CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, april 2020

Gould: Symphonette nr. 2 (Second American Symphonette) - nr. 3 (Third American Symphonette) - nr. 4 Latin-American Symphonette) - Spirituals for Orchestra

ORF Radio-Symphonieorchester Wien o.l.v. Arthur Fagen
Naxos 8.559869 • 66 •
Opname: jan. 2019, Grosser Sendesaal, ORF-Funkhaus, Wenen

   

Symphonette is in navolging van kitchenette en dinette een aansprekende naam voor een muziekstuk dat niet de pretenties van een symfonie heeft, maar wel bedoeld is voor de klassieke muziekliefhebber. Ze is een uitvinding van de Amerikaanse componist Morton Gould (1913-1996), samen met een soortgelijke term voor concert: concertette. Met zijn American Symphonettes wilde hij een brug slaan tussen ‘lichte' en ‘ernstige' muziek, lang voordat de term ‘crossover' was uitgevonden. Gould kon het weten, want hij had van jongs af aan een stevige reputatie opgebouwd in het lichte genre. Zijn eerste compositie verscheen toen hij zes jaar oud was, een wals met de titel Just Six. De jonge Morton ontving een klassieke opleiding aan de Juilliard School maar toen zijn vaders vermogen verdampte in de grote beurscrisis zag hij zich als zeventienjarige genoodzaakt om de familie te onderhouden als bioscooppianist en begeleider van vaudeville shows. Al gauw wist hij zich in de amusementsmuziek een naam te verwerven met zijn eigen orkest. De elpees van Morton Gould and His Orchestra, met titels als Blues in the Night, Good night sweetheart, Jungle Drums en Coffie Time verkochten in de jaren vijftig als warme broodjes, en radioprogramma's als The Chrysler Hour werden beluisterd door een grote schare fans. In de tweede helft van zijn carrière was hij net zo succesvol als dirigent van de grote Amerikaanse orkesten, waarvoor hij als componist menige opdracht vervulde.

Tussen 1933 en 1940 schreef Gould vier American Symphonettes in een idioom waarin de jazz duidelijk zijn sporen heeft nagelaten, werden geschreven voor een traditionele bezetting, en uitgevoerd door grote dirigenten als Fritz Reiner, met wie Gould goed bevriend was en bij wie hij orkestdirectie had gestudeerd. Wel maakt Gould gebruik van speeltechnieken uit de jazz – dempers voor de koperblazers (wha-wha en cup) en slagwerkeffecten (brushes, rimshot). Er is geen ruimte voor improvisatie – alles is zorgvuldig uitgeschreven. In de vierde Symphonette maakt Gould gebruik van Latijns-Amerikaanse dansvormen: rhumba, tango, guaracha en conga. Het grootste succes van zijn leven boekte hij met de Pavanne uit de Tweede symphonette. Aardige bijkomstigheid: hij schreef pavane bewust met dubbel-n om er zeker van te zijn dat Amerikaanse radiopresentatoren de naam niet zouden verhaspelen – pavan en niet pavien. Ze waren de enigen niet: in Europa wordt symphonette vaak aangezien voor een typefout en veranderd in symphoniette.

Zoals Bartók de volksmuziek van de Balkan gebruikte als inspiratie, ging Gould aan de slag met de volksmuziek van de Verenigde Staten. Een van de markantste resultaten daarvan is Spirituals for Orchestra uit 1941, naar eigen zeggen ‘rooted in and derived from the spiritual idiom, both black and white. With the exception of a few highly transformed references, I do not use any actual spirituals.' Het is een vijfdelig werk van krap twintig minuten, met neutrale titels: Proclamation, Sermon, A little bit of sin, Protest en Jublilee. Een van de uitzonderingen die Gould hierboven noemt is het derde deel, met een herkenbare verwijzing naar Shortnin' bread, een plantation song uit de jaren 1890. Spirituals for Orchestra is de werktitel van deze compositie, maar de iets uitgebreidere titel is Spirituals for String Choir and Orchestra. Gould heeft aan het strijkorkest een soort koorrol toebedeeld, waarop de blazers dan als antifoon reageren. Die uitgebreide titel schept verwarring, want vaak ziet met dit werk aangekondigd als Spirituals for chorus and orchestra. Nog meer verwarring ontstond door een tweede compositie die Gould in 1976 schreef ter gelegenheid van de Bicentennial viering, in opdracht van het Detroit Symphony Orchestra, met de titel Symphony of Spirituals.

Wie in het bezit is van de box Willem van Otterloo – Residentie Orkest 1950-60 zal daarin (wellicht tot zijn verrassing) op cd nummer 8 twee werken aantreffen van Morton Gould: Interplay ‘American Concertette' voor piano en orkest, met Cor de Groot als solist, en Spirituals for Orchestra. De voortreffelijke opnamen zijn (in het Concertgebouw) nog gemaakt in mono, maar wat wordt hier ongelofelijk gemusiceerd. Ritmisch alert, met een natuurlijk gevoel voor de stijl en technisch tot in de puntjes afgewerkt (luister naar het begin, met razend lastige strijkersfiguren in de eerste violen – YouTube heeft het).

Daarbij vergeleken blijft het orkest van de Oostenrijkse omroep op deze cd flink achter, maar dat geldt gelukkig alleen voor de Spirituals. De American Symphonettes varen heel wat beter, al mag je je wel afvragen wat Naxos bezielde om deze werken niet door een Amerikaans orkest te laten opnemen. Aan dirigent Arthur Fagen – ooit begonnen als koordirigent bij het operagezelschap Forum in Enschede – zal het niet liggen, en ook niet aan de beschikbare opnametijd: maar liefst zes dagen werden voor deze productie uitgetrokken. De toegevoegde waarde is echter bepaald niet gering, want Morton Gould is in de platencatalogus vrijwel geheel van de radar verdwenen en van deze eens zo populaire werken is alleen voornoemde Pavanne nog wel eens te horen; het is het enige werkje van Gould dat ooit bij het Concertgebouworkest op de lessenaars stond. Voor het eerst krijgt de verzamelaar hier een uitgelezen kans om in één klap kennis te maken met drie van de vier American Symphonettes. Count your blessings.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links