CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, december 2013

 

Elgar: Celloconcert in e, op. 85

Dvorák: Rondo in g, op. 94 - Silent Woods (Klid) op. 68 nr. 5

Tsjaikovski: Rococo-variaties op. 33

Jean-Guihen Queyras (cello), BBC Symphony Orchestra o.l.v. Jíri Belohlávek

Harmonia Mundi HMC 902148 • 61' •

Opname: mei 2012, BBC Maida Vale Studios, Londen

   

In 1965 legde Jacqueline du Pré haar muzikale testament vast in een verschroeiende uitvoering van het Celloconcert van Edward Elgar - John Barbirolli dirigeerde het London Symphony Orchestra. Het klinkend resultaat behoort tot het handjevol opnamen die je eens in je leven gehoord moet hebben. De lat ligt hoog. Cellist Jean-Guihen Queyras probeert niet om er overheen te springen, maar biedt een alternatief. In 2015 is Jacquelines interpretatie een halve eeuw oud, en in die halve eeuw is een vloedgolf aan nieuwe inzichten over musici en luisteraars uitgestort. Queyras laat horen hoe dat klinkt. De verschillen zijn subtiel, en verraderlijk subjectief. Past het vibrato van du Pré beter bij Elgar dan dat van Queyras? We moeten de vraag omkeren: het vibrato en de interpretatie van Queyras passen bij 2013, die van du Pré bij 1965. Bij du Pré worden we ontroerd door haar magistrale spel, maar ook door de nostalgie die dat spel veroorzaakt. Queyras laat ons horen hoe deze noten volgens hem vandaag moeten klinken, en hij heeft alles in huis om ons te overtuigen. Het aanvullende repertoire bestaat uit twee korte solowerken van Dvorak, Waldesruhe en Rondo , twee stukken die te kort zijn voor een concertprogramma; ze zijn ook veel te mooi om te worden vergeten. De Rococo-variaties van Tsjaikovski zijn net lang genoeg. Ze bestaan in twee versies, de originele en een 'redactie van de Duitse cellist Wilhelm Fitzenhagen. Fitzenhagen trachtte er een bruikbaar celloconcert van te maken door de cellopartij virtuozer te maken en de volgorde van de variaties en de plaats van de cadens te veranderen. Tsjaikovski liet hem zijn gang gaan, en zo is dit werk in het cellorepertoire ingeburgerd. De originele partituur van Tsjaikovski begint langzamerhand terrein terug te winnen, en hoewel het boekje uitgebreid op de verschillen tussen origineel en bewerking ingaat wordt in het midden gelaten welke versie Queyras speelt. Dat blijkt toch maar weer de redactie van Fitzenhagen te zijn, die was tenslotte ook goed genoeg voor Rostropovitsj. En Jean-Guihen speelt net zo mooi.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links