CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, januari 2017

 

Ginastera: Danzas argentinas op. 2 – Milonga – Pianosonate nr. 1 op. 22 – Suite de danzas criollas op. 15 – 3 Pieces op. 6

Mompou: Prelude nr. 5

François-Xavier Poizat (piano)

Piano Classics PLC 0087 • 47' •

Opname: 17 febr. 2015, Westvestkerk, Schiedam

   

Wie Martha Argerich de Danzas argentinas van Alberto Ginastera heeft horen spelen (Live at the Concertgebouw 1978/9, prominent aanwezig op youtube) wordt uiteraard hevig nieuwsgierig naar de overige muziek van deze aanstekelijke componist. De commentaren op youtube liegen er ook niet om: heavy metal, rock 'n roll. Jammer genoeg kunnen we voor meer Ginastera niet terecht bij Argerich. Er zijn uiteraard meer pianisten die dit werk op hun repertoire hebben, maar voor opnamen met uitsluitend Ginastera wordt de spoeling dunner. Naxos (Fernando Viani) en Brilliant (Mariangela Vacatello) hebben de complete pianowerken in hun catalogus, en ook de labels ASV (Alberto Portugheis) en Newport (Barbara Nissman) hebben de pianowerken in combinatie met de overige kamermuziek uitgebracht. Maar een aardige selectie die ook nog eens dicht in de buurt komt van de kwaliteiten van Argerich?

François-Xavier Poizat (1989) wordt door Argerich zelf omschreven als een 'zeer getalenteerde jonge pianist met een opmerkelijke virtuositeit en een diepe lyriek'. Al op zijn twaalfde werd hij door Argerich uitgenodigd om deel te nemen aan het 'Pacific Music Festival'. Diverse prijzen (waaronder de juryprijs Tsjaikovski Competitie Moskou 2011) vielen hem ten deel en als twintigjarige maakte hij een opname van Scharwenka's Vierde pianoconcert voor het label Naxos. Poizat is van Frans-Zwitsers-Chinese afkomst, woont in New York en geeft al zeven jaar leiding aan een festival in Genève, de plek waar Ginastera in 1983 overleed. De kwaliteiten die Argerich hem terecht toeschrijft laten zich moeiteloos beluisteren in het staccatospel van de derde Argentijnse dans, waar hij net als Argerich – en in tegenstelling tot heel veel andere pianisten – het pedaal met rust weet te laten. In de tweede dans laat hij zijn vermogen tot diepe lyriek horen.

Alberto Ginastera (1916-1983) verdeelde zijn eigen ontwikkeling in drie fasen. De eerste noemde hij objectief nationalisme; ze duurde van 1934 tot 1947. Materiaal uit de Argentijnse volksmuziek wordt tonaal verwerkt. De tweede periode, van 1947 tot 1957, noemde hij subjectief nationalisme. Hierin wordt de volksmuziek gebruikt als idee, voor de vorming van eigen materiaal, vergelijkbaar met de werkwijze van de volwassen Béla Bartók. De derde periode, van 1958 tot 1983, noemde hij neo-expressionisme. Hier wordt de twaalftoonswerkwijze gecombineerd met andere avant-gardistische technieken uit die decennia.

Poizat beperkt zich op zijn recital tot werk uit de beide eerste periodes, dus wie in de ban van de Danzas argentinas is geraakt kan hier zijn hart ophalen. Het hoogste opusnummer dat voorbij komt is dat van de Eerste pianosonate uit 1952, waarvan de finale met de aanduiding ruvido ed ostinato een geserreerde versie lijkt van de derde Argentijse dans. De stemming op deze cd slaat pas echt om bij het laatste item: de Vijfde prelude van Federico Mompou – volgens de toelichting deelde Ginastera zijn Catalaanse wortels met Mompou. Dat lijkt wat gezocht en eerlijk gezegd had de toelichting zich wel iets meer mogen toespitsen op de werken in plaats van op de levensloop van de componist. We hebben het hier tenslotte over Ginastera tot zijn zesendertigste. Een ander puntje is de magere speelduur van de cd, maar die wordt verklaard wanneer we naar de opnamedatum kijken. Wanneer je in één dag kans ziet om zo'n veeleisend programma op te nemen, en dan ook nog in deze kwaliteit, lever je echt een topprestatie. Het is dan ook genieten geblazen, van de eerste tot de laatste noot. Prachtig opgenomen ook.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links