CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, juni 2012

 

 

Lalo: Celloconcert in d – Symfonie in g –
Namouna (balletsuite)

Torleif Thedéen (cello), Malaysian Philharmonic Orchestra o.l.v. Kees Bakels

BIS-CD-1296 • 75' •

Opname: december 2001 (symfonie) en
november 2002, Petronas Hall, Kuala Lumpur (Maleisië)

 


Deze opnames hebben een paar jaartjes op de plank gelegen, maar in 2006 markeerden ze het begin van een integrale opname van de soloconcerten van Edouard Lalo, aangevuld met een tweetal markante orkestwerken, en verdeeld over drie cd’s en drie orkesten, maar met als constante kracht aan het roer dirigent Kees Bakels, samen met zijn oude vriend Jean-Jacques Kantorow. Dertig jaar geleden waren ze samen actief in het Nederlands Kamerorkest, Bakels als vaste gastdirigent, Kantorow als concertmeester. Kantorow vertolkt de werken voor viool en orkest, goed voor twee van de drie cd’s.

Edouard Lalo (1823-1892) begon zijn carrière als componist onopvallend, maar deed wel opvallende dingen. Hij richtte een strijkkwartet op waarin hij zelf eerst altviool en later tweede viool speelde. Als componist produceerde hij vooral kamermuziek, bepaald geen populair medium in het Frankrijk van die dagen. Uiteraard bleef hij dromen van een succesvolle doorbraak, en die kwam door de kennismaking met Pablo de Sarasate, Spaans meesterviolist. Sarasate en Lalo’s Symphonie Espanole werden een begrip, en vanaf dat moment was het vrij baan voor Edouard Lalo, op één uitzondering na. U raadt het al, de opera, de allesoverheersende bron van vermaak in het Europa van de negentiende eeuw. Een componist zonder succesvolle opera telde in dat klimaat niet mee. Lalo had het al eens geprobeerd met een opera op een draak van een libretto, gebaseerd op Schillers Fiesco, in 1866, maar dat werd niets. Lalo gooide niets weg, en hergebruikte een deel uit zijn opera als het Scherzo van zijn enige symfonie, en dat is ook het beste deel geworden. Wat opvalt is de gelijkenis met Mendelssohn, eveneens een meesterlijke schepper van dartele muziek. Overigens kwam die symfonie pas op papier in 1886, na de successen van de soloconcerten voor Sarasate.
Die successen inspireerden Lalo tot het schrijven van een celloconcert, dat een eeuw lang heeft kunnen floreren in de gunst van meestercellisten. Samen met het Eerste celloconcert van Saint-Saëns is het de Franse bijdrage tot het romantische cellorepertoire. Maar niet alleen nieuwe concerten, ook een nieuwe opera hield Lalo bezig na zijn nieuwverworven populariteit. In 1875 begon hij aan Le Roi d’Ys, waaraan hij tot 1888 bleef sleutelen tot ze eindelijk in productie werd genomen door de Parijse Opéra Comique. Het succes was overweldigend, en de laatste vier jaar van zijn leven mocht Lalo zich koesteren in de bewondering van zijn tijdgenoten.
In de lange periode waarin Lalo vocht voor de productie van zijn opera kreeg hij als zoethoudertje een nieuw ballet aangeboden, een genre waarin hij naar eigen zeggen ‘totaal geen ervaring had’. Nanouma flopte na een paar voorstellingen, maar Lalo maakte er het beste van door voor de concertzaal drie suites samen te stellen, waaronder ook een voor viool en orkest. Niemand minder dan Claude Debussy was een groot bewonderaar van de originaliteit van Nanouma. Hij schreef: ‘Temidden van te veel domme balletten staat een soort meesterwerk: Namouna van Edouard Lalo. Onbegrijpelijk dat wreedaardige stompzinnigheid dit stuk zo zorgvuldig heeft begraven dat niemand er meer over spreekt. Zonde van de muziek.’ In 1992 verscheen een opname van deze partituur op het label Valois (V 4677), door het Orkest van Monte Carlo o.l.v. David Robertson. Het spreekt bijna vanzelf dat die de catalogus alweer heeft verlaten. Een eerdere registratie met hoogtepunten uit 1971 op DG onder Jean Martinon moeten we eveneens met een lampje zoeken. Gelukkig bieden Bakels en zijn manschappen ons een waardevol alternatief, met een ruime selectie in een prachtuitvoering.

Dat het een paar jaar heeft geduurd voordat deze uitgave het licht zag heeft niets te maken met de kwaliteit van een en ander. Ook platenlabels kennen het verschijnsel file. Lalo’s Celloconcert, ooit behorend tot de bagage van iedere zichzelf respecterende cellist, dreigt zo langzamerhand van de concertpodia te glijden. Onvermijdelijk maar spijtig, want een uitvoering als deze, met een rotsvast geloof in de waarde van de noten, maakt duidelijk dat er in de top tien van romantische celloconcerten nog steeds ruimte is voor dat van Edouard Lalo.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links