CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, november 2011

 

 

The Glière Orchestral Collection

Symfonie nr. 1 in Es, op.18 - nr. 2 in c, op. 25 - nr. 3 in b, op. 42 (Ilya Muromets) - The Zaporozhy Cossacks op. 64 (symfonisch gedicht) - The Red Poppy op. 70 (suite uit het gelijknamige ballet)- The Bronze Horseman op. 89a (suite) –
Hoornconcert op. 91 - Concert Waltz op. 90 - Ouverture op Slavische Thema’s - Ouverture Gyul’sara - Ouverture Shakh-Senem - Ouverture Holiday at Ferghana, op. 75 – Ballade voor cello en orkest op. 4 - Heroic March for the Buryiat-Mongolian ASSR op. 71

Peter Dixon (cello), Richard Watkins (hoorn), BBC Philharmonic Orchestra o.l.v. Sir Edward Downes en Vassily Sinaisky

Chandos CHAN 10679 • 78’ + 64’ + 61’ + 70’ + 76’ • (5 cd’s)

Glière homepage: http://www.schnadt-web.de/index8.htm


Het klinkt een beetje Belgisch, Reinhold Glière, maar Reinhold Ernst Glier was volgens zijn geboortecertificaat de zoon van een Saksische blaasinstrumentmaker en een Poolse moeder. De naam Glière is door hemzelf verzonnen en heeft de mythe over zijn Belgische afkomst alleen maar aangewakkerd, maar hij werd geboren in Kiev, op 11 januari 1875. Hij overleed pas in 1956, en heeft dus de nodige revoluties en oorlogen voorbij zien komen. Aan zijn muziek is dat niet te horen. Daarin wordt voortgeborduurd op de sprookjeswereld van Rimski-Korsakov en de melodische vondsten van Tsjaikovski, een welluidend idioom dat in het begin van de twintigste eeuw nog net in de mode was, maar alras terrein verloor. Niet voor niets ontstonden de drie symfonieën van Glière in de korte periode van elf jaren, tussen 1900 en 1911. Daarna was er voor de symfonische aspiraties van Glière geen plaats meer, en hield hij zich bezig met balletmuziek, opera, en gelegenheidswerken waarin de heilzame werking van de Sovjet idiologie werden bezongen. Het laatste deel uit het ballet The Bronze Horseman, het ‘Loflied op de Grote Stad’ (Hymn to the Great City), werd tot ontzetting van Sjostakovitsj door de stad Leningrad gekozen tot lijflied. Op alle grote stations schalde het uit de luidsprekers. Sjostakovitsj zag de haastige reizigers “zich zo snel mogelijk met gebogen hoofd uit de voeten maken”.

Zijn grootste succes boekte Glière met het ballet ‘De Rode Papaver’ (The Red Poppy), het eerste Sovjet-ballet van betekenis. De première vond plaats in 1927 en binnen twee jaar vonden 200 voorstelingen plaats. De verhaallijn is simpel en ideologisch: Chinees meisje offert zich op om rebellenlijder van vuige kapitalisten te redden. In de muziek wordt pentatonische pseudo-exotiek gecombineerd met Russische dansen en de Internationale. Het ballet bleef de hoeksteen van het Sovjet ballet totdat de relaties met Mao’s China vertroebelden. Om connotaties met opium te vermijden werd het later hernoemd tot ‘De Rode Bloem’.

Glière was al vroeg de Sovjet revolutie toegedaan en onder Lenins leiderschap kreeg hij de opdracht om het culturele leven in Azerbeidzjan te organiseren. Hij keerde terug met een opera, Sjah Senem, waarin de volksmuziek van die regio doorklinkt, in de kleurrijke stijl van de door de Sovjets gepropageerde regionale volksmuziek. Tijdens het schrikbewind van Stalin werd hij geprezen als een model voor andere componisten, hoewel hij zich verre hield van politieke contacten met de leider en zijn makkers. Het leverde hem twee Stalin-prijzen op, in 1948 en in 1950.

Reinhold Glière repeteert met het orkest van de (toenmalige) Leningrader Filharmonie (ca. 1950)

In september 1991 begon Sir Edward Downes aan zijn laatste seizoen als chefdirigent van het BBC Philharmonic Orchestra in Manchester, waar hij sinds 1980 de baton zwaaide. De Russofiel in hem had één vurige wens: een opname te maken van Glière’s machtige Derde symfonie, Ilja Moeromets. Toen Ralph Couzens daarvan hoorde, kwam hij direct met het voorstel om die opname uit te brengen op zijn label Chandos. Het werd de allereerste cd van het BBC Philharmonic en Chandos, een samenwerking die meer dan tweehonderd cd’s zou genereren. Downes keerde in de volgende jaren als Emeritus dirigent nog vier keer terug op zijn oude stek om ook de beide andere symfonieën en een reeks andere orkestwerken van Glière op te nemen. Doordat Downes in toenemende mate kampte met een oogziekte was hij in 1996 niet meer in staat om nieuwe partituren te lezen (maar hij leerde wel met een vergrootglas opera’s van Verdi die hij nog niet kende voor het Verdi-jaar uit zijn hoofd!). Vassili Sinaisky nam het stokje van hem over voor de cd met ouvertures en losse orkestwerken die deze collectie afsluit. Nu zijn alle opnamen door Chandos in een handzaam kartonnen doosje verpakt en onder de noemer classicCHANDOS voor een zacht prijsje opnieuw uitgebracht. Niet met een flutterig inlegvelletje, maar met de complete originele teksten, foto’s en meer in een boekje van tachtig pagina’s. Geweldig!

Dit is niet alleen een prachtige uitgave van bijzonder repertoire, ze bevat ook de beste registratie die ooit gemaakt is van Ilja Moeramets. Bovendien is het een schitterend eerbetoon aan de diepbetreurde Edward Downes (1924-2009), de man die zo ongelofelijk veel voor de verspreiding van de Russische muziek in West-Europa en Australië heeft betekend.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links