CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, september 2020

Kapustin: Celloconcert nr. 1 op. 85

Schnittke: Celloconcert nr. 1

Eckart Runge (cello), Rundfunk Sinfoniorchester Berlin o.l.v. Frank Strobel
Capriccio C5362 • 70' •
Opname: maart 2018, okt. 2019, Haus des Rundfunks Berlin-Brandenburg, Berlijn

   

Transitions is de titel die deze cd meekreeg, maar in de toelichting wordt daarover met geen woord gerept. Wel heeft het label ervoor gezorgd dat er op YouTube een promofilmpje geplaatst werd waarin cellist Eckart Runge enthousiast vertelt over zijn geloof in deze beide concerten, en de transitie uitlegt die gesuggereerd wordt. Nikolai Kapustin steekt over naar de jazz, Alfred Schnittke ondergaat een glimp van het hiernamaals.

Het lijkt erop dat Frank Strobel, de dirigent op deze uitgave, de verbindende schakel is tussen Schnittke en Kapustin, twee componisten die je nu niet direct met elkaar associeert. Strobel (München, 1966) groeide op als kind van bioscoophouders. Filmmuziek werd hem dus met de paplepel ingegeven, en toen hij op zijn zestiende kennismaakte met de muziek voor Metropolis van Fritz Lang markeerde dat de start van een succesvolle loopbaan als dirigent van filmmuziek. Talloze partituren heeft hij gereconstrueerd en uitgevoerd. Een van de projecten die eruit springt is de vier cd's (ook op het label Capriccio) omvattende Alfred Schnittke Film Music Edition, waarvoor de componist hem carte blanche gaf. Filmmuziek ligt vlak naast het lichte genre, en dus was het slechts een kleine stap naar Nikolai Kapustin, de Russische componist die op 2 juli 2020 overleed, en wiens hele leven in het teken stond van de jazz.

Nikolai Kapustin (1937-2020) is afkomstig uit de Oekraïne, ontving een gedegen piano-opleiding aan het Moskous Conservatorium bij de fameuze Alexander Goldenweiser, en raakte verslingerd aan de jazz. Maar dan wel op een heel curieuze wijze: Kapustin improviseert niet, maar hij componeert. Eigenlijk is hij dus per definitie geen jazzmuzikant, maar toch werkte hij lang als pianist mee in de Russische Big Band van Oleg Lundström. Voor die groep maakte hij arrangementen en schreef hij originele werken. Zodra hij het zich kon permitteren trok hij zich terug uit het amusementsleven en hield zich uitsluitend nog bezig met componeren, vooral van pianomuziek en kamermuziek met piano. Het klinkend resultaat zweeft tussen Gershwin, Ellington en Milhaud, maar vindt nergens houvast – het blijft luisteren door de oren van Kapustin.

Kapustin was al een aantal jaren gestopt met componeren toen hij tien jaar geleden bezoek kreeg van de cellist op deze productie, Eckart Runge. Bij die gelegenheid gaf Kapustin hem de partituur mee van zijn Eerste celloconcert uit 1997, een werk dat in tegenstelling tot het veel bekendere Tweede celloconcert nog nooit was uitgevoerd. Runge verzorgde in 2018 de wereldpremière, met het Rundfunk-Sinfonieorchester Berlin onder leiding van Frank Strobel, en aansluitend werd deze opname gemaakt. Het is een driedelig werk, waarin het orkest de functie heeft van een uitgebreide bigband. Energieke speelmuziek, bepaald niet gemakkelijk voor de cellist, en onderhoudend en spannend voor publiek zowel als orkest. Een discografische première die er zijn mag.

De overgang naar de wereld van Alfred Schnittke kon niet groter zijn. Schnittke (1934-1998) werd tijdens zijn leven al beschouwd als de grootste Russische componist na Dmitri Sjostakovitsj – ook in Rusland, ondanks zijn Wolgaduitse/Joodse afkomst. Schnittke was een harde werker, kon waanzinnig snel schrijven, en heeft een kolossaal oeuvre nagelaten. Een hechte vriendschap verbond hem met het echtpaar Oleg Kagan (de in 1990 veel te jong aan kanker overleden violist) en celliste Natalia Gutman. Voor Gutman schreef hij een aantal werken, waaronder zijn Eerste Celloconcert, een opdracht ter gelegenheid van de opening van de concertzaal Gasteig in München, in het seizoen 1985/6.

1985 was zelfs naar de maatstaven van Schnittke een uitzonderlijk productief jaar, met premières van het ballet Sketches, Ritual voor orkest, Concerto Grosso nr. 3, het Strijktrio en (K)ein Sommernachtstraum. Bovendien voltooide hij zijn Alvioolconcert en het Concert voor Koor – en dat allemaal in het eerste halfjaar. Maar op 19 juli sloeg het noodlot toe. Schnittke werd getroffen door een beroerte en lag twintig dagen in coma. Hoewel hij tot drie keer toe klinisch dood wordt verklaard komt hij er toch weer bovenop en werkt tegen het eind van september alweer aan zijn celloconcert. En in het eerste jaar van Gorbatsjov's perestrojka is hij zover opgeknapt dat hij de première van zijn celloconcert in München kan bijwonen, op 7 mei 1986, met Natalia Gutman als soliste en Eri Klas als dirigent.

Schnittke heeft zelf over dit concert gezegd dat hij een driedelig werk wilde schrijven, maar dat hij halverwege het derde deel door een hogere macht geïnspireerd werd tot een vierde deel. Een hymne die ‘zichzelf schreef' en waarin visioenen van het hiernamaals de dankbaarheid voor zijn genezing uitdrukken (Schnittke is een gelovig mens). De kolossale partituur van veertig minuten vergt het uiterste van de solist, en de overweldigende orkestpartij maakt het noodzakelijk dat de cello in een concertsituatie moet worden versterkt. De slotmaten nemen de cellist en de luisteraar mee naar de allerhoogste regionen van het instrument, een metaforisch afscheid van het leven. De slotmaten van het werk zijn dan ook de lakmoesproef voor elke cellist die zich aan dit monumentale werk waagt. Eckart Runge heeft na dertig jaar in het Artemis Quartet gespeeld te hebben (hij werd opgevolgd door Harriet Krijgh), in 2019 besloten tot een solistische carrière. Hij weet deze schier onmogelijke opgave soeverein te volbrengen, met een rotsvast geloof in de wereld van Schnittke ondersteund door Frank Strobel en het Rundfunk-Sinfonieorchester Berlin. De opname heeft de heikele balans tussen cello en orkest levensecht gevangen.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links