CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, juni 2014

 

Kracht: Stabat Mater Stabat Pater

Egon Kracht & The Troupe: Elisa Roep (sopraan), Antje Lohse (alt), Mark Omvlee (tenor), Angelo Verploegen (flugelhorn), Jakob Klaasse (hammondorgel), Noortje Braat (viool), Diederik van Dijk (cello), Egon Kracht (contrabas)

Turtle Records ZZ76133 66' (sacd)

Opname: nov. 2013, Evangelisch Lutherse Kerk, Haarlem

   

De toekomst van (klassieke) muziek is niet afhankelijk van programmeurs of zalenbazen - ze scharniert op componisten. Egon Kracht (1966) vaart in de Nederlandse muziekwateren zjn eigen koers. Hij is jazzbassist en maakte onvergetelijke liedjes samen met wijlen Maarten van Roozendaal - een enkel voorbeeld: Redt mij niet. Hij laat zien dat hij als componist een wezenlijke bijdrage wenst te leveren aan het eigentijdse muziekgebeuren. Maar hij verdomt het om stukken voor de concertzaal te schrijven die na één uitvoering in de onderste bureaula liggen te verstoffen. Dus besloot hij om alle opgedane ervaringen te verenigen in een eigen gezelschap, de Troupe , een naam waar je alle kanten mee opkunt en waar je alle mogelijke bezettingen in kan stoppen. Kracht heeft haarfijn begrepen dat de symfonie op zijn laatste benen loopt en dat de opera lemen voeten heeft. Hij weet ook dat het publiek hunkert naar goede muziektheatrale voorstellingen, van musical tot Bimhuis.

Egon Kracht en de Troupe leverden een swingende visie op de Mattheuspassie van Bach, een experiment waar veel Mattheusgangers zich aan geërgerd zullen hebben, maar waar de componist Kracht duidelijk veel van opgestoken heeft. Dat maakte hij duidelijk in de opvolger, de Judas Passie, een dwarse kijk met lef op een bijbelboek dat de censuur niet haalde. In zijn volgende productie kijkt hij zonder bril naar een andere geliefde liturgische tekst: het Stabat Mater. Dat werd dus Stabat Pater - mannen mogen huilen.

Egon Kracht maakt heel goed duidelijk dat wat hem betreft deze onderwerpen niets met religie te maken hebben, maar hun onderhuidse symbolische betekenis ontlenen aan elementaire emoties. Het gaat in het Stabat Mater helemaal niet over Maria en haar gekruisigde zoon, maar over een moeder en het verlies van haar kind. In omgekeerde zin gaat het in dit Stabat Pater over het verdriet van de vader om de dood van zijn zoon. Dat je daarbij je teksten moet aanpassen is duidelijk, en dat is Kracht gelukt op een manier die diep in het merg van de luisteraar doordringt. De Nederlandse tekst van A.F.Th. van der Heijden over het verlies van zijn zoon Tonio behoeft geen nadere toelichting. Net zo logisch was de omzetting van de Latijnse oertekst naar een variant voor vaders: Stabat Pater Dolorosus.

De bezetting van de Troupe is simpel maar effectief. Het klassieke element bestaat uit een drietal vocalisten, met begeleiding van viool, cello en contrabas. Dat zijn de 'madrigalisten' die de Latijnse teksten vertolken. Ze krijgen hulp van een continuo-instrument, een hammondorgel - het klassieke basso continuo van de blues. Zo ontstaat er een logische brug naar een andere discipline, de jazz. De flugelhorn, het zachtaardige broertje van de trompet, is hier het ideale instrument. Al deze onwaarschijnlijke ingrediënten hebben geleid tot een partituur die zijn weerga niet kent. Ik heb de slotmaten van dit Stabat Pater nog niet één keer met droge ogen kunnen beluisteren.

Op YouTube zwerven verschillende fragmenten, die de moeite waard zijn voor een eerste kennismaking, maar in niets lijken op het eindproduct dat hier op cd verschijnt. Alles valt op zijn plaats, de zangers zijn spatzuiver en het hammondorgel wurmt zich bijna stiekum in het klankbeeld. Het belangrijkste is echter dat de componist Egon Kracht begrepen heeft waar het om gaat. Een paar harmonische wendingen die ontroeren zijn genoeg, en in dit Stabat Pater verwerven ze een klassieke status. Alle verdriet van de wereld in twee woorden: Paradisi Gloriam.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links