CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, oktober 2012

 

 

Henze: Symfonieën nr. 1-6

Berliner Philharmoniker, London Symphony Orchestra (nr. 6) o.l.v. Hans Werner Henze

Brilliant Classics 9194 • 75' + 73' • (2 cd’s)

Opname: 2-22 juni 1965, UFA-TonStudio Berlijn; 20-21 April 1972, Brent Town Hall, Londen

 


Op zaterdag 27 oktober 2012 overleed Hans Werner Henze, de belangrijkste Duitse componist van zijn generatie. Henze laat een groot en universeel oeuvre na, dat in zijn omvang en kwaliteit welhaast uniek is. Tien symfonieën, meerdere succesvolle opera’s, balletten, kamermuziek voor alle mogelijke instrumentale en vocale bezettingen en een vracht ensemblewerken, eveneens dikwijls met vocalisten, mag hij op zijn naam schrijven. Opvallend zijn niet alleen de omvang, maar vooral de genres: symfonie en opera in een tijdperk waar voor die traditionele vormen in modernistische kringen weinig belangstelling was. Sterker nog, ze werden met de nodige argwaan bekeken. Dat het publiek er vervolgens waardering voor had zal in veel gevallen de jaloezie van collega’s omgezet hebben in nijd en ontkenning, zeker in het Duitsland van vlak na de oorlog. Henze trok al vroeg zijn conclusie: in 1953 verkaste hij naar Italië, waar hij in de buurt van Rome tot het eind van zijn bestaan componeerde in een prachtige villa met een inspirerende tuin en dito ‘tuinman’, zijn echtgenoot Fausto Morini, die hem in 2007 voorging.

Er is een goede reden om hier eens aandacht te besteden aan de symfonieën van Hans Werner Henze. De componist zelf nam de eerste vijf op met de Berliner Philharmoniker in 1965. In 1972 volgde de zesde, met het London Symphony Orchestra. In 1976 werd de componist vijftig jaar – een uitgelezen moment om ze te bundelen in een prachtuitgave, op elpee. Het label Deutsche Grammophon was indertijd Henzes ‘huislabel’. In 1996 verschenen ze opnieuw op cd, nu omdat Henze zeventig jaar werd. De combinatie grote Duitse componist en machtig Duits label hield echter geen stand. Simon Rattle nam de Berliner Philharmoniker over en daarmee kwam EMI in beeld voor volgende premières. Diverse onafhankelijke kleine labels ontfermden zich over kamermuziek en ensemblestukken. Henze raakte in de diaspora, maar van zijn werken verschijnen meer opnamen dan ooit tevoren. Oudere uitgaven van ‘Der junge Lord’ en ‘Elegie für junge Liebende’ kwamen en gingen, maar ten tijde van zijn overlijden is de catalogus welgevuld met representatieve versies van heel veel van zijn belangrijkste werken.

Het label Brilliant is gespecialiseerd in het uitbrengen van onverkoopbaar repertoire voor een weggeefprijsje – want dan blijkt het opeens toch verkoopbaar te zijn. Een loffelijk streven, dat ze ook losgelaten hebben op de DG editie van de eerste zes symfonieën. Heruitgegeven op twee schijfjes in een digipack is dit de plek waar oud en jong kennis kunnen maken met Henze, zonder zich zorgen te hoeven maken over de financiële gevolgen.

De Eerste symfonie (1947), hoewel schatplichtig aan Stravinsky, is een bewonderenswaardig volwassen werkstuk van de 21-jarige componist, vooral in het memorabele tweede deel, Notturno. Hij was er echter niet tevreden mee, en kwam in 1963 met een gereviseerde versie, die hier is opgenomen. De Tweede symfonie (1949) is donkerder en opstandiger, het lijkt wel of Henze ergens een uitvoering of partituur van de Derde van Honegger heeft opgepikt. Of weerklinkt hier zijn reactie op de oorlogsverschrikkingen waarvan hij zonder twijfel getuige is geweest? De Derde symfonie (1949/50) is een product van zijn tijd als artistiek leider van het ballet in Wiesbaden. Ze is een en al licht en lucht, en laat veel ruimte aan een solistische altsaxofoon – orkesten weten niet wat ze missen.

Pas nadat Henze in 1953 naar Italië was uitgeweken ontstonden de beide volgende symfonieën. Hier heeft Henze zijn inmiddels opgedane ervaringen in opera en ballet omgezet in symfonische structuren. De Vierde symfonie zou oorspronkelijk de finale worden van de tweede akte van het ballet ‘König Hirsch’ (hertenkoning), en is een evocatie van de klanken van het bos, gevangen in strakke vormen. De Vijfde symfonie (1962) is gebaseerd op een opera die destijds internationaal grote indruk maakte, ‘Elegie für junge Liebende’. Het libretto is van Ingeborg Bachmann, en niemand minder dan Dietrich Fischer-Dieskau zong de hoofdrol. De ‘Elegie’ is misschien wel Henzes mooiste opera – een voortzetting van Lulu van Alban Berg dringt zich op. Volgt daaruit dat de Vijfde ook Henzes mooiste symfonie is? Het zou me niet verbazen. Helaas, geen van Henzes symfonieën heeft een uitvoeringstraditie kunnen opbouwen.
De Zesde symfonie (1969) is het ultieme produkt van de jaren 1960. In Nederland had je de Notenkrakers, en in Duitsland prikkelde Henze vanuit Cuba zijn landgenoten. In Cuba was het communisme nog niet tot op de draaad versleten, en dus bood het Henze, net als Nono in Italië, mogelijkheden om kunstenaar en arbeider met elkaar in contact te brengen. Henze droeg zijn Zesde op aan de zonen en de dochters van de revolutie, en zocht niet meer het contact met het verleden, maar richtte zich op de toekomst. Latijns-Amerikaanse volksmuziek speelt een belangrijke rol, evenals moderne toevoegingen als electronisch orgel. Een problematisch werk met mooie momenten, dat gevolgd zou worden door nog veel meer problematische werken, waaronder de Zevende tot de Tiende Symfonie. Die zijn inmiddels ook op cd verschenen, en hier ook uitgebreid besproken.

Voor nieuwsgierige luisteraars is deze editie de uitgelezen manier om kennis te maken met Hans Werner Henze, een componist die zijn publiek nooit in de steek heeft willen laten.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links