CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, november 2013

 

Ghedini: Concert voor orkest (Architetture) – Contrappunti (voor strijktrio en orkest) – Marinaresca e baccanale uit de opera Baccanale

Paolo Chiavacci (viool), Riccardo Savinelli (altviool), Giuseppe Scaglioni (cello), Orchestra Sinfonica di Roma o.l.v. Francesco la Vecchia

Naxos 8.573006 • 66' •

Opname: juli 2011, OSR Studio’s; okt 2011 (Baccanale), Auditorium di Via Conciliazione, Rome

 

Casella: Tripelconcert voor viool, cello, piano en orkest op. 56

Ghedini: Concerto dell’abatro (voor viool, cello, piano, spreker en orkest)

Emanuela Piemonti (piano), Paolo Ghidoni (viool), Pietro Bosna (cello), Carlo Doglioni Majer (spreker), Orchestra i Pommerigi Musicali o.l.v. Damian Iorio

Naxos 8.573180 • 58' •

Live-opname: 11-13 jan 2007 en 13-15 dec 2007 (Casella), Teatro dal Verme, Milaan

 

 

 


In Italie heeft men hoogstwaarschijnlijk nooit gehoord van Willem Pijper (1894-1947), en in Nederland weten niets over Giorgio Federico Ghedini (1892-1965). Pijper was in Nederland verantwoordelijk voor de vorming van een hele generatie componisten, waaronder Rudolf Escher en Kees van Baaren. Ghedini telde in Italië Luciano Berio en Claudio Abbado onder zijn leerlingen. Pijper was in Nederland al op jonge leeftijd succesvol, en heeft op het Hollandse concertpodium nog bijna een halve eeuw weten te overleven. Ghedini was minder gelukkig, zijn eerste succes behaalde hij pas in 1940 met zijn Concert voor orkest – Pijper was toen al bijna uitgezongen. Inmiddels zijn ze allebei ook in hun geboorteland vrijwel vergeten.

Wat heeft Pijper in hemelsnaam te maken met Ghedini, zult u vragen. Alles en niets. Beide componisten hebben een onmiskenbaar eigen geluid, kenden een periode van succes, en werden vergeten. Wat ze onderscheidt is het feit dat de discografische belangstelling voor Pijper na een periode van relatieve bloei als afgesloten mag worden beschouwd, terwijl die voor Ghedini nog moet beginnen. Waar de Hollanders in slaap zijn gesukkeld worden de Italianen wakker. Ghedini wordt op deze cd in de schijnwerpers gezet met drie werken, waarvan er twee nog nooit eerder werden opgenomen. Dat we de complete orkestwerken van Willem Pijper nergens in de catalogus kunnen vinden wil gelukkig niet zeggen dat ze nooit werden opgenomen, maar een schande is het wel.

Ghedini werd geboren in Turijn, bleef daar lang hangen, maakte vooral carrière als pedagoog, en schopte het uiteindelijk tot directeur van het Milanese conservatorium. Zoals hierboven beschreven heeft hij moeten zwoegen tot na zijn vijftigste verjaardag – het Concert voor orkest dat hier is opgenomen markeerde zijn eerste internationale (en nationale) succes. Vijf jaar later ontstond het werk waarmee hij definitief zijn reputatie vestigde, het Concerto dell’albatro. We moeten niet vergeten dat in Italië het grote succes niet behaald kon worden op het concertpodium, maar op het operatoneel. Ghedini deed zijn uiterste best en kwam met de opera Baccanale dicht in de buurt, maar een doorbraak zat er niet in.

Hoe klinkt de muziek van Ghedini? Mijn eerste kennismaking was simpelweg een kamerbrede orkestratie van een viertal orgelwerken van Frescobaldi, getiteld ‘Quattro Pezzi di Gerolamo Frescobaldi’. Hoe dat klinkt spreekt vanzelf, maar die klank is wel het fundament onder de volgende werken. Met veel aandacht voor contrapunt, dramatische tegenstellingen, ritmische activiteit en virtuositeit binnen een briljante orkestratie. Ghedini is zijn eigen man, en lijkt in niets op zijn tijdgenoten, Italiaans of niet. Neem zijn Contrappunti voor viool, altviool, cello en orkest uit 1961, het jaar van Penderecki’s Threnody. Contrappunti is een titel van niks, maar de muziek trekt zich niets aan van heersende modes en treft je recht in het hart, iets wat je van de Threnody niet kunt zeggen.

Het Albatros Concert – Concerto dell’albatro – heeft een pracht van een titel, ontleend aan Moby Dick van Herman Melville, en het dingt mee in de strijd om het mooiste tripelconcert aller tijden. Er kleeft ook een ernstig nadeel aan dit stuk: in het laatste deel vond Ghedini het nodig om een spreker op te voeren die Melville in het Italiaans reciteert. Een fatale vergissing – buiten Italie leiden de woorden alleen maar af van sublieme muziek. Het is gekoppeld aan het Tripelconcert van zijn landgenoot Alfredo Casella (1883-1947). Casella componeerde niet alleen, hij was ook actief als pianist. In 1930 richtte hij het Trio Italiano op, een pianotrio waarmee hij op toernee ging, en waarvoor hij uiteraard stukken schreef. Zijn Tripelconcert stamt uit 1933 en de première werd door niemand minder dan Erich Kleiber in Berlijn gedirigeerd; Casella en zijn trio waren de solisten. Het is een onvervalst neoklassiek werk, geheel naar de geest van zijn tijd: Strawinsky’s Oedipus Rex ging in 1927 in première. Casella vindt zijn inspiratie vooral bij zijn grote Italiaanse voorgangers Albinoni, Corelli en Vivaldi.

Van het tripelconcert van Casella zijn inmiddels meerdere opnamen voorhanden, maar dit is bij mijn weten slechts de tweede registratie van het Concerto dell’ Albatro. Een eerdere door het Haydn Trio is zowel op youtube als op spotify te vinden, en werd eveneens live opgenomen. Ze wordt ontsierd door een ontstemde piano. Ik blijf hopen op een opname die ons verlost van dat overbodige geneuzel in het laatste deel. Voor het overige verdient Naxos de hoogste lof voor deze prachtige introductie tot het levenswerk van Giorgio Federico Ghedini.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links