CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, december 2010

 

 

Dvorák: Symfonie 7 in d, op. 70 – nr. 8 in G, op. 88

Baltimore Symphony Orchestra o.l.v. Marin Alsop

Naxos 8.572112 • 74' •

 

 

 


Van het handjevol vrouwelijke dirigenten dat momenteel actief is mag Marin Alsop zich internationaal de succesvolste weten. Ze is sinds 2007 chef-drigent van het Baltimore Symphony Orchestra, en daarmee de eerste vrouw die een dergelijke functie binnen de top van de grote Amerikaanse orkesten bekleedt. Tot 2008 was ze bovendien zes jaar lang chefdirigent van het Bournemouth Orchestra in Engeland. Met het label Naxos heeft ze een vaste verbintenis die eerder resulteerde in een cyclus van de Brahms symfonieën met het London Philharmonic Orchestra, registraties die enthousiast zijn ontvangen. De stap naar Dvorák is een logisch vervolg, net als de beslissing om dat met haar eigen orkest in Baltimore te doen. Het is een uitstekend orkest dat van 1985 tot 1998 onder leiding stond van David Zinman, die overigens lange tijd in Nederland actief is geweest als chef van het Nederlands Kamerorkest en het Rotterdams Philharmonisch Orkest.

Naxos heeft al een complete cyclus van de symfonieën van Dvorák in de catalogus, maar dat is kennelijk geen beletsel voor een nieuwe frisse kijk op deze partituren. Waarbij we natuurlijk best mogen opmerken dat in het prijssegment waarin Naxos opereert zo langzamerhand een overstelpende hoeveelheid kwaliteitsopnamen van deze werken voorhanden zijn. Om maar eens iets te noemen: Rafael Kubelíks Zevende staat als een huis en zijn Achtste zindert nog lang in het geheugen na (beide opnames zijn in meerdere incarnaties uitgegeven door DGG).

Alsop startte deze serie met de Negende, gekoppeld met de zwaar ondergewaardeerde Symfonische Variaties opus 78 (Naxos 8.570714), en nu is het de beurt aan de dramatische Zevende en de optimistische Achtste. Die beide symfonieën zijn de meest brahmsiaanse in de canon van Dvorák, en zo benadert Alsop ze ook. De tsjaikovskiaanse dramatiek die István Kertész er in zijn befaamde opname voor Decca inlegt is hier ver te zoeken. Dit zijn uitvoeringen die dichter in de buurt komen van de klassieke interpretaties die Colin Davis met het Concertgebouworkest maakte. Alsop is vooral in haar element in de achtste waar ze menig agogisch accentje legt dat je de oren met plezier doet spitsen. In de moeilijk te vangen Zevende loopt het klankbeeld in luide passages enigszins dicht, de Achtste klinkt als een zonnetje.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links