CD-recensie

 

© Siebe Riedstra, december 2018

 

Music for Flute & Harp Maurice Heugen en Manja Smits

Dresden: Sonate voor fluit en harp

(de) Rohozinski: Vier stukken voor fluit en harp

(Lowell) Liebermann: Sonate voor fluit en harp

Werkman: Variaties voor altfluit en harp

(Theo H.) Smit Sibinga: Trois Images voor fluit en harp

Maurice Heugen (fluit), Manja Smits (harp)
Et'cetera KTC 1595 • 67' •
Opname: juli 2018, Grote Studio Radio DRS, Zürich

   

De Nederlandse fluitist Maurice Heugen (Vlissingen, 1969) studeerde bij Koos Verheul aan het Conservatorium te Amsterdam. Sinds 1993 is hij solofluitist van het orkest van de opera te Zürich (Philharmonia Zürich). Manja Smits was in 1993 de eerste harpiste die de Nederlandse Muziekprijs in ontvangst mocht nemen. Na een tijd werkzaam te zijn geweest als soloharpiste bij het Residentie Orkest concentreert zij zich op een solistische en pedagogische loopbaan. Samen zorgen ze voor een cd die zich nu eens niet richt op het overbekende repertoire voor fluit en harp, maar in plaats daarvan op een vijftal interessante partituren van grote kwaliteit.

Om te beginnen de sonate voor fluit en harp van Sem (Samuel) Dresden (1881-1957), een van Nederlands belangrijkste componisten uit de eerste helft van de twintigste eeuw. Hij was directeur van het Conservatorium te Amsterdam, en vanaf 1937 tot 1949 van het Koninklijk Conservatorium te den Haag. Tijdens de oorlogsjaren werd hij uit zijn functie gezet, en werkte hij in stilte aan een belangrijk deel van zijn oeuvre, waaronder de prachtige Tweede cellosonate die door het duo Doris Hochscheid en Frans van Ruth werd opgenomen. Daarmee stuiten we direct op een bekend maar daarom niet minder verdrietig fenomeen: de werken van Dresden zijn maar mondjesmaat op geluidsdrager verschenen, en worden nauwelijks gespeeld. Dresdens vader was diamantair, en vond een carrière in de muziek maar niets, maar Sem zette door en studeerde tussen 1903 en 1905 in Berlijn bij Pfitzner. Die stimuleerde hem om zich te verdiepen in de nieuwe Franse muziek, en dat is duidelijk waarneembaar in de Sonate voor fluit en harp uit 1918. Het kan bijna niet anders of Dresden moet de Sonate voor fluit, altviool en harp uit 1915 van Debussy gekend hebben. Dresden heeft met deze Sonate een waardevolle en substantiële (20 minuten) bijdrage geleverd aan het repertoire voor deze combinatie. Bij mijn weten een plaatpremière die de aanschaf van deze cd meer dan rechtvaardigt.

Maar daar blijft het niet bij, want er staan nog twee Nederlandse componisten op het programma: Theo H. Smit Sibinga (1899-1958) en Arne Werkman (1960). Smit Sibinga werd nog zwaarder door de oorlog getroffen dan Dresden: hij werd geboren op Bandoeng en was de eerste helft van zijn bestaan werkzaam in Nederlands Indië. Bij de Japanse invasie ging zijn gehele bezit, inclusief zijn manuscripten, verloren. Na terugkeer in Nederland werd hij adjunct-directeur van het Amsterdams Muzieklyceum. Zijn Trois Images componeerde hij in 1954, exotische herinneringen aan zijn Indische jaren zowel als impressionistische vignetten. Werkman werd weliswaar in Den Haag geboren, maar groeide op in Genève en Frankrijk; vanaf 1994 woont hij in Nederland. Zijn variaties voor altfluit en harp uit 1999 zijn een transcriptie van de variaties voor viool en harp, waarvan ook versies bestaan voor altviool en hobo d'amore. In dit werk waart onmiskenbaar de geest rond van André Caplet, maar in het postromantische 1999 was dat voor niemand een bezwaar.

Twee buitenlandse bijdragen completeren dit recital. Ladislas de Rohozinsky (1886-1938), van Poolse komaf geboren in St. Petersburg, woonde en werkte in Parijs. Zijn Quatre pièces uit 1926 sluiten perfect aan op bovengenoemde sonate van Debussy. De Amerikaan Lowell Liebermann (New York, 1961) is de schepper van een kolossaal oeuvre waarin de fluit een belangrijke rol speelt: James Galway speelde een hele cd vol met zijn concerten. Zijn tweedelige sonate dateert uit 1996 en tapt uit een heel ander vaatje dan dat van de Franse impressionisten. De overigens uitstekende toelichting van de hand van Maurice Heugen maakt geen melding van het feit dat Liebermann in deel twee het DSCH motto verschillende malen citeert de muzikale handtekening van Dmitri SCHostakovitsj (op zijn Duits). In deel 1 (de delen gaan zonder onderbreking in elkaar over) is de ostinate basbegeleiding door de harp een ander wezenskenmerk voor de werkwijze van de grote Rus. Liebermann maakt geen geheim van zijn bewondering voor Sjostakovitsj, die hij zijn favoriete componist noemt. Voor de verandering geen plaatpremière: dit is minstens de vierde opname die ik opmerkte. Goed stuk.

Maurice Heugen en Manja Smits spelen niet alleen schitterend, ze hebben dankzij de Zwitserse publieke omroep een pracht van een cd afgeleverd met repertoire dat er toe doet. Niet in de laatste plaats door de Sonate van Sem Dresden, een componist die we sinds zijn overlijden in 1957 al meer dan zestig jaar collectief vergeten.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links