CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, mei 2013

 

Vincent d'Indy: Orchestral Works 5

Symphonie sur un Chant montagnard français op. 25 – Fervaal op. 40 (prélude tot de eerste akte) – Saugefleurie op. 21 – Médée op. 47

Louis Lortie (piano), Iceland Symphony Orchestra o.l.v. Rumon Gamba

Chandos CHAN 10760 • 74' •

Opname: oktober 2012,
Eldborg Hall, Harpa, Reykjavik

 

 


Op het eerste gezicht lijkt dit een wonderlijke combinatie, de muziek van de Fransman Vincent d’Indy, gespeeld door het symfonieorkest van IJsland. Maar wanneer we de dirigent in de mix betrekken wordt het al gauw helder: Rumon Gamba was van 2002-2010 chefdirigent in Reykjavik. Dit is de vijfde aflevering van de orkestwerken van d’Indy, een onderneming die Chandos alom lof heeft geoogst, voor zowel dirigent, orkest als opnamekwaliteit.
Dat laatste is opmerkelijk, want de eerste vier afleveringen in deze serie werden gemaakt in de oude concertzaal van het orkest, Háskólabió, een voormalige bioscoop. Maar liefst een halve eeuw, van 1961 tot 2011, was het orkest veroordeeld tot deze akoestisch inferieure ruimte. Dat Chandos er zulke uitstekend klinkende resultaten kon bereiken is een wonder. Ondanks de verpletterende crisis kreeg het orkest een nieuwe concertzaal, in een groot zalencomplex, de Harpa, een conferentie- en zakencentrum dat aanvankelijk ook het nieuwe hoofdkwartier van de infame Landsbanki had moeten worden. Door het zakelijke deel van de plannen is een streep gezet, maar de IJslandse overheid heeft zich ondanks alles garant gesteld voor de afbouw van het zalencomplex. Eindelijk heeft het orkest een waardig onderkomen in de Eldborg Hall, de concertzaal van Harpa, met 1600 zitplaatsen. Het heeft er alle schijn van dat dit de eerste opname is die in dit gloednieuwe huis gerealiseerd werd.

Vincent d’Indy (1851-1931) is de geschiedenis ingegaan als de oprichter van de Schola Cantorum (in 1894), een instituut dat tegengas wilde geven aan het Parijse Conservatoire. Daar werden de regels gedicteerd door de opera, en was voor abstractere vormen als de symfonie geen plaats. César Franck kreeg met zijn geniale symfonie in d-klein (1888) geen poot aan de grond. Een direct gevolg was dat zijn belangrijkste compositorische ontdekking, het cyclische principe, ondergeschoven werd. D’Indy maakte het tot zijn roeping om de idealen van Franck en de verworvenheden van de oude muziek als uitgangspunt te kiezen. Wellicht is daardoor de indruk ontstaan dat d’Indy een stoffige academicus was, goed in contrapunt en harmonie. In werkelijkheid was d’Indy een componist die de verworvenheden van César Franck naadloos wist te combineren met de ‘Leitmotive’ van Richard Wagner. Dat hij daarmee ook een epigoon werd was bijna onvermijdelijk, getuige zijn opera Fervaal.

Twee jaar voor Francks grootse schepping waagden zowel Saint-Saëns als d’Indy zich aan een symfonie die het genre eveneens op de proef stelt. Saint-Saëns componeerde zijn Derde, de ‘orgelsymfonie’, d’Indy gaf de piano de hoofdrol in zijn ‘Symphonie sur un Chant montagnard français’. Een volksliedje waarvoor hij zelf de bergen introk. Bijna een eeuw lang heeft ze zich kunnen handhaven op het concertpodium, maar die tijden zijn voorbij. Merkwaardig genoeg is dit de tweede cd-opname binnen een jaar die mijn pad kruist. Op het label Pentaton verscheen een super-audio registratie door pianist Martin Helmchen en dirigent Marek Janowski. Dezelfde Janowski was al eerder verantwoordelijk voor een opname op het label Erato met pianiste Catherine Collard. De Canadese pianist Louis Lortie heeft niets te vrezen van de concurrentie, maar de allerlaatste noot die hij speelt veroorzaakt gefronste wenkbrauwen. Hoe is het mogelijk dat zo’n misser (een f in plaats van een g in een slotakkoord van G majeur) er doorheengeglipt is? Kennelijk heeft iemand bij de productie zitten suffen.

Saugefleurie is een symfonisch gedicht waarin de karakters en de gebeurtenissen verklankt worden in ‘Leitmotive’. Saugefleurie is een elfje dat zich waagt aan de liefde voor een Prins uit de mensenwereld. Het resultaat is voorspelbaar, en de muziek kruist Franck met Liszt. De toneelmuziek bij Medée van Catulle Mendès verwerkte d’Indy tot een lijvige suite van 25 minuten, waarin de Wagner van Tristan und Isolde een belangrijke rol speelt. d’Indy was beslist geen droogstoppel, maar in het licht van de ontwikkelingen die door Claude Debussy en Igor Strawinsky werden ingezet had hij geen schijn van kans. Gelukkig zijn er orkesten als het IJslands Symfonieorkest, dirigenten als Rumon Gamba en labels als Chandos die zich inspannen voor deze vergeten muziek.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links