CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, mei 2018

 

Dvorák - Symphonic Poems

Dvorák: The Water Goblin op. 107 – The Noon Witch op. 108 – The Golden Spinning Wheel op. 109 – The Wild Dove op. 110

Czech Philharmonic Orchestra o.l.v. Charles Mackerras
Supraphon SU 1412 • 80' •
Opname: juni 2001 (Spinning Wheel), dec. 2008 (Goblin & Witch, live-opname), sept. 2009 (Dove), Rudolfinum, Praag

 

 Na het enorme succes dat Antonin Dvorák aan beide kanten van de Atlantische Oceaan boekte met zijn Negende symfonie gebeurde er iets merkwaardigs. Men zou verwachten dat er alweer plannen in de maak waren voor een nieuw symfonisch meesterwerk, maar daarvan was geen sprake. Dvorák had zijn hele leven gedroomd van een succes als operacomponist en vond dat het nu tijd werd om een heroïsche poging te doen om de competitie met Richard Wagner en Giuseppe Verdi aan te gaan. De laatste jaren van zijn leven waren dan ook bijna uitsluitend gewijd aan het najagen van die droom, met als resultaat een vijftal opera's waarvan alleen Rusalka repertoire heeft gehouden. Voor het zover was keerde Dvorák nog eenmaal terug naar een jeugdliefde: het symfonische gedicht. In 1896 besloot hij tot een cyclus van zes symfonische gedichten, waarvan hij er uiteindelijk vier voltooide: de Waterman, de Middagheks, het Gouden Spinnewiel en de Houtduif. De onderwerpen haalde hij bij de tsjechische schrijver Karel Jaromir Erben, uit diens bundel Kytice (Boeket). De onderwerpen hebben een nauwe verwantschap met sprookjes en folklore, en de vergelijking dringt zich op met de befaamde Duitse bundel Des Knaben Wunderhorn. Het zijn stuk voor stuk gruwelverhalen, en de composities werden Dvorák in de kringen rond de Weense criticus Eduard Hanslick dan ook niet in dank afgenomen.

Dirigent Charles Mackerras (1925-2010) werd in de staat New York geboren uit Australische ouders, en mag gerust gerekend worden tot de veelzijdigste en nieuwsgierigste dirigenten van zijn generatie. Toen hij naar het toenmalige Tsjecho-Slowakije vertrok om te studeren bij de legendarische Vaclav Talich, maakte hij van de gelegenheid gebruik om de Tsjechische taal te leren. Dat maakte hem tot een gelauwerde interpreet van de opera's van Leos Janácek, die hij vastlegde voor het label Decca. We verbinden de naam Mackerras niet met een specifiek orkest, daarvoor leek zijn muziekhonger te rusteloos (de afstand tussen Handel en Janácek is enorm, en in beide was hij groots). Een uitzondering mag gemaakt worden voor de Tsjechische Philharmonie, met wie hij een innige band ontwikkelde en in de laatste jaren van zijn carrière met grote regelmaat dirigeerde. Deze cd is er slechts één schitterend voorbeeld van. Supraphon heeft het totaal van de samenwerking tussen Mackerras en de Tsjechische Philharmonie uitgebracht in twee bundels, op onze site besproken door Aart van der Wal.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links