

Het is niet de eerste keer dat deze werken in de catalogus verschijnen, in 2002 presenteerde het label Timpani een identieke cd met het Orchestre Philharmonique de Luxembourg onder de Amerikaanse dirigent Mark Stringer. Degelijke uitvoeringen zonder veel fantasie, maar wel uitstekend toegelicht door de betreurde musicoloog Harry Halbreich. Voor het label EMI nam Michel Plasson de vier symfonieën op, gecombineerd met de Ouverture, de Hymne à la Justice en de Chant funébre. De fysieke cd's zijn niet meer te krijgen, maar Warner heeft ze als download gebundeld. Plasson is duidelijk in zijn element in dit repertoire, maar zeker in de Chant funèbre levert Fabrice Bollon een nog overtuigender pleidooi, door met een iets sneller tempo de spanning beter vast te houden. De opnametechniek uit de jaren tachtig legt het bovendien af tegen de prestaties van het Naxos team van dertig jaar later.

Wie wil kennismaken met Albéric Magnard kan zich geen betere introductie wensen dan deze uitvoering van de Chant funèbre, een verbijsterend vergeten meesterwerk.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links