CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, november 2018

 

Holst – Orchestral Works Vol. 4

 Holst: A Winter Idyll – Symphony ‘The Cottswolds' op. 8 – Invocation voor cello en orkest op. 19 nr. 2 – A Mooreside Suite, versie voor strijkorkest – Indra op. 13 – Scherzo

Guy Johnston (cello), BBC Philharmonic o.l.v. Andrew Davis
Chandos CHSA 5192 • 77' • (sacd)
Opname: januari 2018, MediaCityUK, Salford, Manchester (VK)

   

Dit is alweer het vierde deel in de reeks opnamen van de orkestwerken van Gustav Holst op het label Chandos. Het eerste deel kwam uit in 2009, en werd gedirigeerd door Richard Hickox, die kort na de opnamen overleed. Daarop staan drie balletmuzieken: The Perfect Fool, The Lure, The Golden Goose en The Morning of the Year. Na het overlijden van Hickox besloot Chandos om de serie voort te zetten met Sir Andrew Davis, een gelauwerd interpreet van Brits repertoire, en geen onbekende bij de BBC – hij was van 1970 tot 1975 chef van het BBC Scottish Orchestra en van 1989 tot 2000 in dezelfde functie verantwoordelijk voor het BBC Symphony Orchestra en dus te horen en te zien in menige hilarische speech bij de Last Night of the Proms. Voor de orkestwerken van Holst kreeg hij eerst de beschikking over het BBC Philharmonic, dat in Manchester de concurrentie aangaat met het Hallé Orchestra van Mark Elder. In 2011 maakte hij daar deel twee waarop – uiteraard – The Planets, gekoppeld met Beni Mora en de Japanese Suite. Voor deel drie keerde hij in 2013 terug naar Londen en het BBC Symphony Orchestra voor twee vocale werken, de First Choral Symphony en Mystic Trumpeter voor sopraan en orkest.

De vierde aflevering brengt ons terug naar het BBC Philharmonic en Manchester, waar op 24 en 28 maart 2018 deze cd werd opgenomen. Altijd weer verbazingwekkend om te constateren hoe hoog het werktempo van Britse orkesten ligt in vergelijking met continentale orkesten. Slechts één of anderhalve repetitie voor een concert is geen uitzondering, en deze cd van bijna tachtig minuten werd in twee dagen opgeleverd. Waarbij ook nog mag worden aangetekend dat geen van deze werken deel uitmaken van het repertoire van dit orkest – of welk orkest dan ook. Hier maken we kennis met zes werken die tijdens Holsts leven niet werden gepubliceerd, maar wel het hele componerende leven van Holst bestrijken, van de Winter Idyll uit 1897 tot het Scherzo voor een beoogde symfonie uit 1934, het jaar van zijn overlijden.

Gustav Holst (1874-1934) dankt zijn roem aan The Planets, geschreven tussen 1914 en 1916, en dus het werk van een jonge componist. Het succes van The Planets heeft hij niet herhaald, en of hij dat betreurde lijkt niet waarschijnlijk. Na zijn dood was het vooral zijn dochter Imogen die zijn reputatie bewaakte, en daarbij nogal vrijpostig te werk ging. De vroege, op Wagneriaanse leest geschoeide werken van haar vader vond ze maar niets. Dat had wellicht ook te maken met haar ambities als dirigent, die ze kon uitleven op de latere koorwerken. Mede door de biografie die ze publiceerde heeft de muziekwereld veel te lang een vertekend beeld van Holst voorgetoverd gekregen. De werken op deze cd zijn een goed voorbeeld van hetgeen we op deze manier heel lang hebben moeten missen. De Cotswolds Symphony, ontstaan tussen 1899 en 1900, is dan wel geen volwassen meesterwerk, maar voor het schitterende tweede deel moeten we echt een uitzondering maken. Het is een Elegy in memoriam Willam Morris, beeldend kunstenaar en industrieel ontwerper, maar vooral een bevlogen socialist – net als Holst. Een andere opvallende partituur is Indra, geschreven in 1903, en Holsts enige symfonische gedicht.

Wat bij deze vroege werken vooral opvalt is de meesterlijke orkestratie, een eigenschap die we ook zien bij Holsts oudere collega Edward Elgar (1857-1934), die met zijn Enigma Variaties dezelfde prestatie leverde. Niet voor niets hebben we het dan meteen over de twee meestgeliefde werken uit het Britse romantische orkestrepertoire. Het publiek wilde uiteraard niets liever dan een herhaling van The Planets, en dus ondernam Holst in 1934 een succesvolle reis naar Boston om daar een Holstfestival te dirigeren. Het werd zijn laatste reis.

Dat we van Holst op onze concertpodia slechts een enkel keertje de Planets te horen krijgen wil niet zeggen dat zijn werk aan discografische bloedarmoede lijdt. Alle stukken op deze cd werden eerder opgenomen, waarbij een uitgave van het label Naxos de meeste overlappingen biedt. JoAnn Falletta nam in Dublin de Cotswolds Symphony, Indra en A Winter Idyll op – ik heb hem hier besproken (Naxos 8.572914). Maar het moet gezegd, Sir Andrew Davis, het BBC Philharmonic Orchestra en het label Chandos leveren hier een topprestatie die alle voorgangers ver achter zich laat, en in een schitterende opnamekwaliteit. Maar wat veel belangrijker is: hier horen we voor het eerst dat Gustav Holst met zijn Planets niet uit het heelal kwam vallen, maar al jaren bezig was een solide reputatie op te bouwen, terwijl hij zijn geld verdiende als trombonist in de Carl Rosa Opera Company. Een schitterend initiatief van Chandos, en laten we hopen dat deel vijf al op de plank ligt.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links