CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, maart 2010

 

 
   
   
   
   

Honegger: Les Aventures du Roi Pausole (operette)

Koning Pausole - Mattijs van de Woerd, bariton; Taxis, zijn Eunuch - Ambroz Bajec Lapajne, tenor; Aline, dochter van Pausole - Simone Riksman, sopraan; Giglio, Page - Fabio Trümpy, tenor; Mirabelle, balletdanser - Rea Kost-Fueter, mezzo; Landbouwer - Niklaus Kost, bariton; Diane, koningin voor vannacht - Francis van Broekhuizen; Perchuque, chaperonne van Aline - Adélaïde Rouyer, sopraan; Thierette, melkmeisje - Marijje van Stralen, sopraan; Opera Trionfo & Nieuw Ensemble o.l.v. Ed Spanjaard

Brilliant Classics 9152 • 72' •


In 1916 vroeg Claude Debussy aan dichter en schrijver Pierre Louÿs (geboren als Pierre Louis): 'faîtes-moi donc maintenant de l'opérette' [geef me iets geschikts voor een operette]. Louÿs gaf gehoor aan het verzoek, en stelde zijn erotische verhaal 'Les Aventures du Roi Pausole' als onderwerp voor. Door Debussy's voortijdige dood kwam het er echter niet van en het project bleef op de plank liggen.

In 1929 pakten componist Arthur Honegger en librettist Albert Willemetz de draad op en samen schreven ze in anderhalf jaar de erotische operette 'Les Aventures du Roi Pausole'. De première vond plaats op 12 december 1930 in het Théâtre des Bouffes-Parisiens, indertijd opgericht door Jacques Offenbach zelf. Honegger dirigeerde, en het succes was overweldigend: maar liefst vierhonderd voorstellingen in Parijs en evenzoveel daarbuiten volgden, plus vertalingen in het Duits en in het Engels (niet voor Engeland, maar voor Amerika).

Hoewel Arthur Honegger te boek staat als een Zwitserse componist, werd hij geboren in de Franse stad Le Havre, in 1892, uit Zwitserse ouders. Hij groeide op in Le Havre, studeerde als adolescent twee jaar in Zürich, en ging als achttienjarige naar het Conservatorium van Parijs, waar hij de rest van zijn leven bleef wonen en in 1955 overleed. Zijn oratorium Le Roi David  sloeg in 1921 in als een bom en de achtentwintigjarige componist was op slag wereldberoemd. Met het oratorium Jeanne d'Arc au Bûcher (1938) schreef hij zijn meest bekende werk.

Honegger is samen met Poulenc, Milhaud, Auric, Tailleferre en Durey de muziekgeschiedenis ingegaan als een lid van de Groupe des Six, een naam die in 1920 bedacht werd door Jean Cocteau als symbool voor een componeerwijze die zich afzette tegen de zware romantische Duits-geörienteerde componeertrant van de negentiende eeuw. Poulenc, Milhaud en vooral Auric lieten inderdaad van zich horen in luchtige partituren waarin echo's van de music-hall doorklonken, maar daarop kan men Honegger nauwelijks betrappen. Hij zette zich tegen het verleden af door zich opnieuw te oriënteren op de Lutherse barokmuziek van Johann Sebastian Bach en de Beethoven van de late strijkkwartetten.

Er is echter één werk waarin alle idealen die Cocteau aan de Groupe des Six toeschreef tot op de laatste noot door Honegger verwezenlijkt werden, en dat is de operette Les Aventures du Roi Pausole. Vanaf de quasi-barokke ouverture, waarin Le Roi David nog een beetje na-echoot trekt er een bonte stoet aan stijlen voorbij, van chanson via paso doble en bel-canto naar dixieland. Een klein orkestje met een enkele blazersbezetting, een handvol strijkers en slagwerk wordt aangevuld met een zwoele saxofoon. Honegger noemde zelf Mozart, Chabrier en Messager als zijn grote voorbeelden bij het schrijven van dit werk, dat merkwaardig genoeg zijn langste muzikale arbeid geworden is, met een lengte van zo'n 75 minuten aan muziek. Met de gesproken teksten meegerekend beloopt de voorstelling ongeveer twee uren. Vergeleken met de complexe partituren waar de componist zich gewoonlijk mee bezig hield was Pausole een fluitje van een cent. Door zijn enorme vakmanschap - en zijn genialiteit - kostte het componeren hem geen enkele moeite. Hij was dan ook verbaasd over het grote succes, en liet zich niet verleiden om het kunstje nog eens te herhalen. Voor de beide volgende operettes verkoos hij de rol van tweede man in een samenwerking met collega-componist Jacques Ibert.

Het verhaal staat bol van verholen seksuele toespelingen, geheel in de geest van Jacques Offenbach, en gezien het onderwerp nog een tikkeltje aangedikt, net als in L'Heure espagnol van Maurice Ravel. Koning Pausole heeft een harem van 365 vrouwen, voor elke dag van het jaar één. Diane is de koningin van de dag en gaat dus tekeer als een krolse kat. Pausole predikt de vrije liefde in al zijn varianten, maar houdt zijn dochter Aline kort. Die gaat er vandoor met een travestiet. Pausole gaat incognito op zoek naar zijn dochter, vergezeld door zijn eunuch Taxis en de page Giglio. Het loopt allemaal goed af, maar voor het zo ver is hebben we vele stelletjes vele slaapkamers in en uit zien sluipen. Koning Pausole treedt af, Aline en Giglio krijgen elkaar en de muitende harem krijgt haar vrijheid terug.

Voor Opera Trionfo was dit de voorstelling die het tienjarig bestaan van dit keine maar dappere gezelschap markeerde. Opgezet door zangpedagoge Jeanne Companjen om jong talent te stimuleren, is het gezelschap in de loop van de jaren gegroeid naar een gesubsidieerde status. De aantrekkingskracht van de voorstellingen ligt in het jonge talent dat ook in deze productie aan het publiek wordt voorgesteld. Al is de bariton Marc Pantus, die de voorstellingen zong, voor de opname vervangen door Mattijs van de Woerd, een oude bekende uit eerdere producties.

Het label Brilliant Classics heeft zich al in een vroeg stadium gecommitteerd aan de goede zaak door opnames uit te brengen van De roep van de Kinkhoorn van componist Bart Visman en librettist Paul Biegel en Les Mamelles de Tiresias van Francis Poulenc, in een nieuwe orkestratie van Bart Visman. De uitgave van Pausole is prachtig verzorgd, met een uitgebreid tekstboek van bijna 50 pagina's; synopsis en bio's alleen in het Engels, complete zangteksten alleen in het Frans.

Dit is geen live-opname van de voorstelling, maar een heuse studio-opname, gemaakt in de oude Vara-Studio (Studio 1) in het Muziekcentrum van de Omroep. Uitstekende prestaties worden vooral geleverd door sopraan Simone Riksman als Aline, tenor Ambroz Bajec Lapajne, die als eunuch onverschrokken zijn falsetregister in de strijd gooit. Ook 'invaller' Mattijs van de Woerd staat zijn mannetje, net als zijn koningin voor de dag, Francis van Broekhuizen. Ed Spanjaard en zijn Nieuw Ensemble kennen de partituur na zoveel voorstellingen als hun broekzak en de orkestklank ruikt heerlijk authentiek naar een kleine orkestbak.

Deze uitgave is van uitzonderlijk belang omdat ze laat zien dat Arthur Honegger, een van de somberste componisten van zijn tijd en in de laatste decennia van zijn leven een man met een uiterst zwartgallige kijk op zijn tijdsgewricht, als componist in de kracht van zijn leven een totaal onverwachte kant van zijn persoonlijkheid liet zien, en er door het publiek van zijn tijd ruimschoots voor werd beloond.   


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links