CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, oktober 2020

Kastalsky: Requiem for Fallen Brothers

Anna Dennis (sopraan), Joseph Beutel (bariton), Cathedral Choral Society, The Clarion Choir, The Saint Tikhon Choir, Kansas City Chorale, Orchestra of St. Luke's o.l.v. Leonard Slatkin
Naxos 8.574245 • 64' •
Opname: 21 okt. 2018, Washington National Cathedral, Washington DC (VS)

   

Alexander Dimitrievich Kastalsky werd in 1856 geboren te Moskou, waar hij leefde en werkte, en in 1926 overleed. Hij studeerde tussen 1878 en 1882 aan het Conservatorium van Moskou bij Tsjaikovsky en Tanejev. In 1900 werd hij directeur van de Moskouse Synodale Koorschool, die na de revolutie haar naam en curriculum veranderd zag in de Koor Academie van het Volk. De school werd in 1923 opgeheven. Kastalsky hield zich tot 1917 bezig met de studie van de Russische kerkmuziek en schreef een groot aantal liturgische werken. Toen de bolsjewieken hun veto uitspraken over de religieuze muziek volgde hij gedwee, en hield zich tot zijn dood bezig met de studie van volksmuziek, die hij tot verheffing van de arbeidersklasse verwerkte in titels als Hymne aan het Proletariaat en Hymne aan de Vijfde Mei.

In de online-editie (2001) van de gezaghebbende muziekencyclopedie The New Grove wordt in het lemma over Kastalsky met geen woord gerept over zijn belangrijkste opus, het kolossale Requiem voor de Gevallen Broeders gecomponeerd tussen 1914 en 1917 naar aanleiding van de Eerste Wereldoorlog. Zelfs in de lijst van werken wordt het niet genoemd. In een oudere uitgave van de Grove, de vijfde editie uit 1961 (wie wat bewaard heeft wat) komt dit werk echter nog uitgebreid aan de orde. Daar lezen we het volgende:

‘His Requiem for the Fallen Heroes of the Allied Army was given at Birmingham on 22 Nov. 1917, by the Festival Choral Society under Sir Henry J. Wood. It is an ambitious attempt to unite East and West in a solemn commemoration of the heroic dead. Ecclesiastical themes from the eastern Orthodox, western Catholic and Anglican liturgies are employed; and even the Hymn to Indra and the song of the Japanese soldiers are included.'

Kastalsky schreef een oecumenisch, meertalig werk waarin hij de volkeren van alle samenwerkende naties een plek gaf, ieder met zijn eigen taal en zijn eigen muzikale karakteristiek. Zo is de openingstekst, een solo voor de bariton, gezet in het Italiaans. De delen waarin Kastalsky de traditionele tekst volgt zijn gezet in het Latijn. Opvallend daarbij is dat het Dies Irae in de tekst ontbreekt, maar dat de bekende sequens wel in de muziek wordt aangehaald.

Indische en Japanse soldaten worden herdacht in instrumentale tussenspelen; de Amerikaanse soldaten met twee bekende gezangen: Rock of Ages en Hark! Hark, my soul, waarbij in de begeleiding op de piano de treurmars van Chopin te horen is. Kastalsky schrok niet terug voor een beetje kitsch.

Op de achterzijde van deze uitgave staat World Premiere Recording. Nu zal de oplettende muziekliefhebber opmerken dat er op YouTube een opname circuleert van Russische afkomst, gedirigeerd door Evgeny Svetlanov, een kopie van een elpee, zo te horen. Het gaat daarbij echter om een uitgave die is aangepast aan de politieke eisen van de tijd, met een Russische editie van de tekst.

Op 21 oktober 2018 werd in de National Cathedral te Washington de eerste uitvoering van dit werk sinds 1917 gegeven, ter gelegenheid van de honderdste viering van het einde van de Eerste Wereldoorlog. De Washington Cathedral is een kolossaal bouwwerk, wereldwijd de zesde kathedraal in grootte, en ze beschikt bovendien over een magistraal orgel van ruim honderdtachtig stemmen, dat zich luid en duidelijk manifesteert. Vier koren werkten mee, waarvan het grootste, het National Cathedral Choir, uit meer dan honderdtwintig vocalisten bestaat. Daarnaast doen nog drie kleinere koren mee, waaronder The Clarion Choir. Dat laatste koor nam voor Naxos al eens een vroegere versie voor koor en orgel van Kastalsky's Requiem op (Naxos 8.573889). In het boekje zijn niet alleen alle teksten met Engelse vertaling opgenomen, ook de namen van alle medewerkenden zijn keurig vermeld.

Dirigent Leonard Slatkin (1944) heeft in zijn lange carrière aan beide zijden van de oceaan honderden cd-opnamen gerealiseerd, met een voorkeur voor nieuw en onbekend repertoire. Hij kreeg hier de beschikking over The Orchestra of Saint Luke's, een flexibele formatie die resideert in Manhattan. Het is voor deze mammoetoperatie aan de kleine kant (vier contrabassen in het strijkorkest), maar daar merken we in de opname niets van. Sopraan Anna Dennis en bariton Joseph Beutel zijn eminente solisten, en een speciale vermelding verdient organist Nicholas Quardokus. Voor de vier koren was deze deelname aan de herdenking hoorbaar een erezaak die met liefde en enthousiasme werd gerealiseerd.

De muziek bestaat voor onze oren uit een overweldigende combinatie van de Kroningsscene uit Boris Godoenov en de Vespers van Rachmaninov (een leerling van Kastalsky). Trekt u daaruit vooral niet de conclusie dat Kastalsky een gemakzuchtig eclectisch werkstuk heeft afgeleverd, daarvoor staat zijn geboortedatum borg. Voor liefhebbers van Russische kerkmuziek een schot in de roos.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links