CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, juli 2022

Koechlin: The Seven Stars Symphony op. 132 – Vers la voûte étoilée op. 129

Sinfonieorchester Basel o.l.v. Ariane Matiakh
Capriccio C5449 • 57' •
Opname: jan. 2021, Stadtcasino, Bazel

   

Charles Koechlin stamt uit de Elzas (Koechlin komt van Köchlein, kokkie) maar kwam ter wereld in Parijs in 1867. Hector Berlioz was toen 64 jaar oud. Hij stierf in 1950, nadat hij kennis had genomen van de ideeën van Messiaen en Boulez. In de tussenliggende kleine eeuw studeerde hij bij Massenet en Fauré, had nauwe contacten met Debussy en Ravel, en gaf lessen aan Poulenc en Milhaud. Daarnaast hield hij zich uitsluitend bezig met componeren en liet een enorme berg werken na, die slechts mondjesmaat tot klinken zijn gekomen. Hij combineerde zijn liefde voor het Bachiaanse contrapunt met de muzikale modes van zijn tijd. Aanvankelijk in een laatromantische klanktaal, daarna in een impressionistisch idioom; voorbij opus 100 laat hij een veelheid aan invloeden binnen, van de middeleeuwen tot de jazz.

Koechlin kwam uit een rijke industriële familie. Grootvader Jean Dolfuss stichtte een textielfabriek, en vader Julien was industrieel textielontwerper. Beiden vertoonden ze sociale betrokkenheid, en Koechlin nam hun ideeën over: hij was zijn leven lang een socialist met communistische trekjes. Hij veroverde een positie aan het Parijse Conservatoire, waar hij een compositieklas onderwees. Koechlin was een briljant orkestrator, getuige zijn Traitise over het onderwerp in maar liefst vier delen, een compendium van de instrumentatiekunst dat op één lijn staat met de handboeken van Berlioz (later bewerkt door Richard Strauss) en Rimski-Korsakov. Maar hij was ook gefascineerd door alles wat met fotografie en film te maken had. Zijn Seven Stars Symphony   brengt in zeven delen een hommage aan evenzovele filmsterren. Stereoscopische foto's van de branding en kruiend ijs aan de Hollandse Zuiderzee vormen een ander bewijs voor de brede belangstelling van deze renaissanceman. Zijn catalogus als componist omvat ruim tweehonderd genummerde werken, die geen van alle een plaatsje in het repertoire veroverd hebben. Wel zijn er in de afgelopen dertig jaar een aantal stukken op cd verschenen, niet in de laatste plaats door toedoen van Heinz Holliger, die op het label Hänssler voor een discografische wedergeboorte van Koechlin heeft gezorgd.

Muzikaal was Koechlin een kameleontische persoonlijkheid. Met één druk op de knop wist hij de impressionistische klankkleuren van Debussy te stalen met de ritmische kracht van Roussel. Als symfonicus liet hij vier maal van zich horen. Zijn eerste symfonie, opus 57bis, is een orkestversie van zijn tweede strijkkwartet; de tweede symfonie, opus 196 stamt uit 1943. Daartussen komt in 1936 een compilatie van vijf vroegere werken onder de naam Symphonie d'Hymnes. In 1933 schreef Koechlin een symfonie die meer het karakter heeft van een symfonische suite, de Seven Stars Symphony – een onverbloemde demonstratie van zijn fascinatie met Hollywood en zijn sterren.

In zeven cameo's schildert Koechlin muzikale portretten van de toenmalige sterren van het witte doek, met daarbij een beschrijving van zijn muzikale werkwijze, als volgt:

1. Douglas Fairbanks – en souvenir du Voleur de Bagdad (ter herinnering aan De Dief van Bagdad)
2. Lilian Harvey – Menuet fugué (fugatisch menuet)
3. Greta Garbo – Choral païen (heidens koraal)
4. Clara Bow – et la joyeuse Californie (en het vrolijke Californië)
5. Marlène Dietrich – variations sur le thême fournis par les lettres de son nom (variaties op een thema uit de letters van haar naam)
6. Emil Jannings – en souvenir de l'Ange bleu (ter herinnering aan de Blaue Engel)
7. Charlie Chaplin - variations sur le thême fournis par les lettres de son nom (variaties op een thema uit de letters van zijn naam)

Zeven kleurrijke impressies, variërend van de dromerige solo voor ondes martenot in het heidense koraal voor Greta Garbo, tot de streng georganiseerde variaties voor Charlie Chaplin, met een lengte van een kwartier ver uitkomend boven de andere deeltjes, die in tijdsduur variëren van twee tot zes minuten. Koechlin bedient zich hier van een impressionistisch coloriet dat voortbouwt op de verworvenheden van Debussy. In de instrumentatie toont hij zich zonder meer een grootmeester die het op kan nemen tegen de acht jaar jongere Maurice Ravel.

Dit is niet de eerste keer dat deze partituur is opgenomen. Als we een oude elpee even niet meerekenen zijn er twee cd-uitgaven waar rekening mee zou kunnen worden gehouden. De eerste is een EMI opname uit 1983 door het orkest van Monte-Carlo onder Alexandre Myrat. Die valt af door een inferieure opnamekwaliteit, maar heeft een extraatje dat nergens anders te vinden is: de Ballade voor piano en orkest opus 50bis. In 1996 kwam RCA met een opname door het Deutsches Symphonieorchester, gedirigeerd door James Judd. Een uitstekende lezing van Judd, die iets meer orkestrale finesse had mogen uitstralen. Ook deze is dankzij het aanvullende repertoire nog steeds de moeite waard.

Op deze nieuwe registratie dirigeert Ariane Matiakh (1980) het Sinfonieorchester Basel voor het label Capriccio. Matiakh is in de afgelopen jaren diverse malen op Capriccio te horen geweest, met meerdere orkesten, onder andere in werken van Strauss (Aus Italien) en Dohnányi. Ze zijn hier grotendeels besproken en vielen niet altijd op door zorgvuldig afgewerkt orkestspel en een overzicht van de grote lijn. Of het aan de orkesten heeft gelegen of aan de aard van het repertoire is gissen, maar feit is dat Matiakh, het orkest uit Bazel en het opnameteam op deze cd een sublieme prestatie neerzetten. Het aanvullende repertoire liegt er ook niet om, een sfeervolle nocturne, Vers la voûte etoilée (bij de aanblik van het sterrenuniversum). Dat laatste werk is op YouTube te bekijken en beluisteren in een door Matiakh gedirigeerde en eveneens uitstekende lezing door het orkest van de Hessische Rundfunk in Frankfurt. Maar het belangrijkste is toch wel dat de bewonderaars van Koechlin nu eindelijk kunnen beschikken over een schitterende opname van een van de belangwekkendste symfonische werken uit het twintigste-eeuwse Franse orkestrepertoire en een van Koechlins mooiste scheppingen – tout court.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links