CD-recensie

 

© Aart van der Wal, juli 2016

 

Horizon 7 - Koninklijk Concertgebouworkest Live

Benjamin: Dream of the Song

Lindberg: Era

Rijnvos: Fuoco e fumo

Dun: The Wolf

Dames van het Nederlands Kamerkoor, Bejun Mehta (countertenor), Dominic Seldis (contrabas), Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. George Benjamin, David Robertson (Lindberg), Daniel Harding (Rijnvos), Tan Dun

RCO Live 16003 75' (sacd)

Live-opname: 17-18 januari 2013 (Lindberg), 29-30 januari 2015 (Tan Dun), 12 juni 2015 (Rijnvos), 25-26 september 2015 (Benjamin)

   

Op deel zeven van de serie Horizon van het KCO komen vier componisten aan bod die binnen een tijdsbestek van zeven jaar zijn geboren: Tan Dun (1957), Magnus Lindberg (1958), George Benjamin (1960) en Richard Rijnvos (1964). Dat is niet het enige dat hen verbindt, alle vier hebben ze een stevige relatie met het Concertgebouworkest. Die verbintenis is natuurlijk geen toeval, het gaat hier om componisten die al jong een opvallende start maakten en sindsdien een succesvolle carrière wisten op te bouwen, ook bij een 'groot' publiek. In sommige gevallen ging dat gepaard met enorme koerswijzigingen in de muzikale vocabulaire, bij anderen is er juist sprake van verbreding en verdieping.

George Benjamin was negentien jaar toen hij zijn orkestwerk Ringed by the flat horizon presenteerde op een zomerse Prom in de Royal Albert Hall in London. Als kind componeerde hij al en op zijn zestiende mocht hij - eindelijk, naar eigen zeggen - les nemen bij Olivier Messiaen. De verwachtingen waren hooggespannen, maar Benjamin is een uiterst kritische werker, en het publiek moest geduld hebben. Inmiddels nadert hij de zestigjarige leeftijd, en is hij dank zij de opera Written on Skin ook in Nederland bekend bij een breed publiek. Bij het KCO is hij sinds 2003 regelmatig als dirigent te gast geweest. De liederencyclus Dream of the Song (2015) wordt hier gezongen door Bejun Mehta, die ook de hoofdrol vertolkte in de productie van Written on Skin bij De Nationale Opera. Benjamins muzikale taal zou je oneerbiedig een voortzetting van het idioom van Britten via Messiaen kunnen noemen, met als resultaat een geheel eigen en zeer herkenbaar geluid. Een speciale vermelding verdienen de dames van het Nederlands Kamerkoor, stuk voor stuk solisten in het uitdagende vierde lied, waarin de solist stilvalt, en een prachtig aureool van weemoed leggend onder de breekbare klanken van het laatste lied. Bejun Mehta is de gedroomde solist.

Magnus Lindberg begon zijn carrière als componist met Kraft - een partituur waarmee hij een keiharde trap uitdeelde naar Sibelius. Toen Lindberg werd geboren was Sibelius al decennialang stilgevallen, maar in Finland kon je niet om hem heen. Nog even, en Lindberg is zo oud als Sibelius toen hij stopte - of hij daarom alsnog het idioom van de meester heeft omhelsd? Voor het 125-jarig bestaan van het KCO schreef Lindberg Era, een orkestwerk dat in zijn opening een regelrechte voortzetting lijkt van de Vierde Symfonie van Sibelius, maar al gauw duidelijk maakt dat ook Richard Wagner zich tot de favoritie toondichters van Lindberg mag rekenen. Verwarrend. Maar uitstekend georkestreerd en fenomenaal gespeeld.

Richard Rijnvos is een iets latere starter die voor het eerst opviel met zijn cyclus Block Beuys uit 1995-2000. Sindsdien heeft hij zich verslingerd aan het schrijven van de ene cyclus na de andere en mag hij zich nu huiscomponist van KCO noemen. Fuoco e fumo is deel van een cyclus over Venetië en schildert de brand die het operatheater La Fenice in de as legde. Het is een partituur die je niet alleen moet horen, maar ook moet zien, wanneer tegen het slot een jute zak met glaswerk van twee meter hoogte op het podium wordt gesmeten. Wie alleen luistert kan niet ontkomen aan de voortdurende aanwezigheid van dezelfde grondtoon, vijftien minuten lang. Daar moet je tegen kunnen. Ook hier is niets mis met het vakmanschap van componist, dirigent en orkest.

Tan Dun maakte in 1985 een vliegende start met zijn orkestwerk On Taoism. Sindsdien haalde hij de concurrentie rechts in met het enorme succes van de soundtrack voor Crouching tiger, hidden dragon. Voor Dominic Seldis, solobassist van het KCO, schreef hij een driedelig contrabasconcert met de titel The Wolf. Hier en daar zijn wat snerende opmerkingen te horen over de 'uitverkoop' aan het grote publiek waaraan Dun zich bezondigt. Daar zou je in dit geval op mogen reageren met de simpele vraag: noem mij eens een fraai contrabasconcert. Afgezien van het concert van Martijn Padding kan ik alleen het Divertimento Concertante van Nino Rota verzinnen, een juweel van een stuk. Wanneer het KCO met Dominic Seldis als solist op toernee gaat naar Azië met het contrabasconcert van Tan Dun is één ding zeker: het publiek breekt de zaal af. Die zit.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links