CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, september 2011

 

 
 

Szymon Laks: Kapelmeester van Auschwitz - muziek uit een andere wereld

Nawoord van André Laks – vertaling Jos den Bekker

Uitgeverij Elikser

Paperback 172 blz. inclusief cd

ISBN: 978 90 8954 292 2

 

 

 

 

Laks: Cellosonate – Huits chants populaires Juifs – Divertimento voor fluit, viool, cello en piano – Passacaille voor fluit en piano –
Dialogue voor twee violoncelli – Blues voor piano – Ballade voor piano (Hommage à Chopin)

Leo Smit Ensemble: Irene Maessen (sopraan), Eleonore Pameijer (fluit), Ursula Schoch (viool), Stephan Heber (cello), Monique Bartels (cello), Marcel Worms (piano)

Future Classics 111 • 74' •

http://holocaustmusic.ort.org/


‘Arbeit macht frei’ is het infame motto boven de toegangspoort van het vernietigingskamp Auschwitz. Woorden die in het geval van Szymon Laks wel een heel navrante bijklank hebben gekregen. Door zijn werk als musicus en dirigent van het ‘kamporkest’ heeft hij de verschrikkingen van de holocaust overleefd – door zijn arbeid kwam hij vrij. In zijn eigen woorden: ‘en zo vaak had ik te horen gekregen dat je van muziek niet kunt leven’. Een ander citaat:het orkestleven in Auschwitz: dat was de vreugde over nieuwe instrumenten – en het besef dat ze de erfenis waren van degenen die de nacht daarvoor de gaskamer waren ingegaan’.

Twee citaten uit het boek ‘Kapelmeester van Auschwitz – muziek uit een andere wereld’, onlangs opnieuw uitgegeven door uitgeverij Elikser. De oorspronkelijke Franse uitgave verscheen onder de sobere titel Musique d’un autre monde. Na lezing van het boek mag je je afvragen of Laks wel zo blij geweest zou zijn met de wervende tekst ‘Kapelmeester van Auschwitz’. Het boek verscheen voor het eerst in die vertaling in 1991 (uitgeverij Kritak in Leuven). Voor deze heruitgave is een nawoord toegevoegd van de hand van André Laks, zoon van de auteur. Maar wat deze editie tot iets heel speciaals maakt is de toevoeging van een cd met werken van de componist Szymon Laks. Die cd is ook apart verschenen op het label Future Classics.

Szymon Laks (Warschau, 1901) koos aanvankelijk voor wiskunde aan de Universiteit van Vilnius (Litouwen). Na muziekstudies in Warschau vertrok hij in 1926 naar Parijs om daar compositie te studeren. Hij liet zich inspireren door de École de Paris, het klankbord van oosteuropese componisten als Martinu, Tansman, Tsjerepnin en Stravinsky. Hij verdiende zijn brood als violist in het uitgaansleven, in café’s en op oceaanstomers of als begeleider van stomme films in bioscooporkestjes – een ervaring die hem ironisch genoeg nog goed van pas zou komen. In 1941 werd hij in Parijs vanwege zijn joodse afkomst door de Franse autoriteiten gearresteerd en gevangengezet in een werkkamp bij Orléans. Een jaar later werd hij overgebracht naar het Poolse vernietigingskamp Auschwitz. Hij overleefde het kamp achtereenvolgens als violist, arrangeur en dirigent van het (mannen)kamporkest. In oktober 1944 werd hij overgebracht naar Dachau, waar hij op 29 april 1945 door Amerikaanse troepen werd bevrijd.

Na de oorlog ging Laks terug naar Parijs waar hij leefde tot zijn dood in 1983. In de naoorlogse jaren hield hij zich intensief bezig met het op schrift stellen en publiceren van zijn ervaringen in Auschwitz. Ook pakte hij de draad van het componeren weer op. In het veranderde muzikale klimaat van de jaren 1950 en 1960 kon hij evenwel niet aarden, en in 1967 zette hij een streep onder zijn loopbaan als componist. De laatste jaren van zijn werkzame leven maakte hij vertalingen en ondertitels voor films.

Componisten als Viktor Ullmann en Erwin Schulhoff schreven hun muziek ook in vernietigingskampen, en ze hebben de laatste decennia opnieuw – en terecht – de aandacht getrokken. Szymon Laks had het te druk met het arrangeren van marsen, potpourris en schlagers – voor componeren was voor hem in het kamp geen tijd. Wat hij ons nalaat uit die hel zijn geen noten, maar woorden. Zoals hij zelf schrijft: ‘Dit is geen boek over muziek. Het is een boek over muziek in een naziconcentratiekamp. Je zou ook kunnen zeggen: over muziek in een lachspiegel’.

 Luisterend naar de cd lijkt het soms alsof Laks probeert om zichzelf die lachspiegel voor te houden. De prachtige Cellosonate uit 1932 is nog een waardige pendant van de Vioolsonate van Ravel. Maar wat te denken van de Dialogue voor twee cellisten uit 1964? Stroeve ritmes en schrijnende dissonanten scheppen een klankbeeld dat angstvisioenen lijkt te willen bezweren. De keerzijde van de medaille. De Cellosonate is overigens de enige vooroorlogse compositie die hier is ingespeeld. De overige dateren uit de periode van vlak na de Tweede Wereldoorlog. Een belangrijke plaats is ingeruimd voor de Huit chants populaires juifs, uit 1947 voor sopraan en piano. Kenners van het liedrepertoire zullen direct opmerken dat de melodie van Di alte kashe dezelfde is als die in de zetting van Ravel. Voor de vertolkers niets dan lof, ze hebben deze werken waar ze maar konden onder de aandacht gebracht, en deze cd is de weerslag daarvan: liefdewerk in de beste zin van het woord.

Wie het boek ‘Kapelmeester van Auschwitz’ nog niet gelezen heeft kan niet om deze heruitgave heen, zeker niet met de uitstekend gespeelde cd als extra. Wie het boek al heeft kan de cd aanschaffen en eindelijk kennismaken met de componist Szymon Laks. Om Laks het laatste woord te geven: ‘Ik heb geen idee wat er met de muziek is gebeurd die ik schreef in het kamp. Ik heb het me nooit meer afgevraagd. In het Auschwitz-Museum misschien?’


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links